Ik twijfelde laatst of ik iets moest vertellen aan iemand. Je weet wel, zo’n boodschap waarvan je weet dat die slecht kan vallen, maar die toch goed is om hardop uit te spreken. ‘Doe maar niet,’ zei een vriendin. ‘Wat niet weet, wat niet deert.’
Ik vroeg me af of die uitspraak klopt. Als iemand over je roddelt zonder dat je het weet, doet het dan echt geen pijn? Wat me ook opvalt is dat degene die dit zinnetje uitspreekt zelf wél op de hoogte is. Die maakt dus een keuze voor een ander. Is dat bescherming of controle? En voor wie is deze uitspraak eigenlijk bedoeld? Besparen we de ander pijn of besparen we onszelf een ongemakkelijk gesprek?
Geeft niet-weten wel echt rust?
We zijn behoorlijk selectief in het gebruik van deze uitspraak. Niemand zegt bij de huisarts: ‘Als er iets aan de hand is, zeg het maar niet hoor. Wat niet weet, wat niet deert!’ Kennelijk geldt het zinnetje alleen als de pijn behapbaar lijkt. Maar wie bepaalt dat?
Bovendien deert het iemand nu misschien niet, maar betekent dat ook dat het nooit gaat deren? Wat als iemand er later wel achter komt, deert het dan dubbel? Is niet-weten een vorm van rust, of wordt de pijn gewoon vooruitgeschoven?
Ik heb het uiteindelijk toch gezegd. Het viel inderdaad niet lekker. Maar als ik het niet had gezegd, had het dan echt niet gedeerd? Of had ik dat alleen niet gezien?
Even tussendoor …
Meer columns lezen van Elke Wiss? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
