Home ‘De mens is een satirisch dier’

‘De mens is een satirisch dier’

Ons politieke systeem zit ingewikkeld in elkaar. Om het gezond te houden moeten we er grappen over maken, vindt Peter Wierenga, schrijver van Raak!, over de rol van satire.

Door Frank Meester op 03 februari 2020

Peter Wierenga Raak! satire beeld Martin Dijkstra
Cover van 02-2020
02-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Wat kan ik weten?

‘Wat kun je weten over satire? Tja, satire is maatschappijkritiek, gestoken in een jasje van humor. Elke maatschappij heeft taboes die ervoor zorgen dat die maatschappij kan functioneren. Dat zijn een soort steunpilaren waarop de gemeenschap rust. Als het goed is veranderen die met de tijd. Maar dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Je kunt de satiricus zien als iemand die in de steunpilaren prikt om te kijken of ze niet verrot zijn. Dat is belangrijk werk. De humor kan bitter zijn; het hoeft geen dijenkletser te zijn, want de lach is niet het doel. Het is een leuke manier om de boodschap te verpakken. Het gaat vaak om heikele punten, en humor kan de spanning doorbreken en werkt relativerend, al blijkt humor soms juist ook een bijtend middel.’

Wat moet ik doen?

‘Er bestaat goede en slechte satire. Je moet wat mij betreft zo min mogelijk op de man spelen en zo veel mogelijk op de dogma’s. Het gaat niet om mensen, maar om ideeën. Echt foute satire was die van de nazi’s in de jaren dertig. Een film als De eeuwige Jood zet een bevolkingsgroep systematisch weg als gevaarlijk en minderwaardig.

Van grappen die de bestaande verhoudingen tussen mannen en vrouwen bevestigen of hardnekkige vooroordelen herhalen kun je je zelfs afvragen of ze wel echt satire zijn. Misschien soms alleen doordat ze bepaalde politiek correcte dogma’s op de hak nemen. Daarbij maakt het ook nog uit wie de grappen maakt. Als minderheden grappen over zichzelf maken, is dat weer heel wat anders. Toch denk ik dat je ook als witte cabaretier grappen moet kunnen maken over andere bevolkingsgroepen, zolang je boodschap maar niet gericht is tegen de groep, maar tegen opvattingen die binnen die groep leven.

Daarom vind ik die beroemde Deense Mohammed-cartoons ook door de beugel kunnen. Die zijn niet gericht tegen alle moslims, maar alleen tegen de opvatting dat de islam gruwelijke aanslagen rechtvaardigt.

Ik begrijp wel dat het lastig ligt. Binnen de islam mag je de Profeet überhaupt niet afbeelden, dus al helemaal niet met een bom in zijn tulband. Maar ik vind dat moslims zich hier moeten conformeren aan de grondwet, die iedereen godsdienstvrijheid biedt, maar ook het recht om godsdienst te bespotten. Al begrijp ik vervolgens ook dat moslims zeggen: “Wij mogen geen grappen maken over Joden en de Holocaust, en jullie mogen wel de Profeet bespotten.” Ik denk dan ook dat het beter is daar consequent in te zijn. Dat je de Holocaust niet op de korrel mag nemen staat overigens niet in de wet. Alleen het beledigen van een groep kan strafbaar zijn.’

Wat mag ik hopen?

‘Er is niet zoveel reden tot hoop. Satirici over de hele wereld hebben het moeilijk. Ik sprak voor mijn boek met velen van hen. Zoals met Petro X. Molina, die zijn land moest ontvluchten omdat hij het regime van de Nicaraguaanse president Ortega met zijn tekeningen te kakken had gezet. Of neem de Turkse cartoonist Musa Kart, die verschillende keren in de gevangenis zat vanwege zijn werk. Kart vergeleek het lot van de cartoonist met dat van de kanarie in de kolenmijn: als het daarmee slecht gaat, staat de vrijheid op het spel. Volgens Reporters zonder Grenzen is de persvrijheid wereldwijd al jaren aan het afnemen. Er zijn meer en meer autoritaire regimes en populisten die de aanval inzetten op de vrije media. In Rusland ondertekende Poetin vorig jaar een wet die media verbiedt om fake news te verspreiden of de staat onvoldoende respect te betonen. In Hongarije hebben de zakenvriendjes van premier Viktor Orbán het grootste deel van de media in handen. Het wordt daar steeds lastiger om satrirische grappen te publiceren. Zelfs de VS zijn enorm gezakt op de Press Freedom Index.

Het enige wat hoop geeft is internet. Dat maakt dat iemand die gevlucht is naar het buitenland toch nog kritische grappen kan publiceren in zijn eigen land. Al zorgen ze er in China of Iran dan wel weer voor dat de bevolking die grappen niet te zien krijgt.’

Wat is de mens?

‘Wij zijn een lachend dier, een rationeel dier en een sociaal dier. En die combinatie maakt ons bij uitstek een satirisch dier. Doordat we sociaal zijn en over de rede beschikken bedenken we politieke systemen die ons samenleven organiseren. Om dat systeem gezond te houden, of gezond te maken, moeten we er voortdurend met elkaar over van gedachten wisselen. Soms blijkt dan een humoristische aanpak de meest effectieve.’


Raak! Een wereldreis door de satire
Peter Wierenga
Uitgeverij Boom
220 blz. | € 25,50