Home Identiteit Rüdiger Safranski: ‘Heb de moed om eenling te zijn’
Identiteit

Rüdiger Safranski: ‘Heb de moed om eenling te zijn’

Ieder mens is in de eerste plaats een individu, dat staat volgens de Duitse filosoof en historicus Rüdiger Safranski vast. Maar niet iedereen is bereid om hier een opdracht in te zien. ‘We zijn een beter “wij” wanneer we ook op onszelf kunnen zijn.’

Door Annette van der Elst op 06 mei 2022

Rüdiger Safranski: ‘Heb de moed om eenling te zijn’ 2AG96B9 Badenweiler, Germany. 17th Dec, 2019. Philosopher Rudiger Safranski stands in his house on the balcony. He will be 75 years old on 01.01.2020. Credit: Patrick Seeger/dpa/Alamy Live News
Cover van 05-2022
05-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Toen het coronavirus en de daarmee samenhangende maatregelen ons leven volop beperkten, merkte de Duitse filosoof Rüdiger Safranski – bekend van zijn grote biografieën van onder anderen Goethe, Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger – hoe actueel het thema ‘eenling-zijn’ is. Hoewel hij vlak voor de uitbraak van de pandemie al had besloten hier een boek over te schrijven.

De wereldwijde gezondheidscrisis had voor hem, en voor het boek, een groot voordeel: hij kon er tijdens de lockdowns ongestoord aan werken — de vele lezingen die gepland stonden werden geannuleerd. In zijn huis in het Duitse stadje Badenweiler werkte hij in alle rust aan Eenling zijn. Een filosofische uitdaging, waarin hij zo’n zeventien denkers uitgebreid beschrijft in hun bewuste pogingen om een ware eenling te zijn en over eenling zijn na te denken.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Safranski’s eigen onverwachte teruggetrokken bestaan moet geen straf geweest zijn in dit fraaie kuuroord aan de rand van het Zwarte Woud, niet ver van de Zwitserse en de Franse grens. Ook de Russische schrijver Anton Tsjechov, die er begraven ligt, was er lyrisch over. Zonder toeristen en met een plaatselijke bevolking van slechts vijfduizend zielen was het er tijdens de lockdowns nog rustiger dan anders. De vergelijking met de Amerikaanse schrijver David Thoreau, die Safranski in zijn boek ook behandelt, dringt zich op. Thoreau trok zich in 1885 voor enkele jaren terug in een simpel huisje aan het meertje Walden Pond in Massachussets, omdat hij een plek zocht waar ‘zijn geest eindelijk niet alleen als een soort kroeg was waar alles binnenkomt en om aandacht vraagt, maar waar het hem makkelijker zou vallen zelf te bepalen welke richting zijn aandacht in ging’, vertelt Safranski. Thoreau wilde, anders dan Safranski, ook zijn vermogens op de proef stellen om autarkisch – zelfvoorzienend – te leven: hij woonde in een zelfgemaakte hut, leefde van wat hij zelf verbouwde, van de vissen in het meertje en van het wild waar hij op joeg in de nabijgelegen bossen. Met gevoel voor symboliek begon hij dit experiment op 4 juli, de dag waarop de Amerikanen Independence Day vieren.

‘Maar eenling zijn betekent niet per se dat je je op deze manier terugtrekt uit de wereld en als een soort kluizenaar gaat leven,’ benadrukt Safranski. ‘Dat deed Thoreau trouwens ook niet; hij ging op bezoek bij vrienden en ontving mensen in zijn eenvoudige hut.’

Wat betekent eenling zijn dan wél?
‘We zijn allemaal eenlingen, dat is een onomstotelijk feit. Maar niet iedereen gaat daarin mee en is bereid er iets van te maken – een taakstelling voor je leven en denken. Eenling zijn heeft te maken met zelfverwezenlijking, je eigenheid ontwikkelen, ondanks lotsbepalende omstandigheden, zoals je biologische aanleg of toeval. Dit is niet de zelfverwezenlijking zoals die tegenwoordig vaak wordt opgevat, namelijk als alles eruit gooien, alles binnenhalen of mateloos consumeren. Zelfverwezenlijking heeft te maken met werken aan jezelf, met remmingen, illusies en gewoonten overwinnen. Het draait ook om beheersing van driften, om opheldering van het duistere. Je maar laten gaan is het in elk geval niet.’

Zuivere kern

Wat dat te verwerkelijken zelf is, is niet voor iedereen hetzelfde. De filosofenvrienden Jean-Jacques Rousseau en Denis Diderot stonden daarin lijnrecht tegenover elkaar, toont Safranski. Rousseau ziet het zelf als een soort zuivere kern, die het best gedijt ver weg van de sociale causerie. Terwijl het zelf voor Diderot een leeg midden is waar, in zijn woorden, ‘niets te vinden is wat houvast biedt’. Rousseau kwam tot zichzelf wanneer hij alleen was, Diderot juist wanneer hij in gezelschap was. Hij genoot van het sociale leven.

