Home Waterige transformaties

Waterige transformaties

Door Marianne M. van Dijk op 29 mei 2012

Cover van 06-2012
06-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

Hoe kun je nog op een vernieuwende manier een landschap schilderen als kunstenaar van de eenentwintigste eeuw? Filosoof René Boomkens beantwoordt die vraag met een werk van schilder Theo Jordans, die in zijn oeuvre de transformatie van het Zeeuwse landschap verbeeldt.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Misschien moet je er Nederlander voor zijn om in dit waterige geheel meteen een landschap te zien. De overgang tussen het groene – vermoedelijk land – en het blauwe – waarschijnlijk water – is onduidelijk. Een duizelingwekkend perspectief maakt dat je als kijker voor de zekerheid de horizon opzoekt, om je wellicht meteen af te vragen of dat wel echt de horizon is. René Boomkens, als cultuurfilosoof verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen: ‘Vermoedelijk is hier het Zeeuwse gebied genaamd Het Zwin afgebeeld. In dit werk is Het Zwin bijna geen landschap, en toch word je verleid te zoeken naar een landschap dankzij een paar bakens, zoals die witte golven.’

Schilder Theo Jordans heeft zich jaren geleden in een Zeeuws dorp gevestigd waar inmiddels alle winkels op één na zijn verdwenen, en waar in de winter, als de Duitse toeristen weg zijn, geen kip meer te zien is – een typische krimpregio. Hij schildert alles wat op het punt staat verloren te gaan: vervallen boerenschuren, een restje boomgaard, en in dit werk, getiteld Avondstemming, zelfs hoe het land zelf in zijn geheel ten onder lijkt te gaan.

Hoe zou u de blik van Jordans op dit landschap noemen?
‘Jordans ontsnapt aan twee dominante kunsthistorische manieren van kijken naar een landschap. Hij heeft niet de blik van de zeventiende-eeuwse pastorale landschapsschilder, voor wie de natuur altijd toegeëigend en overzichtelijk is. Jordans houding tegenover het landschap is afstandelijker, het is niet van hem, en er komen in tegenstelling tot de typisch pastorale werken geen mensen in zijn schilderijen voor.

Tegelijkertijd is dit ook geen verbeelding van het sublieme, waarbij het landschap een imposante, overweldigende wildernis vormt. Nu is het platte Nederlandse landschap moeilijk imposant te krijgen, maar ook de zee wordt hier niet zozeer als iets groots, maar eerder als iets onduidelijks getoond. Hij wil ons niet imponeren, maar verleiden om beter te kijken door het beeld niet helemaal helder te maken.
Door die overstijging van manieren van schilderen die draaien om hoe de mens in het landschap staat, is er ruimte voor het landschap zelf. Nu het zo in de hoofdrol staat zie je dat het niet altijd mooi is, maar dat er wel altijd beweging in zit, dat er altijd transformatie plaatsvindt.’

Wat zegt dit werk over transformatie?
‘Dat het belangrijk is om tijdens een transformatie gefocust te blijven op het tastbare, het lichamelijke. In Avondstemming voel je het koude water, en bij zijn schilderijen van boerenschuren ruik je het hooi. Je moet bij wijze van spreken stilstaan bij de zwarte riemen onder je nagels, zolang die er nog zijn. Jordans is geen activist die het oude koste wat kost wil behouden, noch prefereert hij de nieuwe wereld. In die zin is hij vergelijkbaar met kunsthistoricus en schrijver John Berger, die met zijn romancyclus Ver weg in Europa het laatste stadium van plattelandscultuur verwoordde. Of cineast Jos de Putter, die met zijn film Het is een schone dag geweest de laatste dagen van een boerenbedrijf in Zeeland in beeld bracht.’

Hoe zit het met die onduidelijke vegen in het werk? Het lijkt haast alsof je door een beregend venster kijkt.
‘Jordans registreert inderdaad niet zomaar, hij legt een laag over het landschap heen. Daarmee toont hij de ambivalentie van het verdwijnende landschap, het is onduidelijk wat er gaat gebeuren met wat er nog is. Als hij dit niet doet, zoals in sommige andere werken, loopt hij het gevaar dat zijn werk te decoratief wordt. Hier is het spannend: wat gebeurt er precies in dit landschap? Misschien staan hier binnenkort wel zeshonderd bungalows.’