Voor een betere toekomst moeten we terugkijken naar het verleden, vindt Achille Mbembe (1957). In zijn boek De aarde als gemeenschap onderzoekt de Kameroense filosoof, politicoloog en historicus de mogelijkheden voor een toekomst zonder uitsluiting. Daartoe put hij uit Afrikaans gedachtegoed van vóór het tijdperk van de kolonisatie. ‘De toekomst die we willen vereist dat we ingrijpen in het heden, maar ook dat we ons verleden herinterpreteren,’ vertelt hij. Bijvoorbeeld door de Afrikaanse metafysica, die vaak wordt weggezet als ‘primitief’, op waarde te schatten en door oog te hebben voor hoe kolonialisme nog altijd doorwerkt in het nu.
Mbembe is in Nederland om de prestigieuze Spinozalens in ontvangst te nemen, die hem werd toegekend vanwege zijn denken over ‘toekomstbestendige solidariteit’. Het is niet de eerste onderscheiding die hij in de wacht sleept: hij behoort tot de invloedrijkste denkers binnen de dekoloniale filosofie. Toch is Mbembe bescheiden. Na afloop van het interview zegt hij dankbaar te zijn voor the voyage, de reis, en zo voelt het gesprek inderdaad. Mbembe denkt bij elke vraag zichtbaar na, om vervolgens rustig en genuanceerd te antwoorden. Met zijn denkhouding belichaamt hij zijn ideeën over het belang van relaties en openheid, die volgens hem de basis vormen van een betere toekomst.
Die toekomstvisie werkt hij uit in het recent naar het Nederlands vertaalde De aarde als gemeenschap, het slotstuk van een trilogie. De namen van de eerdere delen, Necropolitiek en Brutalisme, suggereren al dat de weg naar een betere toekomst voor Mbembe niet over rozen gaat. Hij vertrekt vanuit de zwartste bladzijden uit de wereldgeschiedenis: oorlog, slavernij, kolonialisme. Dat laatste, kolonialisme, bestaat volgens Mbembe niet alleen uit het toe-eigenen van grondgebieden of het onderwerpen van bevolkingsgroepen. ‘Kolonialisme is ook een manier van denken.’
Wat houdt dat in, koloniaal denken?
‘Het koloniale denken is onlosmakelijk verbonden met wat we “moderniteit” noemen en gaat ervan uit dat een bepaalde vorm van de mens, namelijk de witte man, het toppunt van de schepping is. De overtuiging is dat de rest van de wereld in dienst staat van deze specifieke vorm van de mens en dat deze mensvorm in staat is of in elk geval ernaar streeft om alles te weten.
Achille Mbembe (1957) is een Kameroense filosoof en historicus. Hij is hoogleraar geschiedenis en politiek aan de Witwatersrand-universiteit in Johannesburg en schrijft over kolonialisme, digitalisering, racisme en klimaat. Zijn boeken De la postcolonie (‘Over de postkolonie’, 2000), Kritiek van de zwarte rede (2013) en Necropolitiek (2019) gelden als klassiekers binnen de dekoloniale filosofie. In 2025 kreeg hij de Spinozalens uitgereikt en verschenen drie van zijn werken, waaronder De aarde als gemeenschap, in Nederlandse vertaling bij Boom.
Weten begint volgens het koloniale denken met ontleding: je snijdt iets in stukjes om de eigenschappen van elk onderdeel te leren kennen en vervolgens voeg je wat je over de fragmenten weet samen om tot kennis van het geheel te komen. Het proces van kennisverwerving verloopt dus via classificaties en hiërarchieën: wat komt eerst, wat komt daarna, wie beheerst wat. Deze manier van denken wordt ook toegepast op mensen, bijvoorbeeld door ze in te delen in “rassen” en deze te rangschikken. Zo beland je eind zeventiende eeuw bij een structuur van weten die doordrenkt is van racisme.
