Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

woensdag 15 september 2021

Morele vooruitgang: het kan, ondanks alles

Markus Gabriel

Door een opeenstapeling van crises rijst de vraag: wat moeten we toch doen? Markus Gabriel gaat op zoek naar universele waarden voor de eenentwintigste eeuw, die ons op weg kunnen helpen naar een nieuwe verlichting. Een voorpublicatie van zijn nieuwe boek Morele vooruitgang in duistere tijden. Universele waarden voor de 21ste eeuw.

Beeld Laif / ANP

Er heerst grote opwinding. De waarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit, die de afgelopen decennia en toch zeker sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989 als vanzelfsprekend werden gezien, en hun verwezenlijking in de markteconomie lijken ernstig aan het wankelen te zijn gebracht. Dit proces, dat als een heropleving van de geschiedenis kan worden beschouwd, gaat gepaard met een verwarring over morele basisbegrippen. We lijken in een diepe waardencrisis te verkeren, die onze democratie heeft geïnfecteerd.

Een opeenstapeling van crises (de crisis van de liberale democratie, zwakke plekken in de gezondheidszorg, de wereldwijde concurrentie tussen politieke systemen, de uit de hand lopende digitalisering) heeft in het voorjaar van 2020 enkele systemische zwaktes blootgelegd van een wereldorde die bijna uitsluitend volgens de principes van de economische globalisering was georganiseerd. In tijden van crisis blijkt echter dat solidariteit en samenwerking niet werken zolang de markten allesbepalend zijn, aangezien die laatste zich baseren op concurrentie, winstbejag en in toenemende mate ook nationalisme. Dat blijkt evenzeer uit het Chinese staatskapitalisme als uit het America First-beleid van Donald Trump. En helaas geldt het ook voor de intra-Europese concurrentie om medische goederen, die onmiddellijk begon na de afkondiging van de pandemie en de rampzalige taferelen in Noord-Italië.

In ieder geval is in de loop van het laatste decennium met de toenemende verspreiding van sociale media (vooral via de smartphone) opnieuw gebleken dat de geschiedenis niet vanzelfsprekend tot morele en gerechtelijke vooruitgang voert. Hoe beter we van minuut tot minuut geïnformeerd raken over wat er gebeurt in de wereld, hoe duidelijker die zich lijkt te bewegen in de richting van ongekende, angstaanjagende omstandigheden: het einde van de democratie, nieuwe pandemieën, een onstuitbare klimaatcrisis en een kunstmatige intelligentie die onze banen bedreigt en misschien zelfs – zoals in de film The Terminator – de mensheid als geheel met (een over onszelf afgeroepen) uitsterven. In het licht van deze reusachtige opeenstapeling van problemen is de dringende vraag die vandaag de dag in heel de samenleving speelt: wat behoren we toch te doen?

Niet-morele feiten

Voor we echter beslissen of deze indruk terecht is of niet, moeten we eerst enkele termen verduidelijken. Hoe kunnen we immers over iets spreken als we niet eerst duidelijk hebben gemaakt wat we ermee bedoelen?

Iets wat wij als mensen behoren te doen of na te laten, zal ik in wat volgt een ‘moreel feit’ noemen. Morele feiten getuigen van algemene pretenties die alle mensen aangaan en stellen criteria vast waaraan ons gedrag moet worden getoetst. Ze laten ons zien wat we verschuldigd zijn aan onszelf als mens, aan andere levende wezens en aan de omgeving van alle levende wezens (zoals een beroemde formulering van de Amerikaanse moraalfilosoof Thomas M. Scanlon luidt). Morele feiten verdelen onze opzettelijke, rationeel controleerbare handelingen in goede en kwade handelingen, waartussen het bereik ligt van het moreel neutrale, het toelaatbare.

Deze drie aspecten – het goede, het neutrale en het kwade – zijn de ethische waarden die universele geldigheid bezitten en van alle culturen en tijden zijn. Waarden zijn niet alleen positief. Ze schrijven niet alleen voor wat we behoren te doen, maar ook wat we behoren te laten. Bovendien biedt morele reflectie ons natuurlijk ook ruimte voor handelingen die noch goed, noch kwaad zijn. Veel van wat we dagelijks zoal doen is geen onderwerp van morele beoordeling, en het is een belangrijke taak van de ethiek om het verschil te bepalen tussen moreel beladen en moreel neutraal handelen. Alleen zo kunnen we weten waar ruimte bestaat voor een vrijheid die in moreel opzicht niet zo duidelijk is afgebakend.

Niet alles wat we doen valt in te delen in de categorieën goed en kwaad. Veel alledaagse handelingen zijn in moreel opzicht neutraal, en dat heeft de mensheid bijvoorbeeld in het kader van de menselijke seksualiteit moeten leren. Veel van wat vroeger als immoreel werd beschouwd (zoals de homoseksuele liefde), wordt allang herkend als moreel neutraal – hetgeen tot morele vooruitgang leidt.

