Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 3/2021

Sacraal

Alicja Gescinska
filosoof, schrijver

In de reacties op de bestorming van het Capitool in Washington trok een veelvuldig gebezigd woordje mijn aandacht. Zowel Republikeinen als Democraten hadden het over een ‘desacralisatie’. Ook Joe Biden veroordeelde het geweld herhaaldelijk in die termen. En in zijn inaugurale rede sprak Biden tot driemaal toe over iets sacraals.

Nu rollen religieuze termen sowieso vlot over Amerikaanse tongen. Een God bless you hier; een praise the lord daar. Je hoeft als Amerikaan niet eens te geloven om die woorden geloofwaardig uit te spreken. Bij ons lijkt het ondenkbaar. Zelfs na inname van geestverruimende, hallucinogene middelen zou ik het me niet kunnen voorstellen: Mark Rutte die de bevolking zegent en over het sacrale van een stemming in de Tweede Kamer begint.

Nochtans is het geloof in iets sacraals van belang, ook in een seculiere samenleving. Leszek Kołakowski sprak ooit van ‘de wraak van het sacrale’. In een wereld waarin religie steeds meer naar de periferie van het bestaan geduwd wordt, blijft het sacrale centraal staan.

Maar wanneer noemen we iets ‘sacraal’? Eind negentiende en begin twintigste eeuw gingen antropologen, sociologen, filosofen en psychologen meer systematisch op zoek naar de betekenis van het sacrale. Emile Durkheim en Mircea Eliade schreven er misschien wel hun belangrijkste werken over. Daarnaast figureert het sacrale prominent in het werk van Rudolf Otto, Max Scheler en Karl Jaspers.
Vaak heeft het sacrale een expliciet religieuze betekenis – denk aan de sacrale versus de seculiere cantates van Bach. Maar het sacrale kan ook een seculiere betekenis hebben. Zo kunnen de grondwet en de politieke instituties een sacraal tintje krijgen. Ook grafschennis– het gebrek aan eerbied voor de doden – heeft iets desacraliserends. Daarvoor hoef je niet in een hiernamaals te geloven. En zo ook heeft kinderlijke onschuld iets buitengewoon sacraals. Wie een kind schaadt, ontneemt de wereld iets van een transcendente puurheid. Het sacrale is datgene wat ongeschonden moet blijven. In de modderpoel die het leven is, is het sacrale een zeldzame zuiverheid.

De eerbied daarvoor is om twee redenen belangrijk. Het sacrale is sociale lijm. Door overgangsriten, specifieke gebeurtenissen en dagen als sacraal te bezien groeit de maatschappelijke verbondenheid. Het zijn gedeelde ijkpunten. Daarnaast helpt het sacrale om ons op het morele pad te houden. Als God dood is, is alles geoorloofd, beweerde Dostojevski ooit. Maar we leven in een wereld waarin God allang dood is volgens velen, en toch zien we dat de mens daardoor niet verwordt tot moreel monster. Omdat de mens blijft geloven dat er aan bepaalde gebruiken, normen en waarden niet te tornen valt. Pas als het sacrale dood is, is alles geoorloofd.