Het toppunt van dit koloniale denken is het “techno-solutionisme”, het idee dat alles berekenbaar is en elk probleem kan worden opgelost met behulp van technologie. Met wiskunde, statistiek en codificatie zouden we alle dingen kunnen doorgronden en totale kennis kunnen bereiken. Die hoogmoed is de ultieme belichaming van de koloniale geest.’
Brutalisme
De neiging om alles in hiërarchieën te plaatsen, uit zich niet alleen in het denken, meent Mbembe, maar ook in een vorm van uitbuiting die hij ‘brutalisme’ noemt. Hij ontleent de term aan een twintigste-eeuwse stroming in de architectuur, waarin de aandacht wordt gevestigd op het bouwmateriaal zelf. Mbembe gebruikt de term voor een manier van denken waarbij materie, levende wezens en zelfs mensen enkel worden gezien als grondstof. Denk aan de manier waarop we met natuurlijke hulpbronnen omgaan: als zielloos materiaal dat we zonder scrupules kunnen opeisen, bewerken en verspillen. ‘Maar de geschiedenis van materie laat zien dat materie zelf leeft,’ zegt Mbembe, ‘en dat het in staat is om zelfstandig te handelen’.
Hoe kan materie handelen?
‘Neem de oceanen: die zitten vol energie, vol leven, en wij hebben nauwelijks invloed op hun bewegingen. Net zomin hebben we controle over geologische processen zoals vulkaanuitbarstingen, of over wanneer het regent of over de kracht van de zon.
Ik noem deze grote entiteiten, maar ook planten en dieren hebben een eigen leven en een eigen energie en ze reageren op onze acties. Om de mogelijkheid van leven op aarde – de enige planeet waar leven gegarandeerd is – te beschermen, moeten we afstappen van de koloniale mentaliteit om materie puur als grondstof te beschouwen en moeten we nieuwe manieren bedenken om met de medebewoners van onze planeet om te gaan.’
‘Schuld kan een onbetaalbaar geschenk zijn’
Voor die nieuwe omgangsvormen kijkt u naar prekoloniaal Afrikaans gedachtegoed. Wat kunnen we leren van dit continent?
‘Het verleden van Afrika is ontzettend diep – de mensheid is hier ontstaan – en er bestaat een zekere wijsheid die voortkomt uit het feit dat je er al zo lang bent: een vorm van onthechting, een vermogen tot veerkracht, een gevoeligheid voor duurzaamheid. Om de wereld van vandaag te begrijpen hebben we zo’n dimensie van diepe tijd nodig, en ik vind die in prekoloniale Afrikaanse metafysica.
In tegenstelling tot het koloniale denken hebben oude Afrikaanse volken, zoals de Dogon in Mali, oog voor wat we niet kunnen weten. Afrikaanse metafysica gelooft dat kennis grenzen heeft en dat we ons niet alles kunnen toe-eigenen. Er is een domein van het bestaan dat tot het rijk van het onberekenbare behoort; de waarde van een leven is bijvoorbeeld niet in cijfers te vangen. Het belang van wat niet te berekenen en toe te eigenen is, maakt dat we onze relaties met alles wat er bestaat zorgvuldig moeten vormgeven. We kunnen alleen in vrede met de kosmos leven wanneer we al het leven in harmonie brengen.’
Tekst loopt door onder afbeelding

Utopie
Als onze huidige omgang met de wereld niet houdbaar is, hoe moet deze er dan wel uitzien? Daarvoor verwijst Mbembe naar de Caribische dichter en filosoof Édouard Glissant (1928-2011) en diens concept van de ‘Al-Wereld’. Dit wereldbeeld van Glissant wordt gekenmerkt door een gebrek aan ‘zelf-insluiting’: we scheiden ons niet meer af van anderen op basis van onze nationaliteit, afkomst of religie, maar vormen relaties met het leven om ons heen en proberen de wereld vanuit andermans perspectief te bezien. Zo kunnen we van de aarde een utopie maken, meent Mbembe. Hij noemt deze utopie een ‘planetaire democratie’ waarin scheidingen op basis van identiteit, soort of bezit vervallen en waarin we niet alleen verstrengelingen vormen met andere mensen, maar ook met ‘aarde, vuur, lucht, water en wind, kortom, het levende.’
