Filosofie is makkelijker als je denkt
In ‘Filosofie is makkelijker als je denkt’ helpen we je in vier stappen op weg in het zelf leren denken. Dit keer: wat is ziekte?
‘Ziekte is de nachtzijde van het leven’
Filosofie is makkelijker als je denkt. Maar kun je wel denken als je ziek bent? Een kleine inleiding in de filosofie van ziekte.
Wat is ziekte? Welke rol speelt ze in een mensenleven? En wat moeten we aan met het feit dat ons lichaam al hapert, sputtert en stokt, lang voordat het definitief ophoudt met werken? Wat je op deze vragen antwoordt, hangt waarschijnlijk af van je eigen ziektegeschiedenis. Misschien betekent ziekte niet meer voor je dan een verkoudheid of griepje, maar ze kan ook een dagelijkse, slepende realiteit zijn of een doodsdreiging die je boven het hoofd hangt.
In de geschiedenis van het denken over ziekte is een van de belangrijkste vragen: waarom worden we ziek? Arts en filosoof Hippocrates (ca. 460-377 v.Chr.) was de eerste die ziekte niet aan bovennatuurlijke, maar aan natuurlijke oorzaken weet, waarmee hij de basis legde voor de moderne geneeskunde. Toch zijn mensen lang erna nog naar andere verklaringen blijven zoeken. In de middeleeuwen werd ziekte gezien als het gevolg van een morele of spirituele tekortkoming. En volgens Sigmund Freud (1856-1939), de grondlegger van de psychoanalyse, was ziekte het resultaat van opgekropte driften.
Vanaf eind achttiende eeuw nam de moderne geneeskunde een vogelvlucht, waardoor de oorzaken van ziekte een stuk minder raadselachtig werden. Maar als je ziekte kunt verklaren, snap je dan ook wat het is? De Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) dacht van niet. In De geboorte van de kliniek beschrijft hij hoe de ontwikkelingen in de moderne geneeskunde ervoor zorgden dat ziekte losgekoppeld werd van de persoonlijke ervaring. Ziekte werd iets dat je objectief kon vaststellen door de studie van het menselijk lichaam. Deze methode was zeer nuttig, maar had ook een hoge prijs: we zijn uit het oog verloren wat het betekent om ziek te zijn.
Om te begrijpen wat ziekte is, kunnen we misschien wel beter stilstaan bij hoe ziek-zijn voelt. Volgens de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) is ziekte niet zomaar de afwezigheid van gezondheid. Ze is een volstrekt eigen realiteit; de ervaring van je eigen lichaam, de wereld om je heen en de tijd verandert erdoor. Ook de Amerikaanse filosoof en essayist Susan Sontag (1933-2004), die zelf aan kanker leed, zag ziekte als een eigen werkelijkheid, waar iedereen mee te maken krijgt. ‘Ziekte is de nachtzijde van het leven. Iedereen die geboren wordt heeft een dubbele nationaliteit: die van het rijk der gezonden en die van het rijk der zieken. Hoewel we allemaal liever alleen het goede paspoort gebruiken, is ieder van ons vroeg of laat verplicht om ons in ieder geval voor een tijdje te identificeren als burger van die andere plaats.’
Als je ziekte niet beschouwt als een cluster symptomen, maar als een eigen, complexe realiteit, valt er een hoop te ontdekken. Virginia Woolf (1882-1941) schrijft in ‘Over ziek zijn’ dat ze door haar ziekte schoonheid ervoer die haar anders nooit was opgevallen. ‘Op je rug, naar boven starend, blijkt de lucht dramatisch anders.’ De hemel, ontdekte ze vanuit haar ziekbed, bleek een ‘oneindig experiment van gouden stralen en blauwe schaduwen’.
