Home Paul van Tongeren: ‘Soms moet je niet te veel denken’

Paul van Tongeren: ‘Soms moet je niet te veel denken’

Paul van Tongeren is filosoof en Denker des Vaderlands.

Door Paul van Tongeren op 19 augustus 2022

Paul van Tongeren column
Cover van 09-2022
09-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Na een lezing kreeg ik als bedankje een bos bloemen. Niet zomaar een boeketje, maar een gigantische bos. Ik kon mijn hand er nauwelijks omheen krijgen. Al voor ik kon bedanken, realiseerde ik me dat mijn vrouw en ik de volgende dag vroeg op reis zouden gaan. Ik overwoog om de bloemen onmiddellijk terug te geven aan de vrouw die ze namens de organisatie had overhandigd. Maar ik bedacht dat men misschien zou denken dat ik met haar flirtte – een gedachte die verried dat ik die avond al een paar keer had opgemerkt hoe mooi ze was.

Omdat het al laat was en ik zeker wilde zijn dat ik de voorlaatste trein niet zou missen, vertrok ik maar snel. Daar liep ik: mijn ene arm omhoog om te voorkomen dat die enorme bos de grond zou raken en in mijn andere hand mijn tas én mijn telefoon, want ik moest al lopend opzoeken hoe ik bij de juiste tram of metro geraakte. Gelukkig was de lezing in Amsterdam en hoefde ik me als voetganger van stoplichten niets aan te trekken. Eenmaal in de tram beland, kwam ik erachter dat ik niet de beste route had genomen en nu enkel nog de laatste trein kon halen. Bovendien zou ik me ook nog eens erg moeten haasten – en dat allemaal met die onmogelijk grote en zware bos bloemen.

Wat heeft dit met filosofie te maken?

Voordat ik de tram in stapte, had ik nog met de gedachte gespeeld om ze aan de conductrice te geven. Maar in het hokje zat een norse man die niet op of omkeek. Dan misschien de conductrice in de trein? Het zou onvermijdelijk ook haar laatste rit van de dag zijn. Helaas: er was geen conductrice, en de conducteur hoorde ik alleen door de intercom. Dan toch maar die bloemen meenemen op de fiets naar huis. Ik dacht dat ik ze stevig had vastgezet in mijn fietstas – totdat ik de laatste bocht rondde. De fiets maakte een zwieperd en de bloemen vielen uit de tas. Toen ik omkeek, zag ik de bos op het verregende fietspad liggen. Daarachter lag een spoor van bloemblaadjes die de val al hadden aangekondigd.

Wat dit met filosofie te maken heeft? Dat je soms niet te veel moet denken – beter ­meteen maar doen.