Home Politiek ‘De coronacrisis laat Europa’s veerkracht zien’
Politiek

‘De coronacrisis laat Europa’s veerkracht zien’

De EU heeft de afgelopen vijftien jaar een metamorfose ondergaan, stelt Luuk van Middelaar. Dat ging onder druk van crises, want juist in zulke tijden kiest Europa nieuwe wegen.

Door Co Welgraven op 26 maart 2021

‘De coronacrisis laat Europa’s veerkracht zien’
Cover van 04-2021
04-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

Al een jaar trekt de coronapandemie een verwoestend spoor door de wereld en ze ontwricht evenzeer de samenleving in de 27 landen van de Europese Unie. De reactie van Brussel schoot aanvankelijk ernstig tekort en de diverse hoofdsteden lieten zich de eerste maanden van hun nationalistische kant zien: bij de inkoop van mondkapjes en beschermingsmateriaal voor medisch personeel bijvoorbeeld was het toch vooral eigen volk eerst.

Maar de EU heeft zich krachtig hersteld, vindt Luuk van Middelaar. Hij is politiek filosoof, historicus en expert op het gebied van het Europese recht. Hij kent Brussel van binnenuit – hij was medewerker van EU-commissaris Frits Bolkestein en adviseur van Herman Van Rompuy, de eerste president van de Europese Raad. In zijn nieuwste boek Een Europees Pandemonium, dat hij schreef op verzoek van de Duitse uitgever Suhrkamp en dat ook in het Verenigd Koninkrijk en bij Historische Uitgeverij uitkomt, concludeert Van Middelaar dat de Europese Unie uiteindelijk blijk heeft gegeven van ‘een robuuste vitaliteit’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Als de EU zo vitaal is, waarom schoot ze aan het begin dan toch zo tekort?
‘Van dat haperende begin stond ik niet te kijken, want dat zie je vaker: als in Europa de pleuris uitbreekt, probeert iedereen toch z’n eigen hachje te redden en op z’n eigen belangen te letten. Vrijwel altijd is dan de reactie van zwartkijkers dat het niks kan worden met die EU, en dat het einde daarvan nabij is. Die voorspellingen waren er ook bij de bankencrisis vanaf 2008, toen volgens velen de euro zou instorten, bij de Oekraïne-crisis en de vluchtelingencrisis van een paar jaar later, en bij de Brexit en het aantreden van president Trump in 2016. Maar de EU heeft dat allemaal doorstaan en is er eigenlijk steeds krachtiger door geworden. Ook nu weer. De vervlechting van de lidstaten, vooral op financieel-economisch gebied, is zo hecht, die haal je niet zomaar uit elkaar. Wat ook onderschat wordt, is de politieke en historische investering die Duitsland en Frankrijk al zeventig jaar in Europa als project doen. Zij kunnen het zich niet veroorloven het te laten mislukken.’

Hebben Parijs en Berlijn de zaak nu ook weer gered?
‘Ja, en dat gebeurde in mei vorig jaar, toen president Macron en bondskanselier Merkel een akkoord sloten over wat het coronaherstelfonds is gaan heten, van honderden miljarden euro. Vooral Merkel heeft toen een sprong gemaakt, zo noem ik dat in mijn boek. Zij heeft, gezien de ernst van de situatie, een aantal monetaire taboes geslecht die in Duitsland bijna heilig waren, bijvoorbeeld dat je geen geld van Noord naar Zuid overhevelt, maar alleen leningen verstrekt. Dat is een centrale episode geweest. Haar belangrijkste argument was dat de coronapandemie niemands eigen schuld is, zoals bij de financiële crisis wel het geval was. Merkel voelde de loop van de geschiedenis, zag de kracht van deze pandemische gebeurtenis én de spanning die die met zich meebracht, vond dat ze iets moest doen en nam daarvoor de volle verantwoordelijkheid.’

Is dat staatsvrouwschap?
‘Ja, dat vind ik inderdaad staatsvrouwschap. Je staat onder druk, in de hoek, je doet vóór de troepen uit een verrassende zet waar je vol achter gaat staan, en je krijgt je mensen mee; dat is indrukwekkend. Het was opmerkelijk hoe snel de hele Duitse publieke opinie haar steunde. Ook de vroegere minister van Financiën Wolfgang Schäuble, in de eurocrisis de grote gesel van Zuid-Europa. Die zei met een bijbels woord dat als je nu leningen zou verstrekken aan de getroffen landen in plaats van giften, dat je dan stenen in plaats van brood geeft, want dat zou wegen op de schuld die die landen toch al hebben.’

