Home Vrouwelijke denkers De tirannie van een bevoorrecht milieu
Vrouwelijke denkers

De tirannie van een bevoorrecht milieu

Door Marco Kamphuis op 26 februari 2021

De tirannie van een bevoorrecht milieu
Cover van 03-2021
03-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

In een postume roman van Simone de Beauvoir strijden twee jeugdvriendinnen tegen het keurslijf van hun opvoeding.

Simone de Beauvoir (1908-1986) schreef De onafscheidelijken in 1954, maar zocht er geen uitgever voor; pas vorig jaar is de roman in Frankrijk verschenen. De beginzin luidt: ‘Op mijn negende was ik een heel braaf meisje.’ Dat doet denken aan de titel van het eerste deel van Beauvoirs memoires, Een welopgevoed meisje, en inderdaad heeft deze roman een hoog autobiografisch gehalte. Het brave meisje heet Sylvie. Ze is het alter ego van Beauvoir. Ze zit op een katholieke meisjesschool in Parijs, en het verhaal begint wanneer er in de bank naast haar een nieuwe leerlinge plaatsneemt, Andrée.

In Sylvies ogen is Andrée een wonderkind. Ze speelt piano en viool, is atletisch, haalt bijna net zulke hoge cijfers als Sylvie, en heeft een volwassen zelfverzekerdheid, wat misschien het gevolg is van de vele boeken die ze gelezen heeft tijdens een eenzame herstelperiode na een ernstige verbranding van haar bovenbeen. Zelfs de juffrouwen op school zeggen: ‘Dat kind heeft karakter.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Met Andrée voert Sylvie echte, serieuze gesprekken, en al snel worden ze op school ‘de onafscheidelijken’ genoemd. Onder invloed van haar vriendin werpt Sylvie haar schroom af; volgens de volwassenen in haar omgeving wordt ze zelfs brutaal en rebels.

Van de twee meisjes is Sylvie degene die in de loop der jaren de meeste vrijheid verovert. Ten eerste doordat ze haar geloof verliest (‘Hoe kon ik in God geloven en er bewust voor kiezen Hem ongehoorzaam te zijn? Ik bleef een ogenblik onthutst door die waarheid: ik geloofde niet’). Ten tweede doordat haar vaders investeringen in rook opgaan, waardoor – geen nadeel is zonder voordeel – het acceptabel wordt dat ze als meisje een vervolgopleiding kiest en zelf de kost gaat verdienen.

Waarom wilde Beauvoir deze sterke roman niet publiceren?

Voor Andrée ligt dat anders. Zij groeit op in een rijk, voornaam en strikt katholiek milieu, waarin er voor meisjes slechts twee wegen openliggen: trouwen of het klooster in, en voor beide opties is studie geen aanbeveling.

In welgekozen scènes, die zich vooral afspelen op het landgoed van Andrées familie, waar Sylvie geregeld mag logeren, laat Beauvoir de tirannie van een bevoorrecht milieu zien. Andrée lijdt zichtbaar onder de talrijke verplichtingen die de conventies van de familie haar opleggen; intelligent en hypersensitief als ze is, lijdt ze er meer onder dan haar zussen. Ze vermagert, heeft voortdurend hoofdpijn en verwondt zichzelf. Haar ouders hebben haar verboden om te gaan met een jongen van wie ze zielsveel houdt – hij is weliswaar rijk, maar ook Joods.

De rol van Sylvie is vooral die van getuige. Ze ziet dat Andrée niet kan ontsnappen aan de moraal van haar ouders, aangezien ze die verinnerlijkt heeft. Ze is wel degelijk ongehoorzaam – zo rookt ze stiekem – maar elke overwinning op haar moeder moet ze bekopen met wroeging. Dat ze er niet in slaagt zich van het keurslijf van haar opvoeding te bevrijden, komt deels doordat ze ondanks momenten van twijfel gelovig is en blijft, en diepe angst heeft zonden te begaan.

Wanneer Andrée verliefd wordt op de katholieke filosoof Pascal stuit een mogelijke verbintenis op nieuwe bezwaren van haar moeder. Het is nu eenmaal de taak van de familie om geschikte huwelijkskandidaten te vinden – ‘Een huwelijk uit liefde is verdacht.’ Het verhaal eindigt abrupt. Andrée loopt hersenvliesontsteking op (mede het gevolg van haar wanhoop en lichamelijke verzwakking, suggereert de roman) en sterft binnen enkele dagen. ‘In alle families is er een mislukkeling; ik was de mislukkeling,’ zijn haar laatste woorden. Ze wordt begraven op het kerkhofje van het familielandgoed, ‘tussen het stof van haar voorouders’.

De onafscheidelijken volgt getrouw een bewogen episode uit het leven van Beauvoir. Ze modelleerde Andrée naar haar jeugdvriendin Zaza, die verliefd werd op de filosoof Maurice Merleau-Ponty en onverwacht op 21-jarige leeftijd stierf. Je kunt dit verhaal over een voor vrouwen verstikkende moraal lezen als illustratie bij een beroemd zinnetje uit Beauvoirs feministische standaardwerk

De tweede sekse: ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.’ Maar bovenal is het een navrante psycho­logische roman met levensechte personages – niet voor niets beschouwde filosofe en feministe Beauvoir zichzelf in de eerste plaats als schrijfster. Waarom publiceerde ze deze sterke roman dan niet? Niet goed genoeg, vond zowel zij als haar levensgezel Sartre. Die twee zaten er dus ook weleens naast.

De onafscheidelijken
Simone de Beauvoir, vert. door Martine Woudt
Cossee
215 blz. | € 22,99