Home De Stelling: De verbeelding moet aan de macht komen

De Stelling: De verbeelding moet aan de macht komen

Door door Elize de Mul, Paul van Tongeren en Alicja Gescinska op 02 februari 2017

Cover van 02-2017
02-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Paul van Tongeren

Emeritus hoogleraar ethiek, Nijmegen
Bijna vijftig jaar geleden riepen intellectuelen op tot een revolutie die de verbeelding aan de macht moest helpen. Anno nu brengen brede massa’s imaginaire ficties (veiligheid achter gesloten grenzen, behoud van de identiteit van het ‘eigen volk’ en wat dies meer zij) feitelijk aan de macht. Men beeldt zich in dat de sterke leider ‘Amerika weer groot’ zal maken. Wat is het verschil tussen de verbeelding van toen en de inbeelding van nu?
Er zijn verschillen: de eerste sprak van hoop, de tweede wordt gevoed door angst; de eerste wilde vooruit, de tweede wil terug; de eerste omarmde de chaos, de tweede zweert bij orde. Maar er zijn ook overeenkomsten: illusies worden gemakkelijk tot dogma’s, en dogma’s worden steeds onverdraagzamer.
Het probleem is niet de verbeelding, maar de macht. Macht corrumpeert alles, ook de verbeelding. Ze gaat in zichzelf geloven. Verbeelding mag zich niet gaan inbeelden de werkelijkheid zelf te zijn. Daarom liever verbeelding tegenover macht dan aan de macht.

Elize de Mul

Promovendus techniekfilosofie, Leiden
‘Ruimte voor verbeelding’ staat op het strijdprogramma van menige tegencultuur. De poging om die te creëren gaat vaak gepaard met idealisme en schoppen tegen starre regeringsvormen, en loopt niet zelden uit op opstanden. Verbeelding vanuit het volk bevat veelal de belofte van bevrijding. Die helpt een wereld vorm te geven waarin iedereen zich een beetje beter voelt dan in de bestaande realiteit. Die realiteit fluit de verbeeldingskracht op een zeker moment terug, maar is wel eerst een stukje met haar meegerend. Een beetje idealistisch voorstellingsvermogen kan ook een politicus helpen de starre realiteit beweeglijker te maken. Maar de verbeelding aan de macht? Voordat we dat te hard roepen is het goed ons te realiseren dat ook populisme, extremisme en nationalisme producten zijn van de verbeelding. Krachtig, dat is ze zeker. Maar ze komt wellicht het best tot haar recht in imaginaire verkenningstochten door utopieën en dystopieën waar we ons graag of juist niet in zouden willen bevinden.

Alicja Gescinska

Politiek filosoof, Amherst
Als uit het voorbije politiek jaar iets af te leiden valt, dan wel dat we vooral géén behoefte hebben aan meer fantasie. Het is bon ton in vooral linkse kringen om in meer vindingrijkheid, grootsere dromen en fantastische vergezichten de remedie te zien tegen de successen van populistisch rechts. Maar die successen tonen juist de gevaren van valse politieke beloftes en van politici die een loopje met de werkelijkheid nemen. Trump: een muurtje bouwen aan de Mexicaanse grens en Mexico laten betalen – dat wordt geen probleem, toch? PiS in Polen: die droom van een totale morele en politieke reconversie van de samenleving – dat fixen we wel in honderd dagen! Het gevolg is destabilisering en wantrouwen tussen burger en politici, en tussen burgers onderling. We hebben behoefte aan politici met een sterk realiteitsbesef en aan burgers die valse beloftes herkennen zodra ze uitgesproken worden. Als politici te hoog zweven, is het de burger die diep zal vallen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.