Safranski: ‘Uiteraard betekent eenling zijn voor ieder mens, en voor iedere persoon in mijn boek, iets anders. Eenieder ervaart het anders en denkt er anders over. Simpelweg omdat ieder mens anders is. Wij zijn gelijk aan elkaar, maar alleen als rechtssubject. Voor de wet zijn we gelijk. Als eenling wil je je juist ook van anderen onderscheiden, anders zijn. Het tegendeel daarvan zijn conformisme, collectivisme en conformisme. Daarin geldt dat eenieder gelijk is aan de ander. Wie het eenling zijn serieus neemt als opdracht, wil juist niet zomaar bij een groep horen, maar bevestigd worden in datgene wat hem van anderen onderscheidt.’

Is een filosofische theorie van de eenling mogelijk? Kunt u de eenling typeren?
‘Je wint helemaal niets bij zo’n theorie, maar je verliest wel het concrete uit het oog, namelijk de concrete eenling. Het belang van de eenling benadrukken is op zichzelf een filosofische uitdaging.’

Toch is er ook iets gemeenschappelijks in de levenshouding van de eenlingen die u in uw boek beschrijft: afstand nemen. Thoreau zoekt het in de rust van de natuur en autarkie. Hannah Arendt beschrijft denken als een vorm van afstand nemen.
‘We horen altijd ook bij een samenlevingsverband. En daarvan gaat altijd een druk uit om je aan dit verband aan te passen. Afstand nemen helpt om aan die druk te ontsnappen. Wie zichzelf opvat als eenling, zijn eenling-zijn oppakt, komt in een vrije ruimte. Luther moest afstand nemen van zijn despotische vader, die wilde dat hij rechten ging studeren terwijl hij monnik wilde worden, waarmee hij het respect van zijn vader verloor. Monniken waren immers in diens ogen “luie pensen”. Volgens Hannah Arendt heeft het denken het alleen-zijn nodig, als een tijdelijke onderbreking van de communicatiestroom. Denken isoleert.’

Safranski stipt de keerzijde aan van eenling zijn, die zich bij Luther uitte als een worsteling. Afstand nemen van zijn vader was pijnlijk, maar noodzakelijk. Bij Arendt is de denkende mens weliswaar afgezonderd, maar niet eenzaam.

‘Het denken is volgens Arendt iets wat je alleen doet, maar niet eenzaam: alleen-zijn betekent omgaan met jezelf; eenzaam zijn betekent alleen zijn zonder je te kunnen opsplitsen in het twee-in-een, zonder jezelf gezelschap te kunnen houden. In het denken ontdekt de eenling zijn dualiteit. Denken, legt Arendt in navolging van Plato uit, is een “gesprek binnen de ziel”.’

U begint uw boek bij de renaissance. Waarom? In de klassieke oudheid en in het christendom is eenling zijn toch ook al gethematiseerd?
‘Wanneer men precies is begonnen de hoogste zingeving niet in de instandhouding van het collectieve geheel te zoeken, maar in de ontwikkeling van het individu kunnen we in het midden laten. Ik had bij de stadstaten van bijvoorbeeld Athene kunnen beginnen, waar een tijdperk van individualisering is geweest. En ook het christelijk geloof speelt een rol van betekenis. Want de boodschap van Jezus, dat God ieder mens afzonderlijk liefheeft, ging duidelijk verder dan de tot dan toe dominante stijl van stamreligies, die juist om die reden ook religies van de wet waren.

De renaissance is daarom niet het absolute begin van het individualisme. Maar men ontdekte het toen als iets nieuws, iets gewaagds. Men was uitzinnig van euforie. En dat maakt nog altijd veel indruk op ons, als een stuwende kracht. Het individualisme van de renaissance betekende dat de eenling aangespoord of misschien wel gedwongen werd tot bewustwording van zichzelf, omdat traditionele verbanden, wetten en religieuze werelden aan gezag hadden ingeboet.’

Zijn wij in onze tijd niet te individualistisch geworden? Hebben we niet juist behoefte aan meer gezamenlijkheid en denken daarover?
‘Individualisme betekent niet dat je egoïstisch en onverschillig voor de ander bent. Het is van belang om solidariteit en gemeenschapszin te betrachten. Je moet alleen niet in de kudde vluchten als je het met jezelf niet uithoudt. Samenlevingen die bestaan uit onvolwassen mensen die op de vlucht zijn voor zichzelf lopen het gevaar intolerant te worden. Tegenwoordig vormen zich veel groepen en “bubbels” die naar buiten toe fanatiek en haatdragend worden en naar binnen zeer benauwend. En tegelijkertijd is altijd naar consensus en verbinding streven evenmin goed. Men moet ook de moed hebben om af te wijken.

