Home Joseph Vogl over de grote macht van de markt

Joseph Vogl over de grote macht van de markt

De VOC was het eerste private bedrijf met politieke macht. Joseph Vogl over de grote – en verborgen – macht van de markt, die voortduurt tot in onze tijd.

Door Sophie van Balen op 29 september 2016

Joseph Vogl over de grote macht van de markt
Cover van 10-2016
10-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

In grachtenpanden zoals deze liggen de wortels van wat zelfs economen tegenwoordig de gevangenis van de markt noemen.’ We zitten in een van de statige kamers van het Goethe-Institut in Amsterdam, waar de Duitse literatuurwetenschapper Joseph Vogl vertelt over de Nederlandse republiek van de zeventiende eeuw. Het belastingensysteem dat werd opgericht om de oorlogen van de Spaanse koning te financieren zou uiteindelijk ook de opstand tegen hem mogelijk maken. Een ander product van die tijd, de VOC, is het eerste private bedrijf dat over soevereine politieke rechten beschikte: die mocht bijvoorbeeld de oorlog verklaren. Deze typisch Nederlandse instituten zijn kenmerkend voor de vermenging van politiek en economie die ontstond in Europa en die volgens Vogl van het grootste belang is om onze benarde positie te begrijpen. ‘We hebben de indruk dat het frame voor politieke besluitvorming wordt bepaald door de financiële markten,’ aldus Vogl. ‘En die indruk is juist.’

Waarover moeten we ons zorgen maken?
‘Over onze democratie. Als we niet goed leren zien in hoeverre politiek en economie met elkaar vermengd zijn, kunnen we ook niet begrijpen waarom de politiek zo weinig bewegingsruimte heeft, en dus waarom er geen democratische controle is op de internationale financiële markten. Dat laatste is zelfs juridisch vastgelegd in het Verdrag van Maastricht: de Europese Centrale Bank (ECB) hoeft zich niet te verantwoorden richting de nationale of Europese parlementen. Het democratisch gekozen parlement heeft dus geen zeggenschap over de Europese monetaire politiek, maar moet haar eigen politiek wel verantwoorden tegenover de ECB. Democratisch gezien is dit de omgekeerde wereld.’

Hoe heeft het zover kunnen komen?
‘Door een verschuiving van soevereiniteit. In de tijd van politiek filosoof Thomas Hobbes [1588–1679] ontstond soevereiniteit als een alomvattend begrip, waarin de Leviathan, de heerser, het alleenrecht had op politieke en militaire macht. In de golf van democratisering die begon met de Glorious Revolution, bleef telkens één soort instituties gevrijwaard van democratische inbedding: de koning was gebonden door het parlement, maar een nieuwe ongebonden macht was de centrale bank, waartoe zelfs de koning geen toegang had. Je ziet een vierde macht ontstaan binnen de staat, naast de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Maar deze macht is niet democratisch gebonden en kan onafhankelijk van de politiek opereren in zoverre ze soevereine rechten heeft, zoals monetaire politiek of het recht om geld te drukken.’

Waarom is dit erg? 
‘Omdat je hier ziet dat politieke beslissingen – bijvoorbeeld om geld bij te drukken – ineens economisch en daarmee niet-politiek lijken, en dat komt terug in onze huidige situatie. Wij zien de ECB als een economisch instituut dat technocratische beslissingen neemt. Maar in feite zouden we de handelingen van de ECB als politieke keuzes moeten zien. Denk maar eens terug aan Griekenland enkele jaren geleden. Hoewel er een duidelijk sociaal conflict was tussen de schuldeisers en het electoraat, kon de ECB haar soevereine macht laten gelden: er moest enorm bezuinigd worden om de euro te redden, al waren de Griekse burgers en het parlement hier openlijk op tegen. Het moment dat Varoufakis werd verkozen was zo interessant, omdat het aantoonde dat de handelingen van de ECB politieke handelingen waren, die daarom ook om een politieke reactie vroegen.’

Hoe werkt de politiek van de ECB? 
‘Dat is moeilijk te zien, omdat we blind zijn voor de indirecte macht van de economie. In plaats van een bepaalde wet op de stellen die burgers verplicht een huis te kopen wanneer ze genoeg verdienen maakt de regering het bijvoorbeeld financieel voordelig om dat te doen, waardoor heel veel mensen hiervoor kiezen zonder door te hebben dat ze daartoe bewogen worden door een politieke keuze van bovenaf. Maar deze vorm van macht wordt niet alleen benut door de democratisch gekozen regering, ook de wereld van high finance, dus de banken, de aandeelhouders en de schuldeisers, beïnvloeden de wereld om ons heen via deze indirecte wegen.

Onze democratie zit dus in het keurslijf van een financieel regime. En dat regime is een heel kunstige en intelligente manier van regeren, waarbij alle lagen, van democratisch gekozen regering tot de burgers aan toe, ge-economiseerd worden. Dat betekent dat al je handelingsmogelijkheden zich in het economische domein bevinden. Nogal belangrijk om te weten, omdat het je dus de mogelijkheid ontneemt om niet-economisch, bijvoorbeeld politiek, te handelen. Economisering maakt ons daarom politiek gezien onvrij.’

Kunnen we het tij nog keren? 
‘Ja, en de eerste stap zou zijn: versterk het systeem niet. Alle beslissingen die er op dit moment in Europa worden genomen vergroten onze afhankelijkheid van crediteuren, financiële markten enzovoort.

Iedereen heeft zelf ook vele opties om politiek te handelen, waarmee je verdere economisering tegengaat. Er zijn bijvoorbeeld allerlei mensen op de been om vluchtelingen te helpen. Maar het is wel belangrijk dit in koelen bloede te doen. Ik heb de Indignados nooit begrepen, want woede is geen goede raadgever. Wat we wel kunnen doen, is de analyses vermenigvuldigen, en met elke analyse creëren we nieuwe mogelijkheden voor actie.’