Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 5/2021

Geen woorden

Coen Simon
Hoofdredacteur Filosofie Magazine

Als mijn vader, die ooit huisarts was, mij vroeg wat voor een pijn ik voelde als ik met een dikke enkel of een pijnlijke knie thuiskwam, dan kon ik kiezen uit bijvoorbeeld ‘kloppend’, ‘stekend’, ‘scherp’, ‘dreunend’, of ‘branderig’. Natuurlijk correspondeerde geen enkel woord exact met de pijn, maar hij wist vervolgens wel wat ‘ie moest doen. Had hij daarmee rechtstreeks toegang gekregen tot mijn privé-beleving? Nee, het is eerder zo dat hij míj toegang gaf tot mijn pijnbeleving. Ik kreeg woorden voor een gevoel.

We zeggen van groot leed of immens geluk dat er geen woorden voor zijn, maar klein leed en meevallertjes zijn echt niet gemakkelijker onder woorden te brengen. Er staat bij muizenissen gewoon zo weinig op het spel dat we er geen acht op slaan dat alle woorden altijd maar een beetje halfslachtig verwijzen. En dit geldt echt niet alleen voor ons gevoelsleven. Alsof het woord ‘stoel’ iets te maken heeft met het ding waarop ik nu zit. Sterker nog: als woorden helemaal niet tekortschieten dan zouden het geen woorden zijn, maar de dingen zelf. Woorden krijgen betekenis, omdat ze tekortschieten. Ze hebben de werkelijkheid buiten zichzelf nodig om te verwijzen.

Mijn vader heeft de ziekte van Alzheimer. Het is niet altijd duidelijk wat er in hem omgaat. Wel weet ik dat hij vaak op zijn best is als hij zich weer arts waant. Met het vocabulaire uit de spreekkamer krijgt zijn stuurloze binnenwereld blijkbaar betekenis.

‘In plaats van gevoel meten kunnen we ons beter taalgevoel aanmeten’

Nu we al meer dan een jaar allemaal vooral zijn aangewezen op onze binnenwereld merken we hoe schraal het taalgebruik kan zijn om gemoedstoestanden mee aan te duiden. Zelfs de hartekreet van Jet Bussemaker, voorzitter van de Raad van Volksgezondheid en Samenleving, raakte gesmoord in een droge slogan. ‘We zouden niet alleen een R-waarde, de reproductiewaarde van de verspreiding van het virus moeten hebben, maar eigenlijk ook een R-waarde om te meten hoe het met ons mentale welzijn gaat.’

Ik ben er van overtuigd dat ze het beter bedoelt dan dit. Maar in plaats van gevoel te kunnen meten, zouden we ons beter meer taalgevoel kunnen aanmeten. Hoe rijker de taal, hoe rijker een binnenwereld. Maar het blijft behelpen. Zal bijvoorbeeld de vraag of iemands leven voltooid is, ooit kunnen worden beantwoord? Of moeten we blij zijn dat daar geen woorden voor zijn?