Zo’n lekkerbekkend zinnetje waarin je je frustratie kwijt kan: ‘Ik ben er klaar mee.’ Je kunt het overal voor gebruiken: politiek, het weer, trein-vertragingen, je schoonmoeder. Het wordt met een zucht en een handgebaar uitgesproken, alsof je daadwerkelijk iets afrondt.
Maar is dat ook zo? Als je ergens echt klaar mee bent, dan spreek je dat niet meer uit, lijkt me. Is ‘Ik ben er klaar mee’ niet het ultieme bewijs dat je er nog middenin zit? En wat zegt het woordje ‘klaar’ precies? Het klinkt daadkrachtig, maar misschien maak je ermee juist je uitputting kenbaar.
Als je echt klaar bent, spreek je het niet uit
Ik moest lachen toen ik me realiseerde dat dit zinnetje altijd negatief wordt ingezet. Niemand zegt na een heerlijke vakantie: ‘Twee weken Italië gehad. Ik ben er klaar mee!’ Nee, het is uitsluitend gereserveerd voor frustratie. We zeggen het vaak meerdere keren over dezelfde kwestie, met toenemende nadruk. Wie proberen we dan eigenlijk te overtuigen?
Ik betrap mezelf er ook op. Laatst stond ik in de file, voor de derde keer die week. ‘Ik ben er klaar mee,’ mompelde ik tegen het stuur. De volgende ochtend stapte ik uiteraard gewoon weer in de auto. Is ‘Ik ben er klaar mee’ wel een eindpunt, of eerder een noodrem?
Even tussendoor …
Meer columns lezen van Elke Wiss? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
