Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

maandag 29 juni 2020

De levenskunst van de vagebond

Ilana Buijssen

Met Handboek voor de vagebond spoort cultuurhistoricus Léon Hanssen ons allen aan meer als een vagebond te leven. Maar hoe doe je dat? ‘Geef je over aan ontregeling.’

In Handboek voor de vagebond ontrafelt de cultuurhistoricus Leon Hanssen aan de hand van filosofen en andere dwarsdenkers de manier van denken van de vagebond. ‘Een vagebond verzet zich tegen het voor hem uitgetekende pad, waardoor een vorm van magisch denken of verbeelding ontstaat’, stelt Hanssen. Op het eerste oog lijkt Hanssen zelf geen uitgesproken vagebond als ik hem ontmoet in een café in Eindhoven. Hij is in dienst van Tilburg University en begaat dus de weg van instituties waarvan je verwacht dat een vagebond zich er juist van losmaakt. Maar gaandeweg het gesprek blijkt de vagebond dan ook vooral een opstandige denker te zijn en wil Hanssen zijn lezers aansporen om mentaal te leven als een vagebond.

Waarom zouden we moeten leven en denken als een vagebond?

‘Een vagebond biedt tegenwicht tegen het uitgetekende pad en bezit het vermogen om radicaal nee te zeggen. Dat is ook wat de Franse filosoof Albert Camus bedoelde met zijn notie van ‘in opstand komen’. Een vagebond verzet zich tegen de gemeenschap en de culturele of sociale eenheid door af te wijken. Vandaag de dag denken we dat we ons pad meer zelf kunnen bepalen, maar dat is een illusie. Je hoeft maar je telefoon aan te zetten en je wordt al gemanipuleerd om bepaalde keuzes te maken: om daar te gaan eten, om dat concert te gaan bezoeken, om bepaalde kleding aan te schaffen, enzovoorts. Een vagebond onttrekt zich aan dergelijke manipulatie.’

Hoe kom je in opstand tegen die manipulatie?

‘Het besluit om het anders te doen gaat bij de vagebond gepaard met het toelaten van ontregeling. Dat kan zo simpel zijn als het kiezen van een onbekend zijpad tijdens een wandeling. Zo laat je het pad je wandeling dirigeren, je laat je grip op de situatie los. De overgave aan de ontregeling brengt een nieuw bewustzijn tot stand wat betreft je plaats in de cultuur en wat je belangrijk vindt in het leven. Dat bewustzijn is van een andere aard dan het calculerende, rationale denken waar we dagelijks mee door het leven komen. De ontregeling brengt een productieve kracht teweeg. Je komt tot een vorm van bewustzijn waarin verleden, heden en toekomst actief zijn. Je zou het een vorm van magisch denken en verbeelding kunnen noemen.’

Om zich niet te laten manipuleren, kiest een vagebond dus een onbekend pad. Is dat wel voor iedereen weggelegd?

‘Het besluit van de vagebond is niet makkelijk: je onttrekken aan het systeem vergt moed. Je verlaat de gemeenschap en de kring sluit zich meteen. Je hoort er niet meer bij. Een gruwelijke ervaring. De Landloper, een schilderij van Jheronimus Bosch, illustreert dit gevoel. De landloper moet door een poortje heen, de natuur in. Ondertussen kijkt hij om naar het laatste residu van de civilisatie: een louche herberg. De bezorgdheid is aan zijn gezicht af te lezen. Hij weet, vanaf nu hoor ik er niet meer bij. Dat is een unheimlich gevoel.’

De landloper, schilderij van Jheronimus Bosch
De landloper, schilderij van Jheronimus Bosch

En toch moeten we ons als vagebond gedragen?

‘Het afwenden, wat een vagebond doet, is het eerste wat nu moet gebeuren. En dat is niet in de laatste plaats een mentaal proces. Mijn boek is daarmee een oproep om kuddegedrag te vermijden en vanuit jezelf je keuzes kritisch te afwegen en te bevragen. Tegelijkertijd kun je een vagebond niet vermenigvuldigen, dan is hij of zij geen vagebond meer. De titel van mijn boek is dus licht ironisch, want een vagebond laat zich de wet niet voorschrijven. De vagebond is in principe ongrijpbaar omdat hij zijn eigen mentale weg gaat. Dat is de spanning die in het hele boek zit. Het is een weg die iedereen afzonderlijk moet gaan.’


