Home Levenskunst ‘Een goed leven vereist dagelijkse training’
Levenskunst

‘Een goed leven vereist dagelijkse training’

Door Frank Meester op 28 maart 2012

Cover van 04-2012
04-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

De Parijse filosoof Frédéric Lenoir schreef een handleiding voor een evenwichtige geest. ‘Geluk is niet het hoogste goed. De waarheid is belangrijker.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wanneer Frédéric Lenoir de voordeur open doet, komt er een sterke wierooklucht naar buiten. Zijn zolderappartement in de Parijse wijk Saint-Germain-des-Prés, ooit het epicentrum van het Franse intellectuele leven, staat vol met Boeddhabeelden en boeken over spiritualiteit, psychologie en filosofie. ‘Hoewel ik in Saint-Germain-des-Prés woon, zit ik helemaal niet in die wereld van mensen als Bernard-Henri Lévy’, zegt Lenoir. ‘Hier in de buurt kom ik nog steeds tal van dergelijke mediafilosofen tegen die in de voetsporen van Sartre overal hun mening over geven. Ik voel me niet thuis bij hen. Ze zijn echt wat je noemt toutologues, mensen die overal wat vanaf weten. Ik ben niet in staat om vandaag mijn mening te geven over de situatie in Syrië, morgen over de economie van de Verenigde Staten en overmorgen over de problemen van de Chinese industrie.’

Lenoir richt zich niet zo op de politiek. Hoewel hij actief is in milieubewegingen, neemt hij verder zelden politieke standpunten in. Hij is meer geïnteresseerd in onderwerpen die te maken hebben met de innerlijke mens, de natuur en het welzijn van dieren.

Lenoir: ‘Ik probeer alles wel vanuit verschillende invalshoeken te benaderen. Ik hou erg van de historische aanpak, want die geeft diepgang, ik gebruik graag de sociologie, die ons in staat stelt huidige maatschappelijke verschuivingen te herkennen en ik heb de filosofie nodig omdat die ons de mogelijkheid geeft de dingen te verbinden. Dat is tamelijk origineel in Frankrijk, waar men zelden verschillende disciplines bedrijft. Je bent hier of filosoof, of socioloog, of historicus of psycholoog. Niet allemaal tegelijk.’

‘Dat verzamelen van informatie en kennis vanuit verschillenden invalshoeken vind ik interessant, maar ik wil die kennis ook graag delen, het liefst met een zo groot mogelijk publiek. Ik schrijf niet voor een enkeling die toch al veel weet, maar voor iedereen die op zoek is naar kennis en inzicht. Daarom probeer ik ingewikkelde dingen eenvoudig te brengen. Ik hou er ook van om met mensen in gesprek te treden en mijn kennis over te dragen. Ik ben blij dat ik in Amsterdam mag komen spreken op de Filosofie Nacht.’

Evenwichtige geest

Zijn Petit traité de vie intérieure dat onlangs in het Nederlands verscheen onder de titel Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed is een heel persoonlijk boek. Lenoir beschrijft erin hoe hij zijn leven op de rails heeft gekregen vanuit de gedachte dat zijn methode anderen wellicht ook kan helpen. Hij citeert vaak filosofen die hem de juiste inzichten gaven. Hij jongleert met inzichten van denkers die op het eerste gezicht onverenigbaar lijken. Zo haalt hij Epictetus aan, de stoïcijnse filosoof uit de eerste eeuw, die meent dat ieders rol in het leven vastligt, maar ook Sartre die juist zegt dat iedereen zelf zijn rol kan en moet kiezen.

Lenoir: ‘Op dit punt sta ik vooral achter Epictetus. Ik denk dat wij extreem geconditioneerd zijn door onze cultuur, onze opvoeding en hoe we ter wereld zijn gekomen, dus door dat wat gegeven is. De grote lijnen van ons lot zijn al getrokken en onze rol in het toneelstuk van het leven ligt inderdaad grotendeels vast. We kunnen niet kiezen of we een intellectueel worden of een handarbeider.’