‘Merkel voelde de loop van de geschiedenis, Den Haag niet’

Nederland zag die beweging van Merkel niet aankomen. Minister Wopke Hoekstra schoffeerde de zuidelijke landen ronduit. ‘Het argument van begrotingsdiscipline, van eigen schuld, dat Hoekstra inbracht, viel totaal verkeerd; hij werd uitgefloten. Bij de vorige crises was er nog een soort balans tussen solidariteit van de EU-landen aan de ene kant en eigen verantwoordelijkheid voor je financiën anderzijds. Maar in deze crisis kreeg de solidariteit de overhand. Den Haag zag dat te laat. Het gaat bij de coronacrisis om leven en dood, ziekte en gezondheid. De retoriek is heel anders, en die retorische krachtsverschuiving vertaalt zich in machts­verschuiving. Het is interessant, ook vanuit filosofisch perspectief, dat de verandering van discours, van wat gehoord kan worden, wat goede argumenten zijn, dat dat echt impact heeft op de besluitvorming. Het gaat dus niet om puur armpje drukken, maar om het discours; daar vindt de slag voor een deel plaats. Filosofisch vind ik dat fascinerend. Het is een groot inzicht van Michel Foucault: woorden en taal zijn niet alleen een weerslag van de
krachtsverhoudingen, maar ook een wapen, de macht waar men op uit is.’

Den Haag zag ook niet dat de publieke opinie in Duitsland aan het kantelen was.
‘Nee. In Duitsland is er de laatste tien jaar een nieuwe generatie aan het woord gekomen van onder anderen journalisten, commentatoren, economen en adviseurs van ministers die invloed hebben op de publieke opinie. Zij willen de oude, starre en sterke monetaire taboes doorbreken die bewaakt worden door de Bundesbank en vanuit Karlsruhe door het grondwettelijke hof. Daarin zijn al bressen geslagen. Merkel heeft dat goed aangevoeld en wil die vernieuwing politiek gestalte geven. Maar Den Haag is die omslag ontgaan. Ook dat is een onderschatting van de kracht van het discours, van de openbare ruimte en van het publieke debat.’

Vijf jaar geleden, bij de vluchtelingencrisis, kreeg Merkel de publieke opinie lang niet mee. Haar opmerking ‘Wir schaffen das’ werd scherp bekritiseerd; de AfD spon er garen bij.
‘In die crisis was het Duitse publiek van meet af aan sterk verdeeld. Je had twee kampen: mensen die vluchtelingen hielpen en mensen die hekken wilden bouwen om ze tegen te houden. Er was een diepe emotie, twee kanten op. Merkel koos heel sterk voor één kant. Er was geen compromis mogelijk.’

Dat Nederland nu vrij alleen stond, had ook te maken met het wegvallen van de Britten, onze bondgenoten.
‘Met het vertrek van het Verenigd Koninkrijk is een belangrijke remmende kracht tegen elk initiatief in de EU weggevallen, want dat is Londen ruim veertig jaar lang geweest. Het VK zou de coronafondsen met een veto hebben tegengehouden. De Brexit is een droevige zaak, maar heeft niet enkel nadelen. We hebben nu gezien dat je zonder de Britten een stuk sneller kunt handelen.’

In uw boek schrijft u dat de EU steeds meer aan gebeurtenissenpolitiek doet. Wat bedoelt u daarmee?
‘We moeten niet onderschatten dat er in Europese Unie de laatste vijftien jaar een metamorfose heeft plaatsgevonden. Vroeger ging het om de economie, de begroting, de markt. Europa was vooral een economisch project; het draaide om de regels, om een gelijk speelveld voor bedrijven en consumenten. De besluitvormingsmachinerie in de EU was daarvoor geperfectioneerd. Maar die machinerie was niet geëquipeerd om met een crisis om te gaan, met een situatie van gevaar. Onder druk van de omstandigheden, en niet van ganser harte, is het vermogen om wél snelle, zware besluiten te nemen toegenomen; dat zie je bij alle crises van de afgelopen twaalf jaar. Dat noem ik gebeurtenissenpolitiek. Heel zichtbaar daarbij is de rol van nationale leiders, van premier Rutte, bondskanselier Merkel en president Macron. Die rol wordt steeds belangrijker. Macht en invloed van de Europese Raad van regeringsleiders nemen toe. We kiezen in Nederland weliswaar niet rechtstreeks de premier, maar de parlementsverkiezingen wijzen wel uit wie er in het Torentje komt. En dus ook wie er namens Nederland in de Europese Raad zit, een soort regering op Europees niveau.’

