Wat zou Hannah Arendt hebben gedacht over de huidige situatie in het Midden-Oosten? Met die boeiende vraag op haar lippen vertaalde filosoof Alicja Gescinska twee teksten van en met Arendt. Over Palestina heet het boekje. Maar veel wijzer over Palestina word je er niet van.
De teksten werden een aantal jaar geleden ontdekt door Arendt-biograaf Thomas Meyer, zo lees ik in de Duitse uitgave. De eerste, nooit gepubliceerde tekst schreef Arendt in mei 1944. Ze reageerde ermee op het besluit van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken om een resolutie uit te stellen. In die resolutie werden de Britten opgeroepen Palestina open te stellen voor Joodse vluchtelingen en om met steun van de Verenigde Staten snel een vrije en democratische Joodse staat mogelijk te maken. Volgens Arendt zette het ministerie met dit besluit het Congres buitenspel en daarmee ook het Amerikaanse volk. De militaire bezwaren die het ministerie inbracht en de bereidheid rekening te houden met het protest van Arabische landen en organisaties, deed ze af als door experts geleid opportunisme en door oliebelangen gedreven politiek. Het artikel gaat kortom niet over Palestina en haar bewoners, maar over de Amerikaanse buitenlandpolitiek.
Even tussendoor …
Meer lezen over Hannah Arendt en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Arendts intensieve betrokkenheid bij het gruwelijke lot van de Joden in Europa en bij de opbouw van een Joods thuisland vormt de achtergrond van dit artikel. Vanaf de jaren dertig schreef ze tientallen essays over Joodse kwesties. De meeste daarvan zijn gepubliceerd in de bundel Joodse essays (2008). Vooral haar essay ‘Heroverweging van het zionisme’ van oktober 1944 deed stof opwaaien. Ze sprak zich hierin uit tegen het voorstel van de Amerikaanse zionisten om heel Palestina tot een Joods gemenebest te maken. De Arabische bewoners werden niet eens genoemd, foeterde ze, waardoor hen niets anders restte dan ‘te kiezen tussen vrijwillig vertrekken of tweederangsburgers worden’. Ze was op dat moment geen voorstander van een nationale staat (de latere staat Israël) noch van een binationale, Arabisch-Joodse staat. De oprichting van een nationale staat splijt de bewoners van een gebied in een meerderheid en minderheid, wist ze. De minderheid loopt daarna risico om onderdrukt of verjaagd te worden. Ze pleitte daarom voor een federatie van meerdere volken rondom de Middellandse Zee, waaronder de Joodse en Arabische Palestijnen. De zionisten namen haar deze kritische, ‘post-zionistische’ visie zeer kwalijk. Haar eerder geschreven artikel over de Amerikaanse buitenlandpolitiek zou hen vast meer hebben aangesproken.
Niet terugkeren
De tweede tekst uit 1958 vraagt aandacht voor de ruim 700 duizend Arabisch-Palestijnse vluchtelingen die in 1948 uit Palestina werden verdreven. De tekst is niet van Arendt zelf maar van een team deskundigen, merendeels Amerikaans. De rol die Gescinska Arendt toedicht – als zou ze met dit rapport een oplossing formuleren voor de Palestijnse vluchtelingenproblematiek – lijkt me overtrokken. In de Duitse versie schrijft Meyer dat hij geen bewijs vond dat Arendt nauw bij de groep betrokken was. Ze besteedde ook nooit een woord aan het rapport, maar stuurde alleen een exemplaar naar haar vriend Karl Jaspers.
De stelling van het rapport is dat voor een oplossing van de gespannen situatie in Palestina allereerst het Palestijnse vluchtelingenprobleem moest worden aangepakt. Zolang dat niet gebeurde, was er geen zicht op stabiele vrede. Opmerkelijk is dat het rapport de mogelijkheid dat de Palestijnse vluchtelingen naar huis terugkeerden uitsluit, ook al was dat wat zij vrijwel allemaal wilden. Hun terugkeer zou te gevaarlijk zijn voor de staat Israël en de Joodse bewoners. Daarmee verwoordde het team, waaraan voor zover ik kan beoordelen geen Arabisch-Palestijnse vertegenwoordigers deelnamen, uiteindelijk meer de belangen van de staat Israël en de Joodse bewoners dan die van de verdreven Arabische Palestijnen. Of Arendt het hiermee eens was, valt niet te achterhalen. Ik zou denken van niet, omdat ze in 1948, uit vrees voor een allesvernietigende oorlog, alsnog voorstander van een binationale staat werd.
Gescinska gaat niet op deze kwestie in. Niet in het voorwoord en niet in de bijgevoegde biografie (een ingekorte versie van een hoofdstuk uit haar onlangs verschenen Vrouwen in duistere tijden). Ook kritiek op Arendts standpunten blijft uit. ‘Haat is niet eeuwig,’ zegt ze Arendt na. Maar die zin kan alleen waar zijn als Arabische en Joodse betrokkenen uiteindelijk als gelijken kunnen samenwerken aan een oplossing. Dat ideaal, dat Arendt in haar denken over federalisme uitwerkte, ontbreekt helaas in deze twee teksten.
Over Palestina
Hannah Arendt
vert. en inl. Alicja Gescinska
De Bezige Bij
176 blz.
€ 22,99

