Ju Quezi vroeg aan Zhang Wuzi: ‘Ik hoorde het volgende van de meester: “De heilige houdt zich niet met profane zaken bezig. Hij is niet op voordeel uit en vermijdt geen schade. Hij schept geen vreugde in winstbejag. Hij volgt Tao niet. Wanneer hij niet spreekt, spreekt hij en wanneer hij spreekt, spreekt hij niet. Zo zwerft hij buiten het stof en het vuil.”
De meester vond dit wilde bewoordingen, maar volgens mij illustreren ze de loop van het mysterieuze Tao. Wat denkt u, mijn meester, ervan?’
Zhang Wuzi antwoordde: ‘Zelfs de Gele Keizer zou versteld hebben gestaan als hij deze woorden had gehoord, hoe zou Confucius ze dan kunnen begrijpen? Bovendien ben jij voorbarig in je beoordeling. Je ziet een ei en dan verwacht je al hanengekraai te horen. Je ziet een boog en dan kijk je al uit naar geroosterde uil. Ik zal proberen je onbevangen iets te zeggen. Luister er ook onbevangen naar. Terzijde van zon en maan houdt de heilige het heelal onder zijn arm. Hij smelt alles samen, laat verwarring voor wat het is en stelt “laag” en “verheven” op één lijn. De doorsneemens slooft zich af. De heilige is onwijs en onwetend. Hij mengt zich in de tienduizend jaren en blijft één, volledig en gaaf. De tienduizend dingen neemt hij alle volgens hun “zo” zijn en laat ze ten opzichte van elkaar intact volgens wat elk is.
Hoe weet ik dat de gehechtheid aan het leven niet op een misvatting berust? Hoe weet ik dat wie de dood verafschuwt niet is als een jongen die verdwaald is en niet weet dat hij eigenlijk naar huis terugloopt?
Vrouwe Li was de dochter van grenswachter Ai. Toen de staat Jin haar nog maar net geroofd had, weende ze dat de tranen over haar boezem stroomden. Maar toen ze in het paleis van de koning was aangekomen, met hem de ruime sponde deelde en vlees van gras en graan etende dieren at, betreurde ze het dat ze had gehuild. Hoe weet ik dat de doden het niet betreuren dat ze vroeger smeekten in leven te mogen blijven?
Het kan gebeuren dat iemand droomt van een drinkgelag en ’s morgens huilt; en ook dat iemand in zijn droom huilt en ’s morgens vrolijk gaat jagen. Terwijl ze dromen weten ze niet dat ze dromen. In hun droom kunnen ze zelfs trachten hun droom te duiden, maar pas als ze ontwaken weten ze dat ze gedroomd hebben. Er bestaat ook het grote ontwaken: daarna weet men dat dit een grote droom is. Maar de dwazen denken dat ze waken en schijnen precies te weten hoe vorsten en herders van elkaar te onderscheiden. Hoe dom! Confucius en jij dromen allebei en ik die zeg dat je droomt, droom evenzo.
Zo’n uitspraak noemt men een paradox. Als we na tienduizend generaties een grote heilige zouden ontmoeten die hem zou kunnen oplossen dan zou het zijn alsof we hem tussen morgen en avond ontmoetten.
Veronderstel dat wij met elkaar redetwisten. Als jij van mij wint en ik niet van jou, heb jij dan werkelijk gelijk en heb ik dan werkelijk ongelijk? Als ik van jou win en jij niet van mij, heb ik dan werkelijk gelijk en heb jij dan werkelijk ongelijk? Heeft de een gelijk en de ander ongelijk? Hebben beiden gelijk en beiden ongelijk? Wij kunnen het niet van elkaar te weten komen zodat anderen daaromtrent zeker in het duister blijven. Wie zal ik erbij vragen om te beslissen? Als ik iemand vraag die het met jou eens is, hoe kan hij dan beslissen, daar hij het immers met jou eens is? Als ik iemand vraag die het met mij eens is, hoe kan hij dan beslissen, daar hij het immers met mij eens is? Als ik iemand vraag die het met ons beiden oneens is, hoe kan hij dan beslissen, daar hij het immers met beiden oneens is? Als ik iemand vraag die het met ons beiden eens is, hoe kan hij dan beslissen, daar hij het immers met beiden eens is? Ik, jij en die ander kunnen het dus niet van elkaar te weten komen. Zullen we dan nog op een ander wachten?
Ook als de klankveranderingen van elkaar afhankelijk zijn is het of ze niet van elkaar afhankelijk zijn. Harmonieer ze in het evenwicht van de natuur en laat ze gaan op de machtige stroom. Dan zul je je levensjaren volmaken. Wat wil zeggen: “Harmonieer ze in het evenwicht van de natuur”? Het betekent dit: “juist” is “niet juist”, “zo” is “niet zo”. Was “juist” werkelijk “juist”, dan hoefde er ook niet geredetwist te worden over het verschil tussen “juist” en “niet juist”. Was “zo” werkelijk “zo”, dan hoefde er ook niet geredetwist te worden over het verschil tussen “zo” en “niet zo”. Vergeet de jaren, vergeet rechtvaardigheid.
Verlustig je in het oneindige, dan zul je ook wonen in het oneindige.’
Halfschaduw vroeg aan Schaduw: ‘Nu eens beweeg je je voort, dan weer sta je stil. Nu eens zit je, dan weer sta je op. Vanwaar dit gebrek aan zelfstandigheid?’
Schaduw antwoordde: ‘Ben ik ergens van afhankelijk om te zijn zoals ik ben? Is datgene waarvan ik afhankelijk ben ook weer ergens van afhankelijk om te zijn zoals het is? Ben ik afhankelijk van de schubben van een slang of de vleugels van een cicade? Hoe zou ik weten waarom ik “zo” ben? Hoe zou ik weten waarom ik “niet zo” ben?’
Zhuang Zhou droomde eens dat hij een vlinder was, een fladderende vlinder. Zelf voelde hij zich als vlinder volledig in z’n element en wist niet dat hij Zhuang Zhou was, tot hij plotseling wakker werd en zich langzaam bewust werd dat hij Zhuang Zhou was. We weten niet of Zhuang Zhou droomde dat hij een vlinder was of dat de vlinder droomde dat hij Zhuang Zhou was. Er bestaat zeker een onderscheid tussen Zhuang Zhou en de vlinder. Dit heet de ‘omvorming der dingen’.
Dit is een bewerkt fragment uit het tweede deel van De innerlijke geschriften van Zhuang Zi (Damon, 2026).
De innerlijke geschriften
Zhuang Zi
vert. René Ransdorp, inl. Michel Dijkstra
Damon
144 blz.
€ 22,90


