Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 3/2021

‘Een crisis is ook altijd een kwestie van verbeelding’

Marijn Kruk

Volgens Bruno Latour toont de coronacrisis dat we in korte tijd tot grote koerswijzigingen in staat zijn. Hij trekt er lessen uit voor die andere, nog veel grotere crisis waar we middenin zitten: klimaatverandering.

Toen begin vorig jaar de eerste lockdown inzette, greep Bruno Latour dat moment aan voor een uitvoerige reflectie over de pandemie. Daarin was hij bepaald niet de enige. Iedere zichzelf respecterende denker kwam met een Covid-19-boekje. Wat Où suis-je?, dat deze maand in Nederlandse vertaling verschijnt als Waar ben ik?, bijzonder maakt, is dat het een verband legt met die nog veel grotere
crisis: de opwarming van de aarde.

In het veelzijdige oeuvre van Latour neemt de klimaatcrisis sinds een jaar of tien een belangrijke plaats in. Zelf spreekt de beroemde socioloog en wetenschapsfilosoof liever van het ‘nieuwe klimaatregime’ om aan te geven hoe alomvattend de mutatie is die bezig is zich te voltrekken. We veranderen van wereld. Niets meer en niets minder. En de coronacrisis biedt belangrijke aanknopingspunten voor de omgang daarmee, zo zegt Latour in zijn ruime Parijse appartement nabij de Seine: ‘Bedenk dat wat eerst onmogelijk leek, plotseling toch mogelijk wordt. Zoals de gigantische nood­budgetten die vanuit de EU beschikbaar kwamen. Of de notie van ongelimiteerde economische groei die plotseling op de helling is komen te staan.’

Latour draagt een elegant wollen colbert en een zwarte alpinopet – om de gevolgen te bedekken van de chemo­therapie die hij ondergaat tegen alvleesklierkanker. De overlevingskansen zijn gering, maar dat is aan Latours humeur niet te merken. Hij maakt grapjes, toont zich nieuwsgierig en zit vol nieuwe plannen. Voor hem op tafel staat het beeldje dat hij vorig jaar kreeg opgestuurd bij de toekenning van de Spinozaprijs. Burgemeester Femke Halsema zou hem die persoonlijk overhandigen, maar vanwege reisbeperkingen kon hij enkel via een videoverbinding bij de plechtigheid aanwezig zijn.

Lockdown

Op het moment dat ik hem spreek zijn ‘niet-essentiële’ winkels weer open, en mogen de Fransen zich vrijelijk verplaatsen. Wel is er een avondklok, en ook beraadt de regering zich op een nieuwe lockdown. Dat zou de derde zijn in nog geen jaar tijd. Wat betekent dat eigenlijk, dat aldoor opgesloten zitten, vraagt Latour zich af in Où suis-je?. ‘En dan niet alleen fysiek,’ zegt Latour, ‘maar ook opgesloten in een andere conceptie van de aarde, ‘in een idee van oneindigheid en onbeperkte economische groei.’

We veranderen van wereld. Niets meer en niets minder

Latour ontwaart een mutatie van de wereld zoals we die kennen, van een zich ontwikkelende wereld naar een wereld die zich, zoals hij het noemt, ‘inwikkelt’ – zich bewust wordt van zijn beperkingen. ‘Want wat er straks ook gebeurt – ook als we gewoon weer naar het café kunnen, of naar de bioscoop – we zullen leven in het besef dat er elk moment weer zoiets kan gebeuren. Hetzij door een virus, hetzij door de klimaatcrisis, die ons nooit verlaten heeft, en die ons steeds meer parten zal gaan spelen.’

In zijn boek verwijst Latour naar Kafka’s novelle Die Verwandlung, waarin een jonge man bij ontwaken ontdekt dat hij is veranderd in een reusachtige zwarte kever. Hem rest niets dan op te staan en het zware pantser mee te zeulen. Het pantser is voor Latour een metafoor voor de lockdown, maar ook voor de last die we met ons meedragen ten gevolge van de klimaatcrisis: stijgende zeespiegel, droogtes, orkanen, steeds hetere zomers et cetera. Want de vraag is allang niet meer óf de aarde op zal warmen, maar met hoeveel graden: één, twee, vier?