Eenling zijn betekent ook niet jezelf tegenover de samenleving plaatsen. Je hoort wel degelijk op de een of andere manier ergens bij. Maar je bent ook in staat om op eigen benen te staan, zonder dat je je identiteit alleen maar binnen een bepaalde groep zoekt of je problemen afwentelt op “de maatschappij”. Ook als eenling kun je vanuit je individualiteit solidair met een ander zijn. We zijn een beter “wij” wanneer mensen ook eenling kunnen zijn. En een goed wij bestaat uit sterke eenlingen.’

Besmettelijkheid

Na de renaissance wordt het individu steeds meer het uitgangspunt van de samenleving en tegelijkertijd laat Safranski zien dat het individu een radertje wordt in een ‘onttoverde samenleving’, zoals Max Weber het beschrijft. Een van de weinige vrouwelijke filosofen in zijn boek, Ricarda Huch, stelt in het tijdperk van de massa en industrialisatie het probleem van de ontpersoonlijking centraal, waartegen de eenling zich teweer moet stellen. Is het moeilijker om in de twintigste en eenentwintigste eeuw eenling te zijn?

Safranski: ‘Het is tegenstrijdig. Aan de ene kant zijn de traditionele verbanden, zoals familie, de kerk en vakbonden, steeds losser. Dat alles versterkt de uiterlijke vereenzaming, wat lijkt op individualisering. Anderzijds ontstaan er, vooral door de digitalisering, nieuwe intensieve verbindingen. Het maatschappelijk netwerk wordt benauwender en krijgt steeds meer vat op mensen. Ook het privéleven is daarbij in het geding, wat vroeger niet het geval was. Voor wie dat wil is er altijd een podium en altijd een publiek. Mensen geven daarmee ook veel van hun persoonlijke leven weg – gegevens die handig worden gebruikt door commerciële partijen, die zo meer macht en controle verwerven.’

Is het eigene in gevaar door virtualisering en digitalisering?
‘Vroeger werd de massa fysiek ervaren. Dat is nu nog zo – in de straten, in de voetbalstadia et cetera. Maar we hebben nu ook te maken met de virtuele massa. Die is mogelijk nog gewelddadiger en hysterischer. De massa, of die nu fysiek is of virtueel, vervreemdt. Dat is betoverend en gevaarlijk. Door de pandemie realiseren we ons weer wat besmettelijkheid van de massa kan betekenen.

Ook tegen de virtuele massa moet je je beschermen. Je telefoon en computer af en toe uitzetten helpt in elk geval. Wanneer je voortdurend online bent, gaat je “zelf” verloren. En door de sociale media is de druk om je aan te passen nog groter geworden. Daar afstand van nemen is het enige wat helpt. Het is goed om ruimtelijk afstand te hebben van anderen, maar ook om de informatie- en communicatiestromen te onderbreken, een zend- en ontvangstpauze te nemen. Want die ononderbroken digitale verbindingen – deels actief, deels passief – maken de ruimte voor de enkeling heel klein. Daarom moet je afstand nemen en zo mogelijk je eigen agenda volgen, trots en star soms, en je niet laten meeslepen.’

In onze tijd spelen veel identiteitspolitieke debatten, waarin mensen erkenning van het unieke van hun persoon claimen, omdat ze bij een zeer specifieke groep zouden horen. Is dit een valse voorstelling van eenling zijn?
‘Er is een identiteit die gedefinieerd worden als deel uitmaken van een bepaalde groep. En er is identiteit die vanuit de differentie, het verschil, wordt gedefinieerd. Ik heb de indruk dat het in de huidige identiteitsdebatten meer gaat om bij een bepaalde groep horen dan om de identiteit van de enkeling. Men deelt in op basis van huidskleur, gender en seksuele voorkeuren, dus naar collectieve eigenschappen. Dat is reactionair, en als dit zich verder ontwikkelt dan zal het bij een bepaalde groep horen in het middelpunt komen te staan, en niet de eenling en het enkelvoudige.’

Kunnen we uw boek lezen als een wegwijzer om met het enkeling-zijn om te gaan?
‘Nee, mijn boek is een beschrijving van enkele gevallen die kunnen helpen om nieuwe aspecten en mogelijkheden van je eigen leven te ontdekken. Ik hou niet zo van raadgevende literatuur of zelfhulpboeken; ik gebruik die zelf niet en ik wil die ook niet schrijven. Daarom bespreek ik enkelingen – een veelvoud aan ambivalente eenlingen. Ik hoop dat deze eenlingen het enthousiasme en de wens kunnen oproepen om daadwerkelijk eenling te zijn.’

Rüdiger Safranski (1945) is een Duitse historicus en filosoof. Jarenlang maakte hij samen met filosoof Peter Sloterdijk het televisieprogramma Das Philosophische Quartett. Zijn werk is in dertig talen vertaald en ontving vele prijzen. Zijn laatste boek Eenling zijn verkent de rol van de mens als onderdeel van een gemeenschap en als individu.

Rüdiger Safranski
Atlas Contact
320 blz.
€ 24,99