Home Niet-westerse filosofie Boeddhanatuur #7
Niet-westerse filosofie

Boeddhanatuur #7

Door Michel Dijkstra, Simone Bassie, Michel Dijkstra en Simone Bassie op 23 mei 2014

Boeddhanatuur #7
07-2013 Filosofie magazine Lees het magazine

Linji (negende eeuw na Christus)
De ware menselijke aard
 
Wat is het?
Totale innerlijke vrijheid.
 
Hoe kun je het bereiken?
Door het idee op te geven dat iemand anders ons kan vertellen hoe wij moeten leven.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘Het probleem met de leerlingen van tegenwoordig is dat ze te weinig vertrouwen hebben in zichzelf.’ Op deze manier sprak Linji, een van de beroemdste chan-(zen)meesters uit China, zijn volgelingen toe. Als een soort therapeut wees hij hen erop dat ze zichzelf in de weg zaten bij het zoeken naar geluk. Dit goede leven bestaat volgens Linji uit het ontdekken van je boeddhanatuur: een totale innerlijke vrijheid.
 
Mensbeeld
Linji stelt dat sommige mensen de neiging hebben om een autoriteit te zoeken, iemand die hun vertelt hoe ze moeten leven. Hierdoor geloven ze in een illusie, want de enige die je leven kan vormgeven ben je zelf. Door achter een meester aan te lopen maakt de mens zichzelf dan ook onvrij. Linji hamert erop dat een goede zenmeester zijn leerlingen zo veel mogelijk op eigen benen laat staan. Op die manier kan de mens zijn boeddhanatuur ontdekken en als een vrij individu leven. Veel mensen willen hun eigen vrijheid echter niet onder ogen zien en blijven zich krampachtig aan allerlei autoriteitsfiguren vastklampen, zoals hun ouders, idolen of de Boeddha zelf.
 
Denken over bevrijding
Deze hardnekkige menselijke neiging kan volgens Linji maar op één manier doorbroken worden: door je innerlijk te onthechten van autoriteiten. Zijn beroemdste uitspraak luidt dan ook: ‘Dood de Boeddha!’ Dit wil niet zeggen dat je werkelijk moet proberen om autoriteitsfiguren om te leggen, maar dat je er niet afhankelijk van dient te zijn. Als je je bijvoorbeeld bij elke beslissing afvraagt wat je vader ervan vindt, kun je zelf geen goede keuzes maken. Een zenmeester speelt bij dit onthechtingproces een belangrijke rol, omdat hij zijn leerlingen op hun eigen onvrijheden wijst. Dit kan een moeizame weg zijn, maar de beloning is groot. Wie hierin slaagt, zal namelijk niet meer in van alles verstrikt zijn: ‘Alleen dan zul je overal kunnen komen waar je wilt komen.’