‘De vrijheid begint pas bij de vraag hoe we met die grote lijnen omgaan. Die vrijheid ligt meer in het accepteren van de vastgelegde rol zodat je er op een gelukkige en goede manier mee om kunt gaan. Wat dat betreft sta ik ook dicht bij Spinoza. We kennen allerlei emoties als woede en angst die ons vaak in de weg zitten. Als we die door gebruik van de rede begrijpen en beheersen, kunnen we gelukkig worden. Er is maar een heel kleine marge waarin we vrij zijn om te kiezen. Sartre gaat in zijn filosofie inderdaad voorbij aan dat wat gegeven is, maar ik ben het wel met hem eens wanneer hij stelt dat de verantwoordelijkheid voor een goed leven bij ons zelf ligt. De keuze om iets van onze vastgelegde rol te maken of niet, ligt niet buiten ons.’

‘Sartre zat vervolgens natuurlijk wel met de vraag hoe we dan weten wat een goed leven is als er geen goddelijke regels buiten ons zijn die bepalen wat we moeten doen. Ik denk dat het het interessante van onze tijd is dat die regels inderdaad ontbreken, maar dat we toch wel ongeveer tot dezelfde waarden komen. Ik vind net als Sartre dat ieder individu zijn eigen moraal moet vormen. Het moet de waarden vinden die zijn handelen sturen. En het is mooi om te zien dat de redenen waarom we bepaalde waarden aanhangen van persoon tot persoon kunnen verschillen, maar dat we uiteindelijk toch op dezelfde waarden komen.’

‘Neem vrijheid. Wie is daar nog tegen? Of respect voor de ander. Dat is een waarde die niet vanzelf sprak in vroeger tijden, maar die vandaag de dag een soort imperatief is. Zo zijn er veel waarden waarover in onze maatschappij consensus bestaat. En daar hebben we dus geen God voor nodig, zelfs geen filosofische rechtvaardiging zoals Kant die gaf.’

Verinnerlijken

Volgens Lenoir zijn we er echter nog lang niet als we de waarden hebben vastgesteld die belangrijk zijn om een goed leven te leiden. Die waarden moet je namelijk verinnerlijken. ‘Ik geloof niet in de Platonische gedachte dat we vanzelf ook goed handelen als we eenmaal weten wat het goede is. De filosofie kan je helpen om deze inzichten te verwerven. Maar vervolgens moet je er iets mee doen. We kunnen niet leven van concepten alleen, dan blijf je hangen in de wereld van Bernard-Henri Lévy en dat is voor mij niet genoeg.’

Maar hoe zet je deze filosofische inzichten om in gedrag? Dat vereist tijd en training. Lenoir: ‘Net als iedereen ken ik allerlei emoties, ik ben angstig, onzeker of boos. Door filosofen als Epictetus, Spinoza en Sartre heb ik begrepen dat die passies mij vaak in de weg zitten. Pas door psychologische methodes ben ik in staat geweest die inzichten te verinnerlijken en ze zo in mijn gedrag te verankeren.’

Lenoir is enthousiast over de psychoanalyse die hij onderging, de Gestalttherapie en Rebirthsessies. Hij ziet ze als de gereedschappen waarmee je de redelijke filosofische inzichten kunt omwerken tot concreet gedrag. ‘En verder helpt meditatie mij nog dagelijks. Al 25 jaar mediteer ik elke dag tussen de tien minuten en de drie kwartier. Je neemt dan even afstand van de dingen, van je emoties, van het leven, waardoor je in staat bent om die zaken te relativeren en in het juiste perspectief te zien. Een goed leven vereist dus dagelijkse training.’

Vertrouwen

‘Een van de dingen die ik zo geleerd heb is om niet alleen te weten dat je vertrouwen in het leven moet hebben, maar het ook werkelijk te hebben. Vertrouwen is een basisvoorwaarde. Dat geldt voor alles. Als je een boek wilt begrijpen, moet je er in eerste instantie vanuit gaan dat het iets interessant te vertellen heeft. Wil je wat leren van een leraar, dan moet je erop vertrouwen dat hij iets te vertellen heeft. Wanneer je begint met twijfelen, kom je nooit tot kennis. Pas als je eerst een tijd lang vertrouwen hebt gehad, kun je misschien later gaan twijfelen. Zo is het ook met het leven. Je moet in het leven geloven, geloven dat het leven iets goeds heeft. Als je dat niet doet, word je nooit gelukkig.’