Gaia

Onder wat Latour het ‘oude klimaat­regime’ noemt, liep het zo’n vaart nog niet. De mens kon zich naar hartenlust op de planeet uitleven. ‘We maakten ons zorgen over ontbossing, over de vervuiling van de Rijn, maar niet over het klimaat,’ zegt hij. ‘Dat werd geacht niet te reageren op onze acties.’ Maar dat is de afgelopen dertig tot veertig jaar veranderd. ‘Vandaar dat ik schreef over een “parlement van de dingen”, vanuit de gedachte: oké, we hebben de mensen, maar we moeten het domein van de politiek uitbreiden naar tal van andere zaken.’

Het parlement van de dingen, een essay uit 1994, werd in het Nederlands vertaald en opgenomen in een vorig jaar onder dezelfde titel verschenen overzichtsbundel. Het is een poging om tot een alternatieve vertegen­woordigende democratie te komen en wel in die zin dat bijvoorbeeld het Amazone-woud en dan ook alle uiteenlopende actoren in dat woud worden gerepresenteerd, zowel menselijke als niet-menselijke: indianen, botanisten, bodemkundigen, maar ook de houtkap­industrie en ten slotte de bomen zelf.

Het toont hoelang Latour zich al met ecologische vraagstukken bezighoudt. Het leidde in 2013 tot een serie lezingen aan de Universiteit van Edinburgh (in het Nederlands vertaald als Oog in Oog met Gaia). Latour laat zien dat wat wij voorheen bestempelden als ‘de natuur’ niet langer de stabiele achtergrond vormt van ons bestaan. We hebben een nieuw geologisch tijdvak betreden waarin de mens de bepalende factor is geworden: het Antropoceen.

De ecologische gevolgen van ons handelen laten zich steeds harder voelen. De aarde slaat terug, en hoe! De verzuring van de oceanen en de opwarming van de aarde, beide als gevolg van de toenemende CO2-uitstoot, vormen daarvan de meest pregnante voorbeelden. Wat Latour laat zien is dat de oude dichotomie van mens versus natuur niet langer houdbaar is. Ze smelten samen tot een wezen in beweging, waarin menselijke activiteit en bestaande wereld onverwachte verbindingen aangaan: ‘Gaia’, zoals hij dat wezen noemt.

Globalisering

In 2017 volgde Où atterir? (in het Nederlands vertaald als Waar kunnen we landen?), een kort, maar zeer prikkelend essay, waarin Latour op zoek gaat naar een bij het nieuwe klimaat­regime passende politiek. Daarbij houdt hij de globalisering kritisch tegen het licht en pleit hij voor een herwaardering van het lokale.

‘Met onze geïndustrialiseerde samenlevingen is iets vreemds aan de hand,’ zegt Latour in zijn Parijse salon. ‘Ze laten zich erop voorstaan de wereld te hebben doorgrond, te hebben afgerekend met de oude wereld van goden en mythes, maar tegelijk is ook hun wereld heel onwaarachtig. Er ontbreekt een besef van de grenzen waar we als mensheid tegenaan lopen. Pas sinds een paar decennia geven we ons rekenschap van de beperkingen van het gebied waarop we leven en vragen we ons af of de grond wel solide is, de ijskappen stevig en de temperatuur constant. Maar ook is er steeds een machtsvraag, want dat bedreigde leefgebied [Latour spreekt van een territoir – MK] wordt op verschillende manieren bezet, bijvoorbeeld door de natiestaat.’

De aarde slaat terug, en hoe!