Morele feiten worden verwoord als oproepen, aanbevelingen en verboden. Ze kunnen worden onderscheiden van de ‘niet-morele feiten’, die door de natuur- en technische wetenschappen, maar ook door de geestes- en sociale wetenschappen worden onderzocht en eventueel ontdekt. De niet-morele feiten stellen geen directe eisen aan ons. We weten bijvoorbeeld dat alcoholgebruik schadelijk is voor ons lichaam, maar met die kennis alleen hebben we nog geen antwoord op de vraag of we eigenlijk wel alcohol moeten drinken en hoeveel. Verder weten we dat de ontdekkingen van de moderne natuurkunde en de technische toepassing daarvan de mensheid kunnen uitroeien, maar ook in dienst van haar voortbestaan kunnen functioneren. De structuur van het natuurkundig verkenbare universum zegt echter niets over de vraag of de mensheid eigenlijk wel zou moeten bestaan en hoe we met haar moeten omgaan.

Hoe we bijvoorbeeld moeten omgaan met mensen die lijden aan een neurodegeneratieve ziekte (zoals de ziekte van Alzheimer), hangt af van het verloop van die ziekte en hoe die de persoonlijkheid van de patiënt en zijn of haar naasten treft. Onderzoek naar de ziekte alleen vertelt ons nog niet hoe we op een moreel aanvaardbare manier met de patiënt moeten omgaan. Morele vooruitgang is alleen mogelijk als we erkennen dat wat we verschuldigd zijn aan onszelf, andere mensen, andere levende wezens en het milieu weliswaar verband houdt met niet-morele feiten, maar er niet volledig uit kan worden afgeleid.

Goed en kwaad

In de ethiek weten we al heel lang dat morele vragen zich niet altijd beperken tot het hier-en-nu en onze directe omgeving. Wat we behoren te doen of laten, heeft in de moderne tijd direct of indirect te maken met alle mensen van nu en van de toekomst, dus ook met generaties die nog niet zijn geboren. Bovendien hebben we niet alleen tegenover de mens verplichtingen, maar ook tegenover andere levende wezens en het milieu (de niet-dierlijke natuur). Ethiek gaat over universele waarden en reikt verder dan alleen de kleine gemeenschap waarvan we deel uitmaken en waarin we ons dagelijks bewegen.

Bij de steeds luider klinkende klacht dat de fundamentele waarden van de verlichting en de liberale democratie aan het wankelen zijn gebracht en dat de klok wordt teruggedraaid, vergeet men doorgaans te vermelden wat die ‘waarden’ eigenlijk zijn en wat precies bedoeld wordt met de crisis die men op dat gebied ontwaart. De filosofie formuleert al duizenden jaren dergelijke fundamentele definities en juist daardoor is er regelmatig sprake geweest van nieuwe verlichtingsgolven.

Goed en kwaad vormen de uitersten van onze morele reflectie en we kennen ze vooral in de vorm van tamelijk eenduidige voorbeelden. Zo bieden heiligen, stichters van grote religies en helden die de mensheid vooruit hebben geholpen ons al duizenden jaren een moreel kompas. Omgekeerd kennen we toch ten laatste sinds de wreedheden van de totalitaire dictaturen van de twintigste eeuw voorbeelden van radicaal kwaad dat zich manifesteert in het gebruik van massavernietigingswapens, totale oorlogen en vernietigingskampen. De herinneringscultuur in Duitsland, die de Holocaust presenteert als een onvergelijkbaar extreme uiting van het kwaad die ons steeds weer met stomheid slaat, dient een belangrijk doel, namelijk ons erop wijzen dat het kwaad ook werkelijk bestaat. Dat kwaad is niet verdwenen met het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar manifesteert zich nu in figuren als Assad en vele andere oorlogsmisdadigers en massamoordenaars.

Goed en kwaad zijn universele waarden: het goede is universeel moreel vereist – ongeacht groepslidmaatschap, historisch tijdperk, cultuur, smaak, geslacht, klasse en ras – terwijl het kwaad universeel moreel verboden is. Er is goed en kwaad in elk van ons. Dat komt tot uiting in onze dagelijkse gedachten en handelingen.

Er zou helemaal geen democratie zijn, geen democratische rechtsstaat, geen scheiding der machten en geen ethiek, als de mensheid zich niet herhaaldelijk de vraag had gesteld hoe we samen, ieder van ons en op elk moment van ons leven, kunnen bijdragen aan de verbetering van onszelf als individu in moreel opzicht, en als politieke gemeenschap in juridisch opzicht. Zou het gezien de huidige ernstige crisissituatie niet de hoogste tijd zijn voor een nieuwe verlichting?

Dit is een bewerkt fragment uit Morele vooruitgang in duistere tijden. Universele waarden voor de 21ste eeuw. Het boek verschijnt 20 september bij uitgeverij Boom en is vanaf dan te koop in onze webshop. Lees hier een interview met Markus Gabriel over dit boek, waarin hij uitlegt waarom het goede volgens hem uiteindelijk zal overwinnen.

Morele vooruitgang in duistere tijden. Universele waarden voor de 21ste eeuw
Markus Gabriel
Boom Uitgevers
320 blz. / € 24,90