Maar deze toekomstvisie is nog lang geen werkelijkheid. In het huidige tijdperk domineren volgens Mbembe ‘relaties van vijandschap’, waarin we anderen vooral als een bedreiging beschouwen voor ons leven, onze vrijheid of ons bezit. Dat leidt tot wat hij ‘necropolitiek’ noemt: machthebbers bepalen welke levens mogen worden opgeofferd of blootgesteld aan geweld en veranderen hele bevolkingsgroepen in ‘levende doden’ door slavernij, apartheid of onderdrukking.
Geweld en uitbuiting zijn veelvoorkomend. Hoe kunnen we van mensen verwachten dat ze harmonieus samenleven met degenen die hen onderdrukt hebben?
‘In Zuid-Afrika bestond eeuwenlang een necropolitiek systeem, gebaseerd op vijandige relaties: racisme, uitbuiting van grondstoffen en onderwerping van met name zwarte mensen. Deze situatie is veranderd omdat maatschappelijke organisaties tegen het systeem vochten, deels ook met geweld. En op een gegeven moment werd overeengekomen dat er een nieuw systeem moest komen. Dat vergde lange onderhandelingen, want uiteindelijk kom je alleen via dialoog tot een compromis. Zo werd een proces opgezet van verzoening en herstel, gebaseerd op waarheid en gerechtigheid. Ik zeg niet dat we er in Zuid-Afrika al zijn, maar er is wel een duidelijk verschil met de situatie in Israël en Palestina bijvoorbeeld. Daar is een andere weg gekozen en we zien tot welke catastrofes die leidt.’
We moeten schuld uit het verleden dus onder ogen komen en proberen te herstellen. U schrijft zelfs dat er geen gemeenschap kan bestaan zonder schuld.
‘Een gemeenschap is het resultaat van de schulden die in het verleden zijn opgebouwd. Maar ook, en dat beseffen we nu meer dan ooit, van onze schulden ten opzichte van de toekomst. Stel dat een land vol zit met ruwe mineralen. Onze generatie mag niet alles consumeren en niets overlaten voor degenen die na ons komen. We moeten onze samenlevingen en instellingen zo inrichten dat deze natuurlijke reserves niet direct worden verbruikt, maar een schat worden die meerdere generaties met elkaar delen. We worden niet terugbetaald voor wat we achterlaten voor de komende generaties, omdat we er dan toch niet meer zijn. Maar die generaties zullen het op hun beurt doorgeven aan degenen na hen. Zo wordt elkaar iets verschuldigd zijn een onbetaalbaar geschenk.’
Hoe zou het leven in een planetaire democratie er concreet uitzien?
‘Dat kan ik niet zeggen. Een van de belangrijkste kenmerken van de toekomst is dat ze vaak buiten onze voorspellingen valt. In die zin is de toekomst vooral een bundel van waarschijnlijkheden, maar wel een die openstaat voor menselijk ingrijpen. Die openheid is belangrijk, juist nu er zoveel krachten aan het werk zijn om alles af te sluiten: grenzen worden gesloten, mogelijkheden om te overleven kapotgeslagen. Dus hoe zorgen we ervoor dat we open blijven voor andere mogelijkheden? Dat is waar het mij om draait. We moeten ons inzetten om de toekomst te veranderen in de door ons gewenste richting, maar het einddoel blijft een horizon. Je beeldt het je in en denkt: ja, ik zie het, het is daar! Maar wanneer je er komt, blijkt het altijd weer voor je te liggen.’
De aarde als gemeenschap
Achille Mbembe
Boom
256 blz.
€ 29,90