Handboek voor de vagebond. In de voetsporen van vrije denkers
Léon Hanssen
Querido
576 blz. | € 26,99
Bestel het boek hier

Wittgensteins hut
(uit: Handboek voor de vagebond, Léon Hanssen)
Het einde van de wereld? Misschien wat overdreven, toen en zeker nu, maar ook ruim een eeuw later wekt het verbazing hoe de filosoof Ludwig Wittgenstein in 1913 in Skjolden, een stip op de kaart helemaal aan het einde van de Sognefjord, de langste, breedste en diepste fjord van Noorwegen terechtkwam.
(…)
De scheepstocht over de Sognefjord naar Skjolden, het laatste punt van de zijarm met de naam Lustrafjord, een afstand van zo’n tweehonderd kilometer, duurde destijds een volle week. Wittgenstein huurde in de winter van 1913-1914 in Skjolden een deel van het huis van de zuster van de bier- en ijsblokkenhandelaar Halvard Drægni, met wie hij in Bergen in contact was gekomen. De filosoof, zelf dankzij familiekapitaal een multimiljonair, versleet de man voor een ‘geldzak’. Materialisme omschreef hij als ‘het ergste wat een mens kan overkomen’.
Wittgenstein was naar Skjolden gekomen om er in grote soberheid en afzondering te leven. Zelfs een Noorse roodbontkoe die hem schijnbaar aanstaarde kon hem uit zijn evenwicht brengen en hij riep het dier toe zich tot het vreten van gras te beperken.
Ten oosten van Skjolden gaat tussen die berghellingen het relatief kleine Eidsvatnetmeer schuil, waarop de inwoners van het dorp ’s winters schaatsten over een parcours dat door brandende olielampen in het ijs werd gemarkeerd. Op een uitstekende rotspartij zo’n dertig meter boven dit meer zag Wittgenstein voor zijn geestesoog een hut waarin hij zijn ideaal van het combineren van kluizenaarschap, filosoferen en schrijven hoopte te kunnen verwezenlijken. Vanaf deze plek, althans vanaf het balkon op de bovenverdieping, zou hij niet alleen het wateroppervlak van het meer, maar ook van de achter het dorp gelegen fjord kunnen zien, met aan weerszijden de beboste berghellingen, die er in de zon uitzien als de plooien van een groene fluwelen mantel. Dat de zon zijn eigen hut zelfs midden in de zomer pas later in de middag zou verwarmen nam hij op de koop toe. Het was een droomlocatie voor een denker aan ‘het einde van de wereld’.

Kierkegaards openbaring
(uit: Handboek voor de vagebond, Léon Hanssen)
Het gaat om de wandeling van 29 juli die hem in westelijke richting met links van hem kale velden en rechts de kust naar het noordelijkste punt van het eiland zal brengen, een 33 meter hoge, steile klif met de naam Gilbjerg Hoved (Kaap Gilbjerg) zal voeren, met uitzicht over het Kattegat. Hij was hier een jaar eerder ook geweest, tijdens een verblijf in Gilleleje, dat hij had moeten afbreken omdat zijn moeder kwam te overlijden aan tyfus, zonder dat hij haar nog in haar laatste ogenblikken kon bijstaan.
In zijn dagboek schrijft hij over zijn Ervaring, want het is echt een openbaring in de Bijbelse zin:
Dit punt is steeds een van mijn lievelingsplekken geweest. En toen ik daar op een stille avond stond, toen de zee in diepe, maar stille ernst zijn lied zong; toen mijn oog geen enkele zeiler op het enorme oppervlak ontmoette, maar de zee de hemel omzoomde en de hemel de zee; toen op dat moment alle reuring van het leven verstomde en de vogels hun avondgebed zongen – toen stonden de weinige dierbaren die ik ben verloren op uit hun graf, of het kwam me voor dat ze niet dood waren. Ik voelde me zo goed in hun midden, ik rustte in hun armen en het was alsof ik mijn lichaam had verlaten en in hogere sferen met hen rondzweefde – en het schelle gekrijs van de meeuwen herinnerde me eraan dat ik alleen was en het beeld loste op in het niets, en met een weemoedig hart keerde ik terug naar de woelige wereld, zonder echter deze zalige momenten te vergeten.
(…)
Kierkegaard had bij Gilbjerg Hoved gezien hoe de zee rimpelde door een zacht briesje en hoe het water met de kiezels aan het strand speelde, maar van hieruit had hij ook gezien hoe er een storm opstak en het water woest tekeerging: ‘hier heb ik om zo te zeggen het ontstaan en de ondergang van de wereld gezien.’
Na deze ervaring wist hij dat hij op zoek moest naar wat elke filosoof zich wenst, maar zelden of nooit vindt: ‘het archimedisch punt vanwaaruit hij de hele wereld kan optillen, het punt dat juist daarom buiten de wereld moet liggen, buiten de beperkingen van tijd en ruimte.’ Hij realiseerde zich dat het tijd werd voor zichzelf duidelijkheid te krijgen over wat híj moest doen, niet in de zin van carrière maken, maar in de zin van het vinden van een waarheid: ‘…die waarheid is voor mij, de idee te vinden waarvoor ik wil leven en sterven.