‘Thank you for being alive. Het is verdomde moeilijk en je doet het toch maar.’ Het was de derde keer dat ik de saxofonist en performer Alabaster DePlume live zag. De eerste keer was ik bijna tot tranen geroerd (mijn equivalent van keihard janken). DePlumes optredens zijn gelijke delen jazzclub en therapiesessie: ‘You’re precious. Vergeet dat niet!’
De tweede keer dat ik hem zag was ik teleurgesteld. Het was alsof hij de sessie van een jaar eerder herhaalde, terwijl het die eerste keer voelde alsof de avond speciaal voor ons, op dat moment, ontstond. Was het een trucje, mijn bijna-traan goedkoop sentiment?
Even tussendoor …
Meer columns lezen van Miriam Rasch? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Paar jaar later, toch weer gegaan. Herhaling, besefte ik nu, kan ook wijzen op een ritueel. ‘Bedankt dat je bestaat. Het feit dat je leeft, precies nu, moet wel betekenen dat dit de beste tijd is om te leven, hoe vreselijk die tegelijk ook is.’ Ja, dit was een ritueel voor heling. Ik geloofde.
Later op de avond zag ik een wat clownesk figuur met een broodje in de hand door de foyer struinen. Te laat besefte ik dat het Alabaster zelf was. Te laat om naar hem toe te rennen, hem bij de elleboog te pakken en te zeggen: thank you, thank you for being alive.

