Home Aandachtig leven
Aandacht

Aandachtig leven

Aandacht is een vorm van onbevangenheid. Kun je dat leren, onbevangen zijn?

Door Frank Meester op 17 februari 2009

Aandacht is een vorm van onbevangenheid. Kun je dat leren, onbevangen zijn?

02-2009 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Als we aandachtig naar de wereld buiten ons kijken, vergeten we onze projecties en vooroordelen, en zien we de werkelijkheid buiten ons zoals die is.’ Aandacht is volgens de Amsterdamse filosofe Mariëtte Willemsen een sleutelwoord bij onze poging minder zelfzuchtig te leven. ‘Aandacht is onzelfzuchtig. Aandachtig kijken naar de mensen en de dingen om je heen kan helpen om alles in een breder perspectief te zien en zo van jezelf weg te raken.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘Ontzelving’ noemt Iris Murdoch dat, de Ierse schrijfster en filosofe op wie Willemsen zich vaak baseert. In het artikel ‘De idee van volmaaktheid’ illustreert Murdoch dit met een verhaal van een moeder en een schoondochter. De moeder is niet zo dol op haar schoondochter. Ze vindt haar te vrijpostig, onbeschaafd, te weinig formeel en erg onvolwassen. Toch besluit ze om een poging te doen haar onbevangen te bekijken. Door haar vooringenomenheid opzij te zetten – en op een afstand aandachtig naar haar schoondochter te kijken – stelt ze haar oordeel bij. Het vrijpostige gedrag van haar schoondochter ziet ze nu als spontaan, haar onbeschaafdheid lijkt vanuit een aandachtige blik meer op eerlijkheid en haar onvolwassenheid zou je net zo goed vrolijkheid kunnen noemen. De boodschap is hier niet: als je maar goed kijkt, zul je zien dat ieder mens deugt. Maar eerder dat je door je eigen projecties opzij te zetten tot een realiteitszin komt die uiteindelijk zelfs tot gemoedsrust en geluk kan leiden. Maar pas op: die gemoedsrust of dat geluk moet niet het doel worden. Dan zou de aandachtige houding juist weer zelfzuchtig zijn. Liefdevolle aandacht is het doel op zich.

Medelijden

Willemsen: ‘Aandachtig leven is een houding die je langzaam aanleert. Het doet denken aan de manier waarop je je karakter vormt – dat gaat ook niet ineens, maar als het is gevormd, zul je in een bepaalde situatie steeds op dezelfde manier handelen. Aandachtig leven leer jein een reeks van kleinere beslissingen. Het is geen zwaarwichtig moment. Niet: “Nu ga ik aandachtig leven.” Het schuilt ’m juist in alledaagsheid: iemand laat wat vallen, en je ziet dat hij er niet bij kan. Wie aandachtig leeft, zal geneigd zijn het voor hem op te rapen. En zal daarmee ook de volgende keer gespitst zijn op iemand die hulp nodig heeft. Keuzes zijn telkens slechts een soort laatste zetje in een proces van aandacht.’

Maar hoe kun je je inleven in een ander? Is aandacht misschien een vorm van medelijden? ‘Ik denk het wel’, reageert Willemsen. ‘Maar medelijden is, met het oog op het onzelfzuchtige van aandacht, wel heel problematisch. Friedrich Nietzsche heeft dat duidelijk laten zien. Hij zegt dat medelijden niet altruïstisch is, maar juist egoïstisch. Je projecteert jouw eigen gevoelens op de ander. Je bent dus eigenlijk jezelf aan het helpen. Het gaat je helemaal niet om de ander. Als je de ander echt wilt helpen, moet je volgens Nietzsche “een hard bed” voor hem zijn. Je helpt je vrienden niet door begrip op te brengen voor hun zwakheden en ze de hand boven het hoofd te houden. Dat is zelfs kleinerend.’

Willemsen vindt de kritiek van Nietzsche heel wezenlijk. ‘Maar volgens mij kun je met het werk van Murdoch in de hand een vorm van medelijden verdedigen die niet egoïstisch en vernederend is. Namelijk medelijden in combinatie met aandacht. Murdoch maakt daarbij een onderscheid tussen fantasie en verbeelding. Als je fantaseert, projecteer je jouw gevoelens op de ander – vaak gevoelens van angst omdat je vooral gericht bent op je eigen welzijn –, waardoor je de ander niet echt recht doet en inderdaad, zoals Nietzsche beschrijft, met jezelf bezig bent. Door aandachtig te kijken, gebruik je je verbeelding. Dan ben je niet je eigen gevoelens op de ander aan het projecteren, maar probeer je je daadwerkelijk in te leven in diens gedachten en gevoelens. Daar is verbeelding voor nodig: je moet je kunnen voorstellen hoe de ander leeft, en waarom hij de dingen doet zoals hij ze doet. Aandachtig medelijden, waarbij de verbeelding dus een rol speelt, is niet egoïstisch. Het is een onpersoonlijk medelijden: een compassie die losstaat van je eigen angsten en preoccupaties.’

