Home Vreemde plastic zakjes

Vreemde plastic zakjes

Beeldende kunst prikkelt niet alleen de zintuigen, maar ook de geest. In deze rubriek bespreekt een auteur tot welke filosofische reflecties een beeldend werk aanzet.

Door Lisa Doeland op 25 augustus 2022

Vreemde plastic zakjes
wijsgerig perspectief 03 2022
Wijsgerig Perspectief nr 3/2022 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Toen Roland Barthes in zijn essay ‘Plastic’ uit zijn boek Mythologies (1957) opmerkte dat de hele wereld zou kunnen worden geplastificeerd, het leven zelf incluis, doelde hij niet op de alomtegenwoordigheid van micro- en nanoplastics. In ‘Plastic’ beschrijft Barthes plastic als een ‘magische substantie’ die zich in alle denkbare vormen laat kneden en, eenmaal gevormd, nogal onveranderlijk blijkt. ‘Het schijnt dat er tegenwoordig zelfs plastic aorta’s gemaakt worden,’ besluit hij zijn essay. Aorta’s van plastic kwamen er niet. Wel blijkt uit onderzoek dat er tegenwoordig nanoplastics in onze bloedbaan te vinden zijn.

The Plastic Bag Store van Robin Frohardt

De magie is er inmiddels wel een beetje van af. Plastic belichaamt niet langer het ideaal van kneedbaarheid en plooibaarheid, van een toekomst – a Plastic Age! – waarin de mens zich aan de natuur ontworsteld heeft en zelf wel bepaalt hoe de wereld eruitziet. Plastic staat nu symbool voor een unheimisch heden – het Plasticene