Home Niet-westerse filosofie Confucius: ‘Als vader vadert, zoont de zoon’
Niet-westerse filosofie

Confucius: ‘Als vader vadert, zoont de zoon’

Confucius streed tegen het moreel verval van zijn tijd. Zijn werkwijze zou leiders van nu aan het denken kunnen zetten.

Door Simone Bassie en Michel Dijkstra op 25 februari 2022

Confucius
Cover van 03-2022
03-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Wat zou Confucius doen bij de kassa als hij zag dat iemand voordrong? Hem terechtwijzen? Welnee: ‘Confucius grijpt andermans wan­gedrag aan om na te gaan of zijn eigen gedrag goed is. Hij zou zich afvragen: dring ik nooit voor? Zelfs niet per ongeluk? Anderen kunnen we moeilijk veranderen, maar aan onszelf valt altijd wat te verbeteren.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Deze praktische wijsheid van China’s beroemdste wijsgeer komt uit Confucius spreekt van de Vlaamse sinologen Carine Defoort en Paul van Els. Sinds de vertaling van Confucius’ Gesprekken (2018) door de vorig jaar overleden Kristofer Schipper is dit de eerste belangwekkende publicatie in ons taalgebied over de ‘Leermeester van Tien­duizend Generaties’, zoals hij eerbiedig wordt genoemd. Groot voordeel is dat Defoort en Van Els zich in hun weergave van het confucianisme niet laten leiden door een sterke voorkeur voor het taoïsme, zoals bij Schipper soms wel het geval was. Bovendien hebben ze hun boek conform Confucius’ Gebloemleesde uitspraken opgezet als een losse verzameling wijsheden en die van een kort, maar gedegen commentaar voorzien. Zo komt de lezer op speelse wijze in aanraking met het gedachtegoed van de Meester.

Anderen kunnen we moeilijk veranderen, onszelf wel.

Ken je plaats

Het is bewonderenswaardig hoeveel inzicht in Confucius’ leer de auteurs overdragen in een luttele twee pagina’s. Zo becommentarieert Defoort de emblematische zin ‘Jun jun chen chen fu fu zi zi’. Ook als je geen Chinees kent, zie je dat deze frase alleen uit herhalingen bestaat. Meestal wordt Confucius’ uitspraak zo vertaald: ‘Laat de heer werkelijk een heer zijn, de minister werkelijk een minister, een vader werkelijk een vader en een zoon werkelijk een zoon.’

Achtergrond van deze spreuk is het morele verval dat Confucius (551-479 v.Chr.) in zijn tijd bespeurde. Hij probeerde het tij te keren door zich op te werpen als een ethische representant van het verleden, de door hem geïdealiseerde periode van de Zhou-dynastie. In dit archaïsche tijdperk uit de Chinese geschiedenis kende volgens hem iedereen zijn plaats, waardoor er altijd vrede heerste. Het woord ‘werkelijk’ in de standaardvertaling van Confucius’ uitspraak houdt dan ook in dat de vorst zich verantwoordelijk moet gedragen en zo het respect van zijn volk wint, net als een goede vader gerespecteerd wordt door zijn zoon.

Medemenselijkheid

Defoort stelt echter dat je de uitspraak van Confucius op minstens drie manieren kunt vertalen. De eerste luidt: ‘Als de heer heert, dan ministert de minister. Als de vader vadert, dan zoont de zoon.’ Het werkwoord ‘heert’ bestaat natuurlijk niet in het Nederlands, maar geeft wel precies de dynamiek van de rol van heer aan: een goede bestuurder is constant bezig om zijn integriteit te belichamen. Lucide merkt Defoort op dat Confucius volgens deze vertaling de taak het goede voorbeeld te geven bij de top van de politieke en familiehiërarchie legt, namelijk de heer en de vader: ‘Als zij zich naar behoren gedragen, dan volgt de rest vanzelf.’

Volgens een tweede mogelijke vertaling zegt Confucius het volgende: ‘Als de heer heert en de minister ministert, dan vadert de vader en zoont de zoon.’ Volgens deze woorden ligt het goede voorbeeld alleen in het politieke domein. Als vorsten en ministers immoreel gedrag vertonen, dan komt dit ook voor onder het volk en in de familie.

Ten slotte kunnen we de eerste twee vertalingen vermengen tot deze: ‘Als de heer heert, dan ministert de minister, vadert de vader en zoont de zoon.’ Zo ligt de volledige morele verantwoordelijkheid bij de bestuurder: hij dient het toonbeeld van medemenselijkheid en rechtvaardigheid te zijn. Defoort geeft overtuigend aan dat deze laatste duiding waarschijnlijk Con­fu­cius’ bedoeling is, want zijn uit-spraak over de maatschappelijke hiërarchie is een antwoord op de vraag van een zekere hertog Jin. Die is het meteen met de Meester eens en vindt dat iedereen zich netjes moet gedragen, omdat er anders niet genoeg eten voor iedereen is. Dit antwoord toont dat de hertog er niets van begrepen heeft, want dit gebrek aan voedsel zou volledig het gevolg zijn van zijn eigen immoraliteit. Hij is niet bereid de fout bij zichzelf te zoeken. Wie weet zet dit schrandere boek leiders aan het denken. Of ze nu in de rij bij de kassa staan, of op het pluche zitten.

Confucius spreekt

Confucius spreekt
Carine Defoort en Paul van Els
Pelckmans
182 blz.
€ 22,50