Kun je denken dat je denkt zonder dat je denkt? Filosofie is moeilijker als je denkt in paradoxen.
Filosofische vragen zijn meestal geen gewone vragen. Een gewone vraag zoals ‘Heb je een leuk weekend gehad?’ is vaak makkelijk te beantwoorden, terwijl filosofische vragen als ‘Wat kunnen we weten?’ zo lastig zijn dat ze zelden een antwoord krijgen waar iedereen zich in kan vinden. Toch gaan filosofische vragen soms wel over gewone dingen, zoals wakker zijn en dromen. ‘Hoe weet ik dat ik niet droom,’ vroeg Descartes zich af. Voor mijzelf is de vraag trouwens niet of ik droom, want ik weet zeker dat ik wakker ben. De vraag is: hoe komt het dat ik dat zo zeker weet?
Hoe weet ik dat ik iets gewoons weet?
Voor minder gewone dingen is het vaak duidelijk hoe ik iets weet. Ik weet wie de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is, omdat ik dat in de krant heb gelezen. Ik kan zelfs nagaan in het krantenarchief op welke dag ik dat precies heb gelezen. Maar naar welke bron kan ik verwijzen voor iets gewoons? Ik doe mijn ogen dicht en hoor een geluid. Ik weet zeker dat het een auto is. In welke krant heb ik gelezen dat dit het geluid is dat auto’s maken? Weet ik het echt zeker? En wie heeft mij het verschil geleerd tussen de geluiden van auto’s, motorfietsen, vrachtwagens, groepen wielrenners en rolkoffers? Ook al heb ik geen antwoord op die vragen, toch twijfel ik niet aan mezelf.
Om serieus te twijfelen moet ik kunnen denken dat ik me vergis. Ik denk bijvoorbeeld dat woorden betekenis hebben. Dat is zo gewoon, dat ik moeite heb om me voor te stellen hoe het zou zijn als dat niet het geval was. Ik probeer aan te nemen dat woorden geen betekenis hebben. Maar mijn gedachten krioelen van de woorden en hebben inhoud dankzij de betekenis van die woorden. Ik kan niet denken zonder dat woorden betekenis hebben; ik kan daar niet serieus aan twijfelen. Voor Ludwig Wittgenstein (1889-1951) zijn dit zogenaamde ‘scharnierproposities’: dingen waar je niet aan kunt twijfelen, omdat je denkproces dan niet meer functioneert, alsof je de scharnieren van een deur haalt.
Hoe gewoner iets is, hoe complexer het is om er serieus over na te denken. Vandaar dat filosofisch vragen zo lastig zijn: ze gaan over gewone dingen.