Volgens Latour dwingt dat ons tot een her­definitie van wie onze vrienden en vijanden zijn – hij verwijst daarbij vaak naar Carl Schmitt (1888-1985). Volgens deze denker heeft elke gemeenschap een vijand nodig om zichzelf te kunnen definiëren. Voor linkse politiek was dat onderscheid vroeger eenvoudiger te maken dan nu, stelt hij. ‘We konden vriend en vijand bepalen aan de hand van ons idee van vooruitgang. We dachten dat we allemaal in dezelfde richting evolueerden en moderniseerden. Ikzelf heb dat nooit geloofd, maar vanuit dat perspectief was de reactionair de vijand. Maar het nieuwe klimaatregime kan de progressieveling juist tot bondgenootschappen met de reactionair nopen – denk aan landschapsbeheer.’

In elk geval loopt het nieuwe vriend-vijand­onderscheid niet langer synchroon met de sociale strijd. ‘De arbeider die zich verzet tegen het grootkapitaal eet ook vlees, terwijl door vleesproductie enorm veel CO2 wordt uitgestoten. Het antwoord op de vraag wie je vriend en je vijand is, is heel ingewikkeld geworden. Het is niet langer iets ideologisch, maar hangt af van de plaats waar we ons bevinden, van het leefgebied.’

Omwenteling

Bij de politiek in het ‘nieuwe klimaatregime’ gaat het volgens Latour niet om de vorming van een soort wereldregering die de klimaatproblematiek aanpakt. ‘Het gaat eerder om een bewustzijnsproces, waarin elke beslissing – oké, misschien niet die van de schoen­maker hier beneden, maar elke min of meer zwaarwegende beslissing – in relatie staat tot het klimaat. Dát is het nieuwe politieke klimaatregime.’

Latour, telg uit een oud wijngeslacht uit de Bourgondische stad Beaune, werd zich pas goed bewust van de klimaatproblematiek rond het jaar 2000, toen de wijngaardopzichter van Maison Latour stelde dat het bedrijf niet om de klimaatproblematiek heen kon. Latour tikt met zijn wijsvinger op de eettafel alsof hij de vergadering nabootst waar dit gebeurde. ‘Was de opzichter een klimaatgekkie? Nee, zijn zorgen waren ingegeven door realisme.’

De omwenteling in het denken die zich met het ‘nieuwe klimaatregime’ aan het voltrekken is, is volgens Latour alleen vergelijkbaar met de tijd van de grote wetenschappelijke ontdekkingen in de zestiende en zeventiende eeuw, van mensen als Copernicus en Kepler. Zij plaatsten de zon in het middelpunt van het universum, niet de aarde. In die zin zijn we bezig van wereld te veranderen, volgens Latour. En dat gaat verder dan de perceptie, want tegelijkertijd voltrekken zich dus ook mutaties in de reële wereld – veranderingen die niet meer terug te draaien zijn, zoals de opwarming van de aarde. Klimaatwetenschappers spreken van de ‘The Great Acceleration’, een periode van onstuimige groei die na de Tweede Wereldoorlog begon en die gepaard gaat met gigantische uitstoot van CO2 en ongekende plundering van natuurlijke rijkdommen. In 2020 was het warmer dan ooit eerder werd gemeten, en we zien allerlei vormen van extreem weer.

Het wonderlijke is dat we het allemaal al decennia konden zien aankomen. Latour verwijst naar het vorig jaar verschenen boek Losing Earth van de Amerikaanse schrijver Nathaniel Rich. Daarin stelt Rich dat vrijwel elke discussie die we nu voeren over klimaatverandering ook al eind jaren zeventig plaatsvond. Maar de politiek sloeg waarschuwingen in de wind; lastige feiten werden genegeerd of verdraaid. ‘Rich laat heel mooi zien hoe er vanaf de jaren tachtig welbewust onwetendheid is gecreëerd over klimaat­verandering,’ zegt Latour. ‘Bijvoorbeeld door vanuit het bedrijfsleven gefinancierde lobby’s en denktanks. Maar Rich vergist zich ook, want het waren begin jaren tachtig niet slechts de Amerikaanse president en een paar bankiers die overtuigd moesten worden. De omwenteling in het denken waar we het over hebben vraagt een enorme bewustzijns­transformatie, en die kost tijd. We zijn toen gaan inzien dat wat we aan het doen waren niet eeuwig kon duren. Maar het is niet zo dat je vanuit die wetenschap zo maar even politiek kunt handelen.’

Verbeelding

Volgens Latour, die een invloedrijk boek schreef over de negentiende-eeuwse chemicus Louis Pasteur, gaat Rich eraan voorbij hoe traag nieuwe inzichten indalen of hoe haaks ze kunnen staan op gevestigde belangen. ‘Hoopgevend is dat er de afgelopen paar jaar enorm veel is veranderd op dat gebied, met dank aan klimaatactivisten en wetenschappers, maar ook de journalistiek.’ Toch gebeurt er volgens Latour op beleidsniveau nog steeds veel te weinig. Ook lijkt het gevoel van urgentie niet zover te gaan dat mensen bereid zijn hun levensstijl te veranderen.

Opnieuw blijkt de vergelijking met de coronacrisis hier leerzaam. Er is een duidelijk, acuut gevaar en dientengevolge zien we natiestaten razendsnel handelen met lockdowns en financiële hulppakketten. Maar die crisis is ook een ‘constructie’, zegt Latour. ‘We beschikken over allerlei data, we zien ziekenhuizen vol­lopen, maar zóveel mensen gaan er ook weer niet dood. Je hebt een goed georganiseerd land nodig om die crisis te kunnen laten zien.’

Latour wil maar zeggen: een crisis is altijd ook een kwestie van verbeelding. De klimaatcrisis heeft het in dat opzicht een stuk lastiger. Niet dat er geen krachtige beelden van bestaan, maar wat de gewone man ermee aan moet is vaak onduidelijk. Het ontbreekt aan samenhang. ‘Het kán natuurlijk wel,’ zegt Latour, en hij wijst, opmerkelijk genoeg, op de Watersnoodramp van 1953. ‘Als je in Maastricht woonde had je niets te vrezen van dat water, maar toch werd overal in Nederland betrokkenheid gevoeld. De klimaatcrisis is mondiaal, en ook diffuser, maar er zou qua verbeelding veel meer kunnen gebeuren.’

Het verbeelden van de crisis is niet genoeg, zegt Latour. We moeten die verbeelding volgens hem ook politiek maken: duidelijk maken dat we als gemeenschap staan of vallen met het bestrijden van deze crisis. Zoals Nederlanders dat voelden bij de overstromingen in Zeeland. We moeten over zien te brengen dat branden in Australië of smeltende poolkappen ons óók raken, zo niet vandaag, dan toch morgen – zodat we worden als die opzichter van de wijngaard van Maison Latour, die begreep dat een temperatuurstijging vergaande consequenties voor de oogst kan hebben, en dus voor de kwaliteit van zijn wijn.’

Bruno Latour
Bruno Latour (1947) geldt als een van Frankrijks meest toonaangevende denkers. Hij maakte naam met Laboratory Life (1979), een onderzoek naar de sociale constructie van wetenschappelijke feiten, en later met een boek over de verspreiding van de inzichten van Louis Pasteur: The Pasteurisation of France (1988). Sinds 2006 is hij als hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschappen in Parijs (Sciences Po), waar hij het Médialab oprichtte. Daarnaast werkte hij veel samen met theatermakers, ontwerpers en designers, en publiceerde hij recent Critical Zones, een rijk geïllustreerd boek over de fragiele laag van de aarde waarop leven mogelijk is.

Verder lezen
Van Latour verschijnt dit voorjaar bij uitgeverij Octavo Waar ben ik? Lockdownlessen voor aardbewoners. Eerder verschenen bij Octavo Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime en Oog in oog met Gaia. Acht lezingen over het nieuwe klimaatregime. Bij Boom verscheen eind vorig jaar Het parlement der dingen, een overzichtsbundel van Latours werk.