Afstand nemen

Maar begrijpen wij de ander niet altijd vanuit onze eigen gedachten en gevoelens, die wij dan zogenaamd in de ander herkenen? Willemsen: ‘Natuurlijk is het moeilijker iemand te begrijpen met wie je geen gedeelde wereld hebt. Je denkt snel: dat heb ik ook. Dan is er nog wel een verschil tussen iemand die zegt: “Dat heb ik ook!”, en vervolgens zijn verhaal vertelt, en iemand die dat denkt en van daaruit die ander probeert te begrijpen. In het eerste geval gaat de inleving ten koste van de aandacht en dus van de ander, in het tweede geval niet.’

Die aandachtige houding aannemen is niet gemakkelijk. Je kunt je wel voornemen om aandachtig te zijn, maar dat kan leiden tot krampachtig gedrag. Er is een mooie passage in Wachten op God van de Franse filosofe Simone Weil waarin ze het heeft over aandacht. Ze schrijft over het onderwijs. Ze vertelt – en ze spreekt hier uit ervaring – dat leerlingen bij aandacht een heel verkeerde voorstelling hebben. Dat komt doordat de docent zegt dat ze goed moeten opletten, waarna ze erg hun best doen. Ze spannen hun kaakspieren en fronsen hun wenkbrauwen. Dat is een houding waarbij je juist veel dingen zullen ontgaan, zegt Weil. Ze zijn er meer mee bezig of ze goed overkomen dan dat ze onbevangen luisteren naar de les. Aandachtig zijn is dus geen daad van wilskracht. Het is eerder onbevangen dan afdwingbaar.

Willemsen wijst op het verschil tussen aandacht en goede bedoelingen. ‘Kijk bijvoorbeeld naar het opvoeden van je kinderen. De meeste ouders hebben de beste bedoelingen: ze zijn betrokken en nemen veel tijd voor hun kinderen. Toch maken ze wel eens de verkeerde opvoedkundige keuzes of zien ze de dingen in een verkeerd licht. Als het om je eigen kinderen gaat, zit je vanuit je goede bedoelingen misschien wel te dicht op ze. Daardoor ontsnapt er veel aan je aandacht. Het kan dus helpen om afstand te nemen, en dat geldt niet alleen voor het opvoeden van kinderen. Vanaf een afstand – een tijdje weg, met iemand praten, even kijken naar de situatie alsof je er niet middenin zit – kun je alles beter zien.’

Kijken naar mooie dingen

Omdat het besluit aandachtig te zijn je nog niet vanzelf aandachtig maakt, is Murdoch opzoek naar ‘technieken’ waardoor je aandachtig kunt zijn. Kijken naar mooie dingen is zo’n techniek. Aandacht voor de natuur of voor goede kunst werkt namelijk ontzelvend. In haar roman Henry and Cato beschrijft Murdoch hoe dat gaat. Iemand zit te piekeren over zichzelf. Dan ziet hij een valk vliegen. Even is zijn aandacht helemaal bij de vogelvlucht. Als hij weer terug is bij zichzelf, zijn de zelfzuchtige gedachten op de achtergrond geraakt. Bij aandachtig kijken naar kunst kan dat net zo goed. Door naar een film te kijken ontzelf je. Soms doordat je alles vergeet en in het verhaal opgaat, maar Murdochs voorkeur gaat uit naar kunstwerken die er juist voor zorgen dat je beter naar de wereld kijkt. De voorbeelden uit de kunst die Murdoch gebruikt zijn van grote kunstenaars als Titiaan en Shakespeare. Wat maakt deze kunstwerken ontzelvend en andere niet?

Goede kunst is volgens Murdoch geen fantasiewereld, maar laat daarentegen de echte wereld zien. Als je ernaar kijkt, kun je soms denken: zo is het. Willemsen: ‘Het gaat om onpersoonlijke kunst. Dat betekent niet dat het niet over mensen mag gaan. Zelfs zelfportretten kunnen onpersoonlijk zijn. Murdoch geeft het voorbeeld van de Franse schilder Paul Cézanne. Zijn zelfportretten zijn niet een poging om zichzelf zo mooi of belangrijk mogelijk neer te zetten, maar hij probeert echt naar zichzelf te kijken – met aandacht – om zo wat wezenlijk is aan zijn gezicht op het doek te kunnen vastleggen. Hij is nieuwsgierig naar zichzelf. Dat sluit niet uit dat kunstenaars ook gewoon zelfzuchtig kunnen zijn; kunstenaars zijn ook mensen. Toch denk ik wel bij heel mooie kunst: de maker hiervan kan niet echt zelfzuchtig geweest zijn.’

‘Het is trouwens opvallend dat in de romans van Murdoch vooral zelfzuchtige mensen voorkomen. In haar filosofische werken schrijft ze over aandacht en in haar romans over zelfzucht. Het zijn een soort soaps waarin mensen worstelen met zichzelf. Soms hebben ze even een aandachtig moment, door een kunstwerk of door de natuur zien ze de werkelijkheid in het juiste perspectief, maar meestal loopt het niet goed af. Want aandachtig zijn is niet makkelijk. Onze angsten en ijdelheden liggen altijd op de loer.’