‘Het is me zo langzamerhand wel gelukt om dat vertrouwen werkelijk te hebben. Als ik word aangereden, hoor je mij niet zeggen: “Shit wat overkomt mij nou weer”. Misschien was me anders wel iets veel ergens overkomen en kan ik er iets van leren wanneer ik een tijdje in het ziekenhuis lig: geduld oefenen bijvoorbeeld. Ik heb vertrouwen in het leven, zelfs wanneer mij iets ogenschijnlijk negatiefs overkomt.’

‘Ik probeer elke dag zo te leven alsof het de laatste is. Mensen die in magisch denken geloven, schrikken daar wel eens van. Maar door elke ochtend op te staan met de gedachte dat dit mijn laatste dag is, begin ik met de juiste houding. Dan probeer ik zo coherent, vrolijk en gezellig mogelijk door het leven te gaan. Als iemand op straat tegen me aanbotst, scheld ik hem niet uit. Ik heb wel namelijk wat beters te doen op de laatste dag van mijn leven.’

Maar is die methode volgens Lenoir niet juist de oorzaak van depressie in plaats van geluk? Iedereen voelt immers de druk om zichzelf te leren kennen, zijn unieke rol of zijn roeping vast te stellen om die optimaal te kunnen verwezenlijken? Wat als dat vervolgens niet lukt omdat we blijven twijfelen over wat we echt zelf willen of omdat we minder succesvol zijn dan wat we voor ogen hadden? Worden we dan niet depressief, in plaats van het geluk te bereiken?

‘Dat klopt ten dele. Er verscheen niet zo lang geleden in Frankrijk een boek van de socioloog Alain Ehrenberg, La fatigue d’être soi (De vermoeiende opdracht om jezelf te zijn) dat deze maatschappelijke tendens goed beschrijft. Maar je moet een verschil maken tussen jezelf leren kennen en jezelf optimaal willen realiseren. Dat zijn echt heel andere dingen. Jezelf optimaal realiseren is het probleem van deze tijd. Iedereen meent dat hij een kunstwerk van zijn leven moet maken door voortdurend het beste uit zichzelf te halen. Sartre heeft daar misschien wel aan bijgedragen. Hij meende inderdaad dat je helemaal zelf vorm moet geven aan je leven en dat je je moet verzetten tegen rollen die je worden opgedrongen. En deze imperatief van de moderniteit is natuurlijk extreem uitputtend en gedoemd tot mislukken. Je kunt niet op alle vlakken – de liefde, het ouderschap, je werk, enzovoorts – bijzonder succesvol zijn en daarom voortdurend extreem gelukkig door het leven gaan. Niet alles is leuk en makkelijk. Geluk is ook niet het hoogste goed in het leven. De waarheid is uiteindelijk belangrijker. Ik heb liever een vervelende desillusie, dan gelukkig te zijn in een illusie.’

‘Kunstmatige dingen maken trouwens ook niet echt gelukkig. Natuurlijk kunnen we ons de hele dag volgooien met drugs, maar juist doordat we weten dat we artificieel genieten, is dat niet toch bevredigend. Ons geluk ontstaat altijd vanuit onze verhouding tot de werkelijkheid, tot de waarheid. Dat betekent dat we ook de dingen onder ogen moeten zien die niet leuk zijn en die leren accepteren. In een leven heb je nu eenmaal succes en teleurstellingen. Daar kun je weinig aan doen, het gaat om de manier waarop je ermee omgaat. Voor mij functioneerden filosofie, psychologie en spiritualiteit daarbij als een essentieel driespan. Verheldering van de dingen, daarbij helpt filosofie, werken aan jezelf, dat kan door psychologie en ten slotte is er de spiritualiteit om betekenis te geven aan het leven.’

Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed
Frédéric Lenoir
Uitgeverij Ten Have 
192 blz.
€ 19,95