Home Aandacht Zoeken naar het juiste ritme in de 24-uurs-economie
Aandacht

Zoeken naar het juiste ritme in de 24-uurs-economie

De winkel is altijd open en werk beperkt zich niet langer van negen tot vijf. Collectieve ritmes zijn verleden tijd; ieder deelt z’n eigen tijd in. Maar wanneer neem je rust? Over het belang van een natuurlijke en gedeelde tijdsindeling.

Door Marli Huijer op 16 september 2008

Zoeken naar het juiste ritme in de 24-uurs-economie
08-2008 Filosofie magazine Lees het magazine

Hoe vaak zeggen we niet dat we niet aan dingen toekomen omdat we te weinig tijd hebben? Een sabbatical, onbetaald verlof, ontslag of pensioen lijkt dan uitkomst te bieden. We kijken reikhalzend uit naar het moment waarop er alle tijd zal zijn om die dingen te doen die we altijd al hadden willen doen. Maar als het moment daar is, ontbreekt de motivatie of inspiratie, en komt er van de lang gekoesterde wens niets terecht.
Een bekend voorbeeld, in vele varianten verteld, is het verhaal van de man die in een zomervakantie een roman schrijft. Tot zijn verrassing wordt die een bestseller. Hij besluit daarop ontslag te nemen, zodat hij een oude droom kan realiseren: hij wordt fulltime schrijver. Dag in dag uit zit hij achter zijn bureau, klaar om te schrijven. Maar er gebeurt niets. Alle tijd ten spijt krijgt hij geen letter op papier.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Voor dit verschijnsel zijn vele oorzaken aan te wijzen. Wat vaak wordt onderschat, is dat de tijdsbeleving bij een sabbatical verandert. Op het eerste gezicht lijkt het dat je een volle werkweek aan tijd wint. Alsof je zomaar veertig uur in de schoot geworpen krijgt. Maar een uur op zich zegt weinig. Tijd krijgt pas zin en betekenis als deze wordt gestructureerd door een ritme, met terugkerende motieven en een herkenbare maat. Een verjaardag bijvoorbeeld, krijgt betekenis omdat die ieder jaar terugkeert. Zou je veel vaker jarig zijn, of op onvoorspelbare dagen, dan zou die verjaardag in feite niet veel meer te zeggen hebben. Het ritme van de werkweek is herkenbaar aan vergaderingen en afspraken, en aan terugkerende rustdagen. Bij een sabbatical valt dat ritme weg. Als je er niet in slaagt om een nieuw ritme te vinden, dan blijven de uren letterlijk leeg. Ze kruipen voorbij, terwijl aan het einde van de dag de uren voorbij zijn gevlogen, omdat je tot niets bent gekomen.

Gezamenlijke momenten
Het valt niet mee om in je eentje een goed ritme te vinden. Wat dat betreft is de term sabbatical misleidend. Het begrip bestaat al duizenden jaren, maar dan juist als omschrijving van een collectief rustmoment. In het Bijbelboek Leviticus wordt het begrip gebruikt om het sabbatsjaar aan te duiden: eens in de zeven jaar mag het land niet bezaaid en de wijngaard niet besneden worden. Het getal zeven komt overeen met de zevende dag, de dag waarop het werk wordt stilgelegd. Gezamenlijke momenten van rust boden de gemeenschap ruimte voor feesten, rituelen en contemplatie.

Gemeenschappelijke ritmes zijn het resultaat van een lange menselijke geschiedenis. In zijn essay over tijd laat de socioloog Norbert Elias zien hoe mensen in de loop van de evolutie stap voor stap het besef van tijd opbouwden. Onze hedendaagse omgang met tijd is slechts mogelijk dankzij de kennis die van generatie op generatie is ontwikkeld, uitgebreid en overgedragen. De ritmes en ideeën over tijd zoals wij die kennen, zouden niet in één mensenleven uitgevonden kunnen worden.

De collectieve rustdagen die in dit proces zijn ontstaan, sluiten aan bij de ritmes van het menselijke lichaam, en daarmee bij het ritme van de zon en de maan. Een goede nachtrust, het met regelmaat nuttigen van de maaltijd, wekelijkse rust en op het seizoen afgestemde lichamelijke inspanning zijn eeuwenoude recepten voor een goed leven. Aristoteles, die van eerder datum is dan de Bijbel, onderstreepte al het belang van voldoende slaap.

Momenten van rust zijn heel lang gemeenschappelijk geweest. Tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw waren de winkels na zessen gesloten, hadden kinderen middagpauze van twaalf tot half twee, zat het werk er na vijven op, stond het avondeten rond zes uur klaar, zond de televisie alleen ’s avonds uit, had iedereen tegelijkertijd schoolvakantie en was op zondag alles dicht. Een onderbreking of sabbatical van meer dan twee of drie weken was in het naoorlogse Nederland een zeldzaamheid.

Een groot voordeel van al die ritmes is dat ze voorkomen dat mensen zich voortdurend afvragen wat de zin van het bestaan is. Collectieve ritmes, routines en vaste tijdspatronen helpen het individu om het leven als zinvol te ervaren – of eigenlijk om te zorgen dat die vraagt niet opkomt. De vraag of iets zinvol is om te doen hoeft niet gesteld te worden als er een vaste tijdsordening is. Het staat niet ter discussie dat er ’s ochtends koffie wordt gedronken en dat er rond het avonduur eten op tafel moet staan. Je doet gewoon je ding, en verder is er geen reden tot zeuren.

Keuzes vragen overleg

Tegenwoordig is er van collectieve ritmes niet veel over. Individualisering, commercialisering en secularisering zijn daar debet aan. Mensen hebben geen zin meer om te leven volgens vaste tijdspatronen, die ze met buren, collega’s of familieleden delen. Ze laten zich niet door de kerk, televisie, werkgever, winkel of sportvereniging voorschrijven hoe ze hun dag of week moeten indelen. Dankzij de 24-uurs-en-7-dagen-per-week-economie kan ieder individu de tijd naar eigen voorkeur indelen. Collectieve rust-, verlof- en vakantiedagen zijn tot een minimum beperkt. Ook de toename van het aantal religies binnen de samenleving heeft bijgedragen aan de teloorgang van collectieve ritmes. Voor de moslim is de vrijdag de gebedsdag, voor de jood is de zaterdag de rustdag, voor de christen de zondag. Ook de dag, het tijdstip en de duur van het vasten verschillen per religie.
Ieder van ons wordt geacht zelf in de gaten te houden wanneer hij een periode van rust nodig heeft. Niet de overheid, de kerk of de gemeenschap, maar het individu bepaalt waar in de week, het jaar en het leven de adempauzes worden ingelast. Vakbonden, werknemers en politici sluiten hierop aan. Ze zijn heilig overtuigd van het nut van verloven, vakantie- en atv-dagen. Een verlof hier en daar in het leven is goed, omdat het zorgt voor een betere balans tussen zorg, werk en vrije tijd. Een mens moet er, naar hun mening, bij tijd en wijle even helemaal uit. Dat geeft de ruimte om na te denken over het bestaande werk, om de motivatie te hervinden, een carrièreswitch te maken, zorg en werk nog beter op elkaar af te stemmen, of om lichamelijk en geestelijk weer in evenwicht te geraken. De commissie-Bakker, die afgelopen juni haar rapport aan de regering uitbracht, beschouwt verloven en sabbaticals als een probaat middel om de arbeidsparticipatie te verhogen. Flexibilisering en de ruimte om zelf te bepalen wanneer je wat doet, zijn de toverwoorden van de hedendaagse economie. Maar ze stellen het individu voor de zware taak om los van conventies, sociale tijdsregiems en gezamenlijke ritmes een eigen levensritme te ontwerpen. Daar kun je moedeloos van worden.

Verander niet te snel

Het idee is dat een individu helemaal zelf zijn tijd kan indelen. Sterker nog: dat dit hem vrijheid schenkt. Managers, personal coaches, organisatiedeskundigen, filosofen en psychologen overspoelen de markt daarbij nog met persoonlijke adviezen, boeken, tijdschriften en cursussen over tijdmanagement, het zelf indelen van tijd en tijd als levenskunst. Wat daarbij over het hoofd wordt gezien is dat we de tijdsritmes die passen bij het individuele en sociale leven niet zomaar kunnen kiezen. De tientallen jaren die een mens leeft, vallen in het niet bij de duizenden jaren waarin de collectieve ritmes zijn ontstaan die het menselijke samenleven stuurden. Het getuigt van overmoed om te denken dat een mens dat in één leven kan evenaren. Bovendien is het maar zeer de vraag of het echt meer vrijheid schenkt. Zodra de vastigheid van gemeenschappelijke ritmes wegvalt, moeten we over elk tijdstip nadenken. Wat is het juiste moment om op te staan, te werken, een kind naar bed te brengen, te sporten of aandacht aan anderen te geven? Het tijdstip, de frequentie en de duur van alle activiteiten worden tot een keuzemoment. Een mens kan van ’s ochtends acht uur tot ’s avonds tien uur dubben over wat het goede moment is om boodschappen te doen. Als ze er dan nog niet uit is, kan ze altijd nog naar de avondwinkel, en dus door piekeren tot middernacht. Elke keuze moeten we bovendien overleggen met anderen. Als een van de gezinsleden op een ander tijdstip wil eten, heeft dat gevolgen voor de tijdsindeling van alle anderen. De werknemer die verlof wil opnemen, kan dat pas doen als zijn collega’s bereid en in staat zijn de taken van hem over te nemen. Dat heeft weer consequenties voor de indeling van hun eigen tijd. Schenkt dit voortdurende overleg echt meer vrijheid, vergeleken met de collectieve ritmes van vroeger?

Nu is het onmogelijk om net te doen alsof de flexibilisering van de tijd niet bestaat. Je moet er wat mee, zeker als je toch besluit een lang verlof op te nemen. Er is daartoe eigenlijk maar één raad: verander ‘eigen’ ritmes niet te snel. Op de lange duur leveren regelmatig terugkerende, gezamenlijke, vaste rustmomenten, die niet keer op keer hoeven te worden bijgesteld, meer tijd, rust en vrijheid op dan een vrije periode waarin alle tijd en ritmes in één keer worden stilgezet. Schrap dus niet in één keer de agenda, maar handel niet veel anders dan daarvoor. Deel bijvoorbeeld de dag in als een gewone werkdag, met een duidelijk begin en einde. Maar ook de rest van de dag is het raadzaam niet in één keer het hele levensritme om te gooien. Het stemt moedeloos om voortdurend met partners, collega’s of gezinsleden te overleggen om agenda’s en activiteiten op elkaar af te stemmen. Relaties waarin de ritmes als ‘van nature’ synchroon lopen, voelen prettiger dan relaties waarin de ritmes wringen. Daarom zijn de vaste en gedeelde tijdspatronen van vroeger zo gek nog niet. Iedere dag om zes uur eten is misschien niet meer van deze tijd, maar een bepaalde indeling van de dag, die voor alle betrokkenen ‘natuurlijk’ aanvoelt, is wel zo rustig. Een gezamenlijke maaltijd kan daarbij horen. Als een klein ritueel viert het bovendien het samenzijn, als een symbool in een tijd waarin we het vooral zelf moeten uitzoeken.