Home Stelling: Verwondering onderscheidt mens van machine

Stelling: Verwondering onderscheidt mens van machine

Door Elize de Mul, Paul van Tongeren en Alicja Gescinska op 27 juni 2016

07-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

Elize de Mul

Promovendus techniekfilosofie
Ik heb iets machinaals. Jij eveneens. Je ademt, je loopt, je pakt, tilt, grijpt, kijkt, houdt je evenwicht. En dit doe je doorgaans zonder hier al te veel bij stil te staan. Doe je dit wel, dan heeft dit vaak letterlijke stilstand tot gevolg. Want ademen, dat is toch een vrij wonderlijk mechaniek. In en weer uit, je longen die zich vullen met lucht, die jíj vullen moet met lucht. Of lopen, het ene been voor de ander, en weer opnieuw. Je zou van verwondering vergeten hoe dat ook alweer moest. Wat dat betreft ben ik blij dat de machinale dingen die mij bijstaan in het dagelijks leven een dergelijke verwondering niet lijken te kennen. Dat maakt ze wel zo effectief. Maar daarmee ook een stuk minder vindingrijk en fantasievol. Een moment van verwondering zet mechanieken stil. Wat rest is dan de ontzagwekkendheid der dingen.

Paul van Tongeren

Emeritus hoogleraar ethiek, Nijmegen
Dat verwondering aan de mens is voorbehouden, wordt vooral zichtbaar in het werkwoord: ‘zich verwonderen’. Het typisch menselijke zit namelijk in dat ‘zich’. Taalkundig gezien is het een ‘verplicht wederkerend werkwoord’. Dat betekent dat het niet zonder ‘zich’ kan worden gebruikt. Ik kan niet iets of iemand anders verwonderen dan alleen mezelf. Die ‘zelfbetrekking’ verwijst naar dat mysterieuze zelfbewustzijn, waar machinefreaks minachtend over doen, of dat zij reduceren tot zintuiglijk waarneembare effecten ervan. Maar in de verwondering wordt het op andere wijze ervaarbaar: wie zich over iets verwondert (de schoonheid of het huiveringwekkende van de natuur, de wijsheid van een kind, het eigen bestaan of dat van de werkelijkheid of de grootsheid van het heelal), erkent wat hij niet bevatten kan; hij kent en overschrijdt daarmee zijn eigen grenzen, weet zich verbonden met wat hem te boven gaat; hij transcendeert zichzelf. Dat doen machines niet.
 

Alicja Gescinska

Politiek filosoof, Amherst
Wat mens van machine of mens van dier onderscheidt, is onmogelijk in één enkel begrip of fenomeen te vatten. Verwondering is misschien wel een unieke menselijke eigenheid, maar niet hét unieke kenmerk bij uitstek. Vertwijfeling, de existentiële verstomming die Kierkegaard zo goed beschrijft, is bijvoorbeeld minstens net zo’n wezenlijk deel van onze condition humaine. Je hoort pessimisten wel eens zeggen dat we het vermogen om ons over de wereld te verwonderen verliezen, dat de moderne mens verzadigd is geraakt. Of je hoort ook dat alles nu een wetenschappelijke verklaring krijgt en dat daarmee het wonder uit de wereld verdwijnt. Ik zie dat anders. Hoe meer je van de wereld begrijpt, hoe groter het wonder ervan wordt. Hoe meer kennis er is, des te meer redenen tot verwondering.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.