Op je werk wordt veel geroddeld. Sommige collega’s vertellen altijd de waarheid en anderen liegen altijd. Als je bijvoorbeeld aan een leugenachtige collega vertelt dat Daan op Bart valt, dan zegt die juist dat Daan een hekel aan Bart heeft. Een collega die de waarheid vertelt, geeft de juiste informatie gewoon door. Nu zijn er drie collega’s van wie je wil weten of ze leugenaars zijn of niet: Anouk, Bob en Casper. Anouk vertelt alles wat haar ter ore komt aan Bob. Bob vertelt alles aan Casper en Casper vertelt alles aan jou. Je zegt tegen Anouk dat Jan miljonair is en een tijdje later hoor je van Casper dat Jan straatarm is. Vervolgens vertel je Bob dat Marieke gescheiden is en dat is ook precies wat Casper je even later vertelt. Dan vraag je Bob rechtstreeks of hij nog een leuke roddel over Jan heeft en hij vertelt je dat Jan miljonair is. Welke collega’s zijn leugenaars?
Oplossing
Anouk, Bob en Casper zijn alle drie leugenaars. Door de eerste roddel over Jan weet je dat er een oneven aantal leugenaars is. Door de tweede roddel weet je dat Bob en Casper beiden leugenaar zijn of beiden de waarheid zeggen. Dat betekent dat Anouk een leugenaar is. Door Bobs laatste opmerking weet je dat Anouk en Bob beiden leugenaars zijn of beiden de waarheid zeggen. Hieruit volgt dat alle drie leugenaars zijn.
