Wat antwoorden denkers van onze tijd op de vier grote vragen van Kant? Dit keer: documentairemaker Julie Ng over cultureel erfgoed.
Volgens Immanuel Kant (1724-1804) past elke filosofie in 4 vragen: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? Wat is de mens?
Wat kan ik weten?
‘In het Noord-Brabantse dorp waar ik ben opgegroeid had mijn vader een Chinees-Indisch restaurant. Babi pangang werd daar vaak besteld, maar thuis aten we het nooit. Dat is voor de Hollanders, zei mijn vader altijd. In de documentaire Meer dan Babi Pangang onderzoek ik de Chinees-Indische restaurantcultuur en mijn eigen verhouding tot mijn Chinese achtergrond. Ik heb me lang verzet tegen mijn Chinese roots. Ik schaamde me ervoor. Als mensen mij vroegen “Ben jij Chinees of Nederlander?”, zei ik altijd: ik ben Nederlands. Punt. Mijn Chinese achtergrond was onlosmakelijk verbonden met discriminatie en racisme. Babi pangang hoorde daar ook bij; eigenlijk was het hele restaurant van mijn vader onlosmakelijk verbonden met racisme.
Julie Ng (1978) is projectmanager bij Waag Futurelab en onderzoeker van de Chinees-Indische cultuur in Nederland, met name op gastronomisch gebied. In 2026 maakte ze de documentaire Meer dan Babi Pangang.
Door deze documentaire te maken ben ik me toch meer in mijn Chinese achtergrond gaan verdiepen. Die kennis heeft mijn leven verrijkt. Voorheen zei ik altijd dat ik tussen twee culturen leef, maar nu leef ik mét twee culturen. Langzamerhand heeft babi pangang ook een andere symbolische betekenis gekregen. Het heeft nog steeds een bittere nasmaak, maar staat ook symbool voor de aanpasbaarheid van de Chinese gemeenschap en voor het harde werken van mijn ouders. En toch: uit principe heb ik het nog steeds niet gegeten.’
Wat moet ik doen?
‘De generatie van mijn ouders wordt ook wel de stille generatie genoemd. Ze stonden niet op de barricades tegen racisme. Dat kun je ze ook niet verwijten. Hun enige doel was overleven en geld verdienen, zodat hun kinderen een beter leven konden leiden. Het waren ook vaak de betalende klanten die stereotyperende “grapjes” maakten, dus ze konden niets anders dan het van zich laten afglijden. De nieuwere generatie Chinese Nederlanders durft zich uit te spreken tegen racisme. Ik doe dat door verhalen te vertellen.’
Wat mag ik hopen?
‘De Chinees-Indische restaurantcultuur – de babi pangang, het afhalen op zondag, het aquarium – is inmiddels Nederlands immaterieel erfgoed. Ik hoop dat we erkennen dat de Chinese gemeenschap een belangrijke positie heeft in de Nederlandse maatschappij. Het is onderdeel geworden van de Nederlandse eetcultuur, dat is nogal een mijlpaal.’
‘Babi pangang is verbonden met racisme, maar is nu ook een positief symbool’
Wat is de mens?
‘Ik denk dat de mens twee kanten heeft. Enerzijds is er de cynische kant van de mens. We zijn het enige wezen dat in staat is zijn eigen leefomgeving te vernietigen. Veel mensen hebben een superioriteitsgevoel en denken dat we beter zijn dan de natuur. Anderzijds zijn we ook ontzettend kwetsbaar. We zijn altijd op zoek naar verbinding, harmonie en betekenis, en daardoor ook in staat tot mededogen. Die kant geeft me dan toch weer een beetje hoop in de mensheid.’

