Home Denken in de crisis

Denken in de crisis

Door Wilfred van de Poll op 26 augustus 2020

Denken in de crisis
Cover van 09-2020
09-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Hoe verandert de coronapandemie de wereld en Europa? Filosoof Slavoj Žižek en politicoloog Ivan Krastev zoeken, midden in de crisis, naar antwoorden.

Overal klonk spot toen hij aan het begin van de coronacrisis ‘een nieuwe vorm van communisme’ voorspelde, schrijft de Sloveense filosoof Slavoj Žižek in Pandemie: hoe corona de wereld verandert. In het boek haalt hij zijn gelijk, verwijzend naar maatregelen van overheden wereldwijd: tijdelijke nationalisaties (van bijvoorbeeld de spoorwegen in Engeland), vormen van basisinkomens, Donald Trump die bedrijven dwingt te produceren wat nodig is om de pandemie te bestrijden.

De natiestaat nam de regie terug. Een soort ‘oorlogscommunisme’, schrijft Žižek, door de omstandigheden afgedwongen. Maar toch. De epidemie toont de grenzen van globalisering en het geloof in de vrije markt. Tegelijk legt ze de zwakte van nationalistisch populisme bloot, stelt hij: we beseffen dat we solidair moeten zijn. Er zal ‘effectieve internationale samenwerking moeten worden georganiseerd om producten en middelen te delen’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Hoe hij die twee precies samen ziet gaan – de terugkomst van een sterke natiestaat én meer wereldwijde samenwerking – blijft wat vaag. Het kenmerkt zijn boek, dat met grote stappen gaat. Analyse en betoog lopen door elkaar. Žižek reflecteert in elf hoofdstukken zonder al te strenge samenhang op wat de coronacrisis met de mensen en de wereld doet, maar houdt als rode draad ook een pleidooi: hij wil meer van het nieuwe ‘communisme’ dat hij hier en daar de kop ziet opsteken.

Ook voor de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev staat vast dat de pandemie een einde zal maken aan ‘de globalisering zoals we die nu kennen’, schrijft hij in Morgen komt geen dag te laat. Maar een pleidooi houdt hij niet, en hij beperkt zich in zijn essay tot de gevolgen voor Europa. In zijn essay – korter en strakker gecomponeerd dan Žižeks tekst – stelt hij dat Europa weliswaar niet het zwaarst zal worden getroffen maar wel de ingrijpendste politieke gevolgen zal ondergaan, omdat het coronavirus de fundamenten waarop het Europese project is gebouwd doet wankelen: de Europese Unie ‘is altijd de liefdesbaby geweest van de globalisering’. Brussel zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Krastevs schreef zijn essay voor de Europese deal over het coronafonds, waardoor het soms achterhaald aandoet.

Wat Žižek betreft moet de hele wereld zichzelf opnieuw uitvinden: de coronacrisis toont dat we niet op oude voet door kunnen met het mondiale kapitalistische systeem. Na deze epidemie zullen andere volgen; dan is dat alles ook nog slechts een opmaat naar de klimaatcrisis. Wat hem voor ogen staat is geen utopisch communisme, en al helemaal niet het autoritaire communisme uit China, maar een bescheidener variant, al geeft hij die weinig concrete invulling. Het alternatief is volgens hem ‘een nieuw barbaars kapitalisme’ waarin ouderen en zwakkeren worden ‘opgeofferd’ en klassenverschillen nog veel krasser worden. ‘Communisme of barbarij, zo simpel is het!’ luidt de titel van een van de slothoofdstukken.

Zo simpel is het voor Krastev niet. Hij laat zijn essay uitmonden in zeven paradoxen – niet echt een eenduidige conclusie. Wel deelt hij met Žižek een pessimistische grondtoon. Een van zijn concluderende paradoxen is dat de crisis op korte termijn de saamhorigheid vergroot, maar op lange termijn sociale en politieke verschillen versterkt. Toch hoedt Krastev zich voor grote voorspellingen.

Wat hem bezighoudt: kondigt het coronavirus het einde aan van de westerse liberale democratieën? Die hebben de laatste tien jaar ‘buiten gewoon matig’ gefunctioneerd, schrijft hij; het vertrouwen in democratische systemen is ‘dramatisch’ gedaald. Het coronavirus versterkt deze tendens, denkt hij. Toch valt veel nog te bezien:

De pandemie maakt een einde aan de globalisering zoals we die kennen

de liberale orde is wel vaker doodverklaard. Bovendien ziet hij autoritaire regimes stuntelen in coronatijden. Het is spannend om een scherpzinnig iemand als Krastev te zien reflecteren op de actualiteit, maar wat deze bespiegelingen precies opleveren? Dit is denken op de tast. Na de ergste fase van de crisis, schrijft Krastev bijvoorbeeld, zullen populisten ‘vermoedelijk weer aan invloed winnen.’ Vermoedelijk. Het blijft speculeren.

Krastev en Žižek schreven hun teksten in maart en april, en ze hebben iets voorbarigs en overhaasts. Maar daarin schuilt misschien juist hun waarde. Het is ‘misschien wel de eerste keer in de geschiedenis’ dat we allemaal over hetzelfde praten en dezelfde angsten kennen, schrijft Krastev tijdens de lockdown. We ervaren ‘hoe het voelt om in een gemeenschappelijke wereld te wonen’. Krastevs en Žižeks teksten vangen iets van deze unieke ervaring, als intellectuele tijdsdocumenten.