Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 3/2021

Moreel dilemma: moet ik gaan stemmen?

Jeroen Hopster
Journalist, essayist en docent

Gaat jouw stem het verschil maken? Vast niet. Waarom zou je dan naar de stembus gaan?

Met de stembusgang in aantocht klinken de gebruikelijke aanmoedigingen om op 17 maart het rode potlood niet links (of rechts) te laten liggen. Wie of wat je ook kiest, ga vooral stemmen. Vervul je democratische plicht. Ik geef daar graag gehoor aan, ook al besef ik dat die ene stem van mij statistisch verwaarloosbaar is, afgezet tegen die van miljoenen anderen. Maar waarom geef ik dan zo makkelijk gehoor aan die stemoproep? Als mijn stem inderdaad geen enkel verschil maakt, wat heeft die ‘democratische plicht’ dan eigenlijk om het lijf? Dogmatisch hameren op het belang van stemmen dient vast ergens toe, maar ik wil graag meer dan dat: een goed argument om de advocaat van de duivel van repliek te kunnen dienen. Moet ik op 17 maart een stem uitbrengen, ook als ik weet dat de impact daarvan nihil is?

Ja

Er zijn twee goede argumenten om te gaan stemmen. Ten eerste zijn de instapkosten laag – je stem uitbrengen is een kleine moeite – terwijl de mogelijke winst aanzienlijk is. Een lot mag dan zelden iets opleveren, maar die ene keer dat de hoofdprijs erop valt, maakt het een wereld van verschil. Datzelfde geldt voor stemmen. Meestal is dat vruchteloos, maar die ene keer dat een enkele stem er wel toe doet kan die grote verandering brengen: andere zetelverdeling, andere koers, andere toekomst. Daarom is het ‘verwachte nut’ van mijn stem meer dan nihil.

Een tweede, en misschien nog belangrijker argument om naar de stembus te gaan, is dat ik met mijn stem – of het weerhouden daarvan – een signaal afgeef. Tot welke groep behoor ik: de groep die zich actief verzet tegen de verkiezing van een rampzalige leider, of de groep die de uitslag lethargisch over zich heen laat komen? Ook al maak ik als individu het verschil niet, ik ben wel medeplichtig aan de keuze van het collectief. En hoe die keuze ook uitvalt, ik weet dat de publieke zaak erbij gediend is als burgers enige politieke betrokkenheid tonen.

Nee

Doet mijn stem ertoe? Die vraag kan ik beantwoorden door na afloop van de verkiezingen na te gaan: wat was er gebeurd als ik anders (of niet) had gestemd? Het eerlijke antwoord daarop, zo kan ik helaas al voorspellen, is dat het hoogstwaarschijnlijk geen enkel verschil had gemaakt. Dezelfde Tweede Kamerleden zouden zijn verkozen, de zetels zouden hetzelfde zijn verdeeld en ook de premier was dezelfde geweest. Mijn stem is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. In theorie is het natuurlijk mogelijk dat één enkele stem een doorslaggevende invloed heeft op de uitslag, maar de kans daarop is extreem klein. Een gang naar de stembus is te vergelijken met de investering in een lot in een miljoenenloterij: in ruim 99,99 procent van de gevallen is het weggegooid geld. Stemmen is, bijna altijd, nutteloos. Er is, kortom, geen reden om van die stembusgang zo’n heisa te maken.

Marginale participatie

Als individu ben ik slechts een klein radertje in veel grotere processen. Dat geldt niet alleen voor de stembusgang, maar ook voor wereldproblemen – CO2-uitstoot, zwerfplastic, dierenleed, kinderarbeid – waarin ik schier machteloos ben om als eenling een relevant verschil te maken. Filosofen spreken van het probleem van marginale participatie: waarom zou ik me inzetten voor de goede zaak als ik daaraan slechts een marginale bijdrage kan leveren? Wat ik als consument doe of laat zal de wereld niet veranderen. En toch hebben mijn keuzes moreel gewicht. Dat de situatie uitzichtloos is, zou mij er niet van moeten weerhouden mijn best te doen. De ‘verwachte impact’ van elk speklapje dat ik onaangeroerd laat vertaalt zich na een aantal supermarktbezoeken in het redden van een heel varkensleven. En ook al ben ik niet in staat om alle wereldproblemen eigenhandig op te lossen, ik kan er op z’n minst voor zorgen dat ik er zelf geen deel van uitmaak.