Home Klassieke Oudheid Hoe lees je de Poëtica?
Klassieke Oudheid

Hoe lees je de Poëtica?

Door Florine Keus op 25 september 2017

Cover van 10-2017
10-2017 Filosofie magazine Lees het magazine
De eerste zin uit het zesde hoofdstuk van Aristoteles’ Poëtica is één van de meest omstreden passages uit de Griekse literatuur. Wat leert deze tekst ons over de harmonie tussen emotie en rede?

‘De tragedie is dan de uitbeelding van een serieuze en afgeronde handeling van enige omvang, in op smaak gebrachte taal, waarvan de verschillende ingrediënten gebruikt worden in specifieke onderdelen van het stuk, met handelende personages zonder tussenkomst van een verteller, waarbij door medelijden en vrees een verlichting van dergelijke emoties wordt bewerkstelligd.’

Deze zin heeft zoveel stof doen opwaaien door het mysterieuze begrip katharsis. In de Poëtica gebruikte Aristoteles meerdere termen die hij niet uitlegde. De concepten uit het boek zijn in deze tijd nog steeds relevant. Ze worden nog altijd toegepast in romans, films, theater en opera. In de eerste zin van zijn werk schrijft Aristoteles dat hij het gaat hebben over poiêtikê. Op het eerste gezicht is dit misschien makkelijk te vertalen als ‘poëzie’. Maar de oude Grieken verstonden iets heel anders onder poëzie dan wij. Bij hen stond het begrip mimêsis centraal. Poiêtikê ging over het uitbeelden van handelingen in taal, al dan niet met ritme en melodie. Heldendichten, tragedies, komedies en zelfs narratieve koorliederen vielen onder poëzie. Daarom vertalen De Jonge en Gerbrandy poiêtikê als ‘dichtkunst’. Deze term is gekozen om de meerduidigheid: dichtkunst is zowel het dichten zelf als het resultaat ervan.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Uitbeelding – Mimêsis 

Onder mimêsis vallen activiteiten zoals imitatie, nabootsing, vertolking, representatie en uitbeelding. In de Oudheid werden alle kunsten als vorm van mimêsis gezien. Plato kwalificeerde deze activiteiten als negatief, omdat ze volgens hem een imitatie waren van de waarneembare wereld, die weer een imitatie was van de ideeënwereld. Aristoteles zag nabootsing juist als leerzaam. Volgens hem was het de manier waarop kinderen zich ontwikkelden. Hij nam mimêsis als uitganspunt voor zijn beschouwingen over dichtkunst. 
 

Afgerond – Telos

Telos wordt vertaald als ‘doel’, ‘einddoel’ of ‘einde’. Het is een belangrijk begrip in de aristotelische fysica en metafysica. Het hangt samen met het begrip ‘doeloorzaak’. Dit is volgens Aristoteles een van de vier oorzaken waardoor ‘iets’ zijn essentie verwezenlijkt. Alles wat bestaat, draagt de potentie in zich om een doel te bereiken. Zo heeft een eikel het doel om eik te worden. Zodra die potentie gerealiseerd is, heeft ‘iets’ zijn eindpunt bereikt en is het afgerond. Later is de doeloorzaak door moderne wetenschappers afgezworen. Zij geloofden niet dat alles een doelgerichtheid in zichzelf droeg en verklaarden de wereld aan de hand van oorzaak en gevolg.
 

Omvang 

Aristoteles schrijft dat een tragedie ernaar streeft om binnen de tijdspanne van één omloop van de zon te blijven of daarvan in elk geval niet te veel af te wijken. Deze uitspraak werd in de Renaissance ten onrechte opgevat als wet. De zogenoemde ‘eenheid van tijd’ is sindsdien een pijler van de tragedie. De Poëtica is wel vaker opgevat als praktisch handboek. Dit was niet het doel van Aristoteles. De tekst zoals wij hem kennen is samengesteld uit collegeaantekeningen. In zijn lessen ging het hem eerder om de principes van de kunst bloot te leggen dan om richtlijnen voor te schrijven. 
 

Op smaak gebrachte taal – Logos

Logos is Latijn voor ‘verhaal’, ‘woord’, ‘verklaring’ en ‘betekenisvolle taaluiting’. Het is een begrip dat veel terugkomt in de Griekse filosofie. In algemene zin verwijst logos naar de wetmatigheden, de rationele orde die de wereld kenmerkt en naar de uitdrukking van die rationele orde in menselijke taal. In de Poëtica is logos een van de middelen van mimêsis: ‘een samengestelde, betekenisvolle klank, waarvan enkele samenstellende delen op zichzelf al een betekenis hebben.’
 

Verteller 

Volgens Aristoteles zijn er verschillende manieren van uitbeelding of mimêsis: door te vertellen of door opvoering van actief handelende personages. Tragedies beelden handelende personages uit. Het Griekse woord drâma (‘handeling’) is afgeleid van het werkwoord drân (‘doen, handelen’). 
 

Verlichting – katharsis

Het woord katharsis wordt meestal vertaald als ‘reiniging’ of ‘zuivering’. In de Poëtica legt Aristoteles niet uit wat hij met katharsis bedoelt. Het kan zijn dat hij deze term verklaarde in het deel over komedies, dat verloren is gegaan. Talloze geleerden hebben geprobeerd het begrip te duiden. Vaak wordt katharsis gezien als een therapeutische bevrijding van emoties. Het is niet waarschijnlijk dat Aristoteles dit doel voor ogen had. Hij zag emoties niet als negatief. Ze helpen ons over situaties een correct oordeel te vellen. De tragedie hoeft ons dus niet van emoties te reinigen. 
 
In de filosofie van Aristoteles waren de begrippen ‘balans’ en ‘verhouding’ van belang. De deugd werd gevonden te midden van twee extremen. Een moedig mens bevond zich tussen roekeloosheid en lafheid. Een goede tragedie traint onze emoties en leert ons om ze in de juiste verhouding te voelen. Katharsis brengt in deze interpretatie een harmonie teweeg tussen emotie en rede. De vertalers van deze uitgave hebben ervoor gekozen om katharsis te vertalen als ‘verlichting’. De toeschouwers ervaren eerst angst en medelijden en worden vervolgens verlicht van dergelijke emoties, omdat ze beseffen dat deze betrekking hebben op een theatervoorstelling.