Home Close Reading Marcuse: Vrijheid belemmert zelfstandig denken

Close Reading Marcuse: Vrijheid belemmert zelfstandig denken

Door Sophie van Balen op 28 mei 2018

Close Reading Marcuse: Vrijheid belemmert zelfstandig denken
Cover van 06-2018
06-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Techniek en massaconsumptie hebben ons mak en volgzaam gemaakt. Herbert Marcuse probeert de afstomping ten goede te keren.

In wezen waren vrijheid van denken, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van geweten kritische ideeën, maar in onze maatschappij van overvloed en tevredenheid weerhouden precies deze vrijheden ons ervan om zelfstandig te denken. Met deze ogenschijnlijk paradoxale constatering begint De eendimensionale mens (1964) van de Duits-Amerikaanse academicus en activist Herbert Marcuse, wereldberoemd vanwege zijn steun en deelname aan de studentenprotesten van 1968.

Het notoir ingewikkelde boek is een indringende kritiek op overvloed in de hoogindustriële samenleving. We zitten gevangen in een systeem van schijnvrijheden, van altijd meer moeten werken en altijd meer willen consumeren, en van gemakzuchtige bevrediging. Oppervlakkige vervulling van valse behoeftes – een nieuwe auto, of anno 2018 een nieuwe iPhone – houdt de mens mak en volgzaam. De enige vrijheden die we kennen zijn die om alternatieven te kiezen binnen de status quo: we hebben de economische vrijheid om te kiezen welk beroep we willen uitoefenen, maar niet om geen economische speler te zijn. Dat we hier tevreden mee zijn is levensgevaarlijk, want ‘als de individuen zo geconditioneerd zijn dat in deze bevredigende goederen ook gedachten, gevoelens en aspiraties begrepen zijn, waarom zouden ze dan zelf willen denken, voelen en dromen?’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Het is deze vraag naar multidimensionaliteit, naar het kunnen denken, voelen en verlangen van werkelijk andere dingen dan de status quo, waar het Marcuse om te doen is. De eendimensionale mens is het vermogen verloren om ‘negatief’ te denken, om de mogelijkheden in plaats van de feiten te denken en onze verbeelding te gebruiken om alternatieven te ontwikkelen die de realiteit ontkennen. Negatief denken laat ons zien dat technologische ontwikkelingen ook bevrijdend zouden kunnen werken en dat we allang genoeg produceren om de hele wereld mee te voorzien. Deze kracht van negatief denken is bij uitstek het domein van de kunst. De kunst – en de seksualiteit – ontketenen de menselijke ervaring van het sublieme, maar alleen wanneer ze op afstand staan van de alledaagse beslommeringen. Zodra kunst een massaproduct en daarmee consumptieartikel wordt – Mozart als liftmuziek of de Mona Lisa op een T-shirt – gaat de kunst op in het systeem en vergaat haar negatieve kracht. Om deze inkapseling te keren moeten we de (privé)sfeer herwinnen waarin maatschappelijke normen ons niet beperken en we de feitelijkheid kunnen bevechten, bekritiseren en transcenderen.

‘Omgekeerd werkt afstomping van het geweten door de bevrediging schenkende vrijheden die een onvrije samenleving verschaft een gelukkig bewustzijn in de hand, waardoor men er gemakkelijk toe komt de euveldaden der samenleving te aanvaarden.’ (96)

Bevrediging schenkende vrijheden

De hoogindustriële samenleving staat bekend om haar vele vrijheden, waaronder ook een grote mate van seksuele vrijheid. Maar juist de incorporatie van seks in het alledaagse leven en het publieke domein beperkt ons omdat van de veelzijdige erotiek alleen nog seksualiteit overblijft. Seks is wel ‘bevrijd’ uit de taboesfeer, maar is daarmee ten prooi gevallen aan sociale normen.
 

Afstomping van het geweten

Bevrediging creëert een gewillige geest. De constante inwilliging van onze door de maatschappij gevormde behoeftes onderwerpt de mens en zodoende vergeten we te protesteren wanneer ons een milieuvervuilende vlucht in de schoot geworpen wordt: het genieten verzwakt de redelijkheid van een protest. En omdat het ‘assortiment sociaal aanvaardbare en gewenste bevrediging’ zo uitgebreid is, valt het nauwelijks op dat ons de lust tot dingen die niet samenvallen met de status quo ontgaan is.
 

Gelukkig bewustzijn

Geluk krijgt zelden zo’n negatieve bijklank als bij Marcuse: het gelukkige bewustzijn is on-intellectueel, onkritisch en niet-autonoom. Vooral de uitlaapkleppen van de alomtegenwoordige seksualiteit en agressie spelen een sleutelrol in de continuïteit van het gelukkige bewustzijn, omdat de stroom van oppervlakkige bevrediging onze onvrede verdoezelt. We zijn als het ware verzadigd genoeg om niet te merken dat we eigenlijk ergens anders zin in hadden – en dat de keuze daartoe ons van buitenaf is ontnomen.

Euveldaden der samenleving

Terwijl de overvloed ons bezighoudt met de nieuwste producten vindt de werkelijke strijd plaats aan de randen van ‘onze’ wereld. In de jaren zestig was dit de oorlog in Vietnam, vandaag die in Syrië of in de fabrieken van Primark. De mate van genot die wij gewend zijn maakt het pijnlijk om in te zien dat onze levensstandaard niet houdbaar is, maar dit is wel noodzakelijk: een kritische afstand van onze genotssamenleving kan ons helpen de schellen van onze eigen ogen te verwijderen.