‘De Brexit heeft niet enkel nadelen. Zonder de Britten kun je een stuk sneller handelen’

Deze crisis verschilt van vorige noodsituaties, schrijft u. Op welke punten?
‘In de eerste plaats gaat het nu om de volksgezondheid. Op dat terrein had de EU eigenlijk geen competentie. Dat was in het begin van de pandemie ook het leidende argument van de Brusselse goegemeente om niets te doen, en verklaart het zwakke optreden in de eerste maanden. Maar het werd al snel duidelijk dat dat verweer weinig indruk maakte. De crisis was gewoon te groot, de ontwrichting was te heftig om te kunnen blijven zeuren dat je geen bevoegdheid hebt, of onvoldoende. Inmiddels heeft de EU zich het onderwerp volksgezondheid toegeëigend.

Het tweede verschil is nog pregnanter. Voordat de politieke leiding erkende dat deze pandemie toch een Europese zaak was, klonk er vanuit de zuidelijke landen, en dan vooral Italië en Spanje, een publiek appel op Brussel om iets te doen. De burgers van die landen waren het eerst; ze smeekten om maatregelen. De druk kwam van onderaf. Terwijl die bij de bankencrisis van 2008 bijvoorbeeld van bovenaf kwam. Toen zeiden premier Balkenende, minister Bos en bankpresident Wellink dat er snel iets moest gebeuren om het bankensysteem te redden. De maatregelen werden de kiezers door de strot geduwd, de belastingbetalers moesten ervoor opdraaien. Nu was het publiek eerst, daarna kwam pas het politieke antwoord. Ik heb er het geweldig mooie boek van de Amerikaanse filosoof John Dewey, The Public and its Problems, van een eeuw geleden nog eens op nageslagen. Die publieke roep om steun, om solidariteit, vind ik fascinerend.’

Hoe kijkt u aan tegen de felle kritiek op de vaccinaankopen door de Europese Commissie vanuit Duitsland en de ruzie erover met de Britten?
‘Je zag een onthullende spanning tussen oude en nieuwe politiek. Ambtenaren uit de Brusselse regelfabriek werden namens de EU op pad gestuurd om contracten met lepe farmaceuten af te sluiten, maar ze onderschatten de krachten die deze crisis op leven en dood losmaakt, juist in de publieke opinie. Gebeurtenissenpolitiek betekent verzengende media-aandacht en openbare kritiek, en daar is de Commissie niet aan gewend. Voorzitster Von der Leyen ervoer het met schade en schande, en zal er hopelijk lessen uit trekken.’

U bent beschouwer en hebt dicht bij het vuur gezeten, zowel in Brussel als in Den Haag. Hebt u nooit de aandrang gehad zelf het politieke veld in te gaan, in Nederland of in Europa?
‘Nee. Politiek is echt een ander vak. Dat is een kwestie van beslissingen nemen en ook de steun van kiezers verwerven. Dan moet je avond aan avond zaaltjes toespreken. Ik denk dat ik daarvoor onvoldoende geduld en ijdelheid heb, en simpelweg ook onvoldoende talent. Wat ik nu doe, is mijn manier van politiek bedrijven: ik bied met mijn boeken en columns lezers een bril, een soort 3D-bril zoals in de bioscoop, waardoor je ineens dingen anders ziet waar je zelf niet aan gedacht zou hebben. En ik hoop dat de lezer of de politicus met die bril naar nieuwe gebeurtenissen kan kijken zonder dat-ie mij daarvoor nodig heeft.

De instelling van het coronaherstelfonds is een historische gebeurtenis geweest. Die heb ik in dit boek willen duiden. Het was bijna een heroprichtingsmoment van de euro, in een vergelijkbare situatie als in 1989, toen tot invoering ervan werd besloten. Ook destijds bestond er een heel intensieve samenwerking tussen Parijs en toen nog Bonn, tussen François Mitterrand en Helmut Kohl, hand in hand met Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie. Nu zijn het hun opvolgers geweest: Emmanuel Macron, Angela Merkel en Ursula von der Leyen. Zij hebben laten zien hoe goed Europese politiek kan werken in een crisis.’

Luuk van Middelaar
Luuk van Middelaar (1973) is hoogleraar grondslagen en praktijk van de Europese Unie en haar instellingen in Leiden. Hij studeerde geschiedenis en filosofie in Groningen en Parijs, en promoveerde in 2009 cum laude op De passage naar Europa: geschiedenis van een begin, dat in meerdere talen vertaald is en dat overal in recensies geprezen werd. Van Middelaar was medewerker van EU-commissaris Frits Bolkestein en de speech-writer en adviseur van Herman Van Rompuy, de eerste vaste president van de Europese Raad. Daartussen was hij politiek secretaris van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, in de tijd dat Jozias van Aartsen voorzitter was (2003-2006).

Das europäische Pandämonium. Was die Pandemie über den Zustand der EU enthüllt
Luuk van Middelaar
Suhrkamp
160 blz. | € 16,-