Home Praktische filosofie Denklab: hoe stel je grenzen binnen een organisatie?
Praktische filosofie

Denklab: hoe stel je grenzen binnen een organisatie?

Door Jos Kessels op 27 januari 2026

Jos Kessels denklab
beeld Marcel Bakker
Cover van
02-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Jos Kessels filosofeert in de praktijk. Dit keer: loyaal tegenspreken.

De doelstelling van de wethouder om binnen een jaar vijfduizend mensen aan het werk te krijgen, was bij lange na niet gehaald. Het waren er maar vijftienhonderd geworden. In het directieteam Financiële Controle stelden enkele mensen voor om de wethouder maar niet in te lichten. Degene die deze casus inbracht tijdens ons filosofisch gesprek kon zijn oren niet geloven. Hadden zijn collega’s het plan om de wethouder te belazeren? Ongeloof en verbijstering streden om de voorrang. En tevens het voornemen: ‘Dit laat ik niet toe.’

Maar wat kon hij doen? De kans bestond dat zijn collega’s zouden liegen in de jaarrekening. Moest hij in zijn eentje de wethouder inlichten? Dan liep hij het risico zelf de gebeten hond te worden. En was het geen hoogmoed om tegen iedereen in het team te zeggen: dit gaan we niet doen? Hoe wist hij nou zo zeker dat hij op zijn eigen oordeel kon vertrouwen? Klokkenluiders zijn vaak arrogant, ze gaan uit van hun eigen gelijk. Hij wist dat het vaak slecht met hen afloopt.

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Aan de andere kant ging het hier wel om bestuurlijke integriteit en transparantie. Iemand moest in deze situatie verantwoordelijkheid nemen om de bestuurscultuur te verbeteren. Wat nodig was, was loyale tegenspraak. De vraag was: hoe doe je dat precies? Zeggen wat er nodig is en dat domweg opleggen aan je omgeving? Of alleen kenbaar maken wat je vindt en het daarna loslaten? Als iedereen dacht dat dit voorstel verdedigbaar was, zat hij er zelf misschien naast. Hoe wist hij of hij een grens moest trekken?

Ons gesprek leidde hem tot het inzicht dat hij eerst zijn eigen grenzen moest verduidelijken. Die had hij niet scherp genoeg voor ogen. ‘Je moet zelf je grenzen trekken en verantwoorden, ze ontstaan niet spontaan,’ merkte hij op.

In Plato’s Politeia beweert Socrates dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het welzijn van een gemeenschap en het reflectievermogen van degenen die er de leiding over hebben. ‘Zolang er geen mensen aan het hoofd staan die bereid zijn aan zelfonderzoek te doen, zodat er een integratie ontstaat van zorg voor de gemeenschap en zelfonderzoek, zolang zal er geen einde komen aan het ongeluk in onze gemeenschap, en misschien wel niet aan dat van de mensen in het algemeen.’

Mooie woorden. Ze zijn de basis geworden van de Nederlandse code voor goed openbaar bestuur. De vraag is: hoe breng je ze in praktijk? En hoe kan een organisatie de juiste grenzen stellen als de mensen binnen de organisatie niet hun eigen grenzen kennen?

Loginmenu afsluiten