Home Identiteit ‘Gender is een performance in de wereld’
Identiteit

‘Gender is een performance in de wereld’

Door Carolien van Welij op 24 september 2021

‘Gender is een performance in de wereld’
Cover van 10-2021
10-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Robin Bruisje Habbé (26) is docent filosofie aan de Vinse School in Amsterdam en activist.

Beeld Maarten Noordijk

Voor de eindmusical van groep acht deed ik auditie voor de jongenshoofdrol. “Goede auditie, maar je bent een meisje, dus je krijgt de rol niet,” was de reactie. Als kind voelde ik me al nooit helemaal comfortabel in meisje-zijn. Ik voelde me verwant met een klasgenoot die trans was en van meisje naar jongen ging. Maar een jongen worden? Dat wilde ik ook niet.

Judith Butler liet me zien dat gender een performance is in de wereld in relatie tot andere mensen. Je bent niet door je geslachtsdelen gedetermineerd om een bepaald gender te hebben. Je gender is iets wat je performt en staat dus niet vast: hoe je doet is wie je bent. Dat was een revolutie in mijn hoofd. Tussen de hokjes van man, vrouw of trans is er ook nog ruimte. Het idee van performativiteit is bevrijdend. Ik kan alle kleren dragen die ik wil, en daarmee uitdrukken hoe ik me voel.

Dat hele binaire denken wil ik doorbreken, zoals het onderscheid tussen vrouwelijke en mannelijke eigenschappen. “Non-binair” is niet een nieuw hokje, maar een omschrijving van hoe ik denk en kijk. Ik voel me niet binair, ik kijk niet binair, ik doe daar niet aan mee. Het is onzin dat bijvoorbeeld een stoer meisje jongensachtig wordt genoemd. Ik wil niet vrouw zijn; ik ben primair mens, dier, onderdeel van de natuur.

Als ik zeg dat ik geen vrouw ben, en mensen vragen wat dan wel, antwoord ik: “Ik ben gewoon een sporkel.” Ooit zocht ik met een vriendin een genderneutraal alternatief voor de aanspreekvorm “jongens”. Toen kwamen we op “sporkels”: lepel en vork en mes tegelijk, en dezelfde klinkers als in “jongens”. Zo’n disruptie van de taal onthouden mensen wel.’