Er waart een spook door het Westen – om Karl Marx te parafraseren. Het is het spook van het extreemrechtse populisme, natuurlijk. Maar er is nóg een spook, namelijk dat van Marx zelf. Vele commentatoren zeggen dat de boosheid van de ‘onzichtbare’ witte man (en vrouw) komt door de tegenstelling tussen arm en rijk. De witte onderklasse neemt wraak – het kapitalisme graaft nu eenmaal zijn eigen doodgravers, zoals Marx ooit stelde.
Dat het in de Verenigde Staten op zijn minst veel genuanceerder ligt, laten de cijfers over het electoraat duidelijk zien. In Nederland is het zelfs bijzonder twijfelachtig. Het CBS meldt ons dat de economie al tien kwartalen stevig aantrekt. Sinds 2001 zijn de netto-inkomensverschillen klein en stabiel.
It’s not the economy, stupid. Maar wat dan wel? Misschien is juist het probleem dat niemand nog veel waarde hecht aan feiten en cijfers. De populistische tactiek om feiten te negeren en karikaturen van tegenstanders te verspreiden net zo lang tot iedereen je gelooft, is steeds meer gemeengoed. Het gaat niet meer om de waarheid, maar om het pakkende verhaal. En apocalyptische verhalen over puinhopen, ondergang, een liegende elite et cetera, doen het nu eenmaal goed.
Daar kunnen we heel somber over doen – en dat moet ook. Maar het leert ons ook iets. 35 jaar nadat de Franse filosoof Jean-Francois Lyotard ‘het einde van de grote verhalen’ afkondigde, blijkt dat een samenleving zonder groot of bindend verhaal uit elkaar valt. Populisten hebben dat goed begrepen; veel kiezers vinden bij hen een betekenis die de traditionele, rationele politiek niet meer kan geven.
Dit nummer gaat over de kracht van verhalen. Filosofie Magazine organiseert op 11 december ook het festival De verhalenvertellers. We willen tegenover de alarmerende verhalen van populisten, die angst exploiteren, optimistische verhalen zetten. Verhalen die begeesteren, tot de verbeelding spreken – die de feiten of cijfers niet negeren, maar tot leven brengen.