Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

maandag 20 juli 2020

‘De eerste Chinese feministen waren mannen’

Ilana Buijssen

Filosoof Martine Berenpas verdiept zich in de geschiedenis van het Chinees feminisme. Ze wijst op grote verschillen met het Westen: ‘Het westerse feministische ideaal van de individuele rechten botst met het relationele beeld van het individu in China.’

Als je het hebt over Chinees feminisme, wekt dat de indruk dat het feminisme in China iets anders inhoudt dan op andere plekken in de wereld. Maar betekent feminisme niet overal hetzelfde?

‘In China heb je te maken met een heel andere sociaal-culturele context dan in het Westen. Het westerse feministische ideaal van de individuele rechten botst met het relationele beeld van het individu in China. Je bent op de eerste plaats “dochter van…” of “vader van…”. Het gaat veel meer om plichten, afstemming, een stapje opzij doen. Dat beeld is ontstaan vanuit het confucianistische idee dat als alle sociale relaties in harmonie zijn, de staat ook in harmonie zal zijn.’

‘Totale gelijkheid kan ook resulteren in een dictatuur’

Hoe ontstond het feminisme in China?

‘Het feminisme kwam op toen de harmonie in het land verstoord was, namelijk toen de Qing-dynastie aan het einde van de negentiende eeuw zwaar onder druk stond: Groot-Brittannië, Portugal en Rusland claimden delen van China en ze moesten Hongkong afstaan. De eerste feministen, de twee mannen Jin Tianhe (1873-1947) en Liang Qichao (1873-1929), weten de slechte positie van China aan de barbaarsheid van de Chinese vrouw. Vrouwen moeten voortaan opgeleid worden, zodat ze hun kinderen kunnen opvoeden tot sterkere burgers. Daarom kregen ze toegang tot onderwijs. De Chinese feministen beweerden dus niet dat de vrouwen recht hebben op onderwijs. Maar dat zou je ook niet verwachten vanuit het confucianistisch ideaal. Ze wilden de positie van de vrouw verbeteren, maar vanuit sociaal-politiek oogpunt. In de communistische periode met Mao Zedong die op het Qing-tijdperk volgde was de vrouw in principe gelijk aan de man. Vrouwen kregen bijvoorbeeld hetzelfde salaris als mannen. Maar het mannelijk ideaal was nog steeds leidend, met fysieke verschillen werd geen rekening gehouden. Zwaar werk in de mijnen gaat veel mannen beter af dan vrouwen bijvoorbeeld. Er zijn verschillen tussen man en vrouw waar je niet onderuit komt. Als je geen rekening houdt met de verschillen, leidt dat tot een vorm van onderdrukking. Zo zie je dat totale gelijkheid ook kan resulteren in een dictatuur.’

Zetten Chinese feministen vrouwen dan niet in als instrument?

‘Ja, maar dat gebeurt hier net zo goed. Rutte zul je niet zo snel horen zeggen dat vrouwen ook thuis mogen blijven als ze dat willen. Nederlandse vrouwen moeten participeren in het arbeidsproces. Zijn zij hier dan ook geen instrument om de economie voort te stuwen? We denken heel romantisch over onze individuele rechten, maar de idealistische hang naar vrijheid is ook maar beperkt. We vatten onze rechten in economische termen. In China zijn ze gericht op het sociale systeem, wij op het economische.’

‘Het Chinese karakter voor “goed” (好) stelt een vrouw met haar kind voor’

Kunnen we oost en west wel met elkaar vergelijken, als ze zo verschillend zijn?

‘Strikt genomen niet, want je kunt niet met een neutrale blik naar de wereld kijken. De focus op individualiteit en vrije keuze leidt bijvoorbeeld tot verafschuwing van typische traditionele kledij. In China zien ze dat anders, je definieert je vanuit een groep. In de eerste plaats ben je afhankelijk van anderen. Daar gaan we in het Westen met onze focus op de rechten van het individu aan voorbij. Natuurlijk moet je ook je ogen niet sluiten voor de slechte dingen. Zo is huiselijk geweld bijvoorbeeld een groot probleem in China.’

Hoe gaat het nu met de vrouw in China?

‘Helaas staan de feministische waarden in het huidige China zwaar onder druk dankzij de extreme controle van de regering, die een handje wordt geholpen door technologie. Feministen denken wel tien keer na voor ze hun mening kenbaar maken. In 2015 is de feminist Wei Tingting (1989) nog 37 dagen gevangengenomen omdat ze zich uitsprak over de positie van Chinese vrouwen. Veel Chinese feministen vluchten naar het Westen om vandaaruit hun kritiek te uiten. Ik ben dan ook pessimistisch over de potentie om iets aan de positie van de vrouw te veranderen in China. De sociale verschillen zitten al in de Chinese taal ingebakken. De feminist He Yin Zhen (ca. 1884-1920) analyseert in haar werk hoe de Chinese karakters de ondergeschikte positie van de vrouw benadrukken: het Chinese karakter voor “goed” (好) stelt bijvoorbeeld een vrouw met haar kind voor. Maar taal is evengoed een probleem voor feministen in het Westen. Ook hier blijft het een continu gevecht met diepgewortelde aannames over de positie van mannen en vrouwen.’