Masturberen is taboe omdat het geen doel buiten zichzelf heeft, zegt filosoof Laurens ten Kate. ‘Juist het taboe maakt het spannend.’
Filosoof Laurens ten Kate: ‘Masturberen is taboe, omdat het geen doel buiten zichzelf heeft. In alle seksualiteit raak je tijdelijk jezelf kwijt, je laat de controle los. Seksualiteit doorbreekt daarmee wat de Franse denker Georges Bataille “de instrumentele orde” noemt. Onze hele samenleving staat in het teken van doelmatigheid en controle. Daar moet iets tegenover staan. Er is geen wet zonder overtredingen, geen leven zonder dood en geen openbaar leven zonder de intieme sfeer. Normaal denken we dat de intieme sfeer en de openbare orde los van elkaar staan, maar dat is niet zo. Het abnormale zit altijd midden in het normale. De mens is geen robot, die werkt zonder onderbreking of afwisseling. Juist door de uitlaatklep van de seksualiteit kunnen we zo’n efficiënte, doelmatige samenleving hebben. De orde moet dus doorbroken worden om zijn kracht te laten gelden, is Batailles analyse.
Iedere samenleving kent daarom taboes. Masturberen is daar een van. Iedereen doet het, toch ligt de betekenis ervan in de schaamte en niet in het genot. Juist het taboe maakt het spannend: masturberen is doelloos en mag dus niet. Plaats je seks binnen de instrumentele orde, dan verliest het alle betovering. Een uitlaatklep moet het normale doorbreken. Masturberen is dus veel meer dan met je geslachtsdelen bezig zijn.
Masturbatie leert ons ook iets over politiek. Want politiek gaat over meer dan efficiëntie en doelen behalen: ze is gericht op het creëren van nieuwe mogelijkheden. Dat vereist een breuk met de bestaande orde. Goede politiek is een sprong in het nieuwe, een moment van controleverlies. Politiek en masturbatie volgen dus eenzelfde structuur: door ons er tijdelijk in te verliezen, geven we vorm en betekenis aan onze levens.’
Laurens ten Kate (1958) was universitair hoofddocent filosofie en religiewetenschap aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Hij schreef meerdere werken over Georges Bataille (1897-1962), waaronder zijn proefschrift De lege plaats (1994)
