Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 1/2022

Denker des Vaderlands Paul van Tongeren: ‘Wat onmogelijk is kan toch werkelijk bestaan’

Paul van Tongeren
filosoof, hoogleraar

Midden in Toscane, halverwege een etappe van een wandeling over de Via Francigena, loopt een jongeman mij tegemoet. Hij voert een ezel aan een touw met zich mee. Als ik hem aanspreek vraagt hij me even te wachten. Hij doet zijn oortjes uit, zet de smartphone af waarop hij naar muziek luisterde en groet me vriendelijk. Ik vraag waar hij vandaan komt. ‘Uit Rome.’ Dat is inderdaad, 300 kilometer verder, het eindpunt van de route die ik zuidwaarts loop. Ik vraag hem waar hij naartoe gaat.

‘Naar Santiago.’

‘Loop je dat allemaal samen met die ezel?’

Hij vertelt dat hij gemiddeld iets meer dan twintig kilometer per dag loopt. En dat zijn ezel draagt wat hij nodig heeft voor de nacht. Hij loopt zelf met een rugzak met spullen voor overdag.

Op mijn vraag of hij met die ezel overal terechtkan voor eten en onderdak, lacht hij en maakt een weids gebaar met zijn arm rondom. ‘He is nature,’ zegt hij, wijzend naar zijn ezel, ‘he doesn’t have problems. I might.’ Hij heeft hem gevonden in Pamplona. Het dier was vermagerd en er slecht aan toe. Nu is het een prachtig beest, dat mij nu ook aandachtig bekijkt.

‘Dus je bent uit Pamplona komen lopen naar Rome, en loopt nu weer terug en dan verder door naar Santiago? En wat doe je dan, als je daar aangekomen bent?’

‘Dan wandelen we weer ergens anders heen.’ Het blijkt dat hij nergens woont, maar kriskras door Europa loopt met deze ezel aan een touw. Samen dragen ze alles wat hij heeft.

Ik voel bewondering voor iemand die zo kan leven, niet gebonden aan een plaats en alles wat daaraan vastzit, alles wat je vasthoudt. Er gaan een wonderlijke rust en opgewektheid van hem uit. Ik feliciteer hem met zijn vrijheid. Hij kust zijn ezel, groet mij en loopt weer verder. Ik vervolg mijn weg over het pad waarop hij net gelopen heeft. Pas na een tijdje realiseer ik me dat hij die smartphone toch regelmatig zal moeten opladen, dat hij geld nodig heeft voor zijn eten en drinken, dat het in de winter een stuk minder aantrekkelijk zal zijn.

Natuurlijk kan ik zo niet leven. Maar wat ben ik blij dat ik dat pas achteraf bedenk, en dat hij even liet zien dat wat onmogelijk is toch werkelijk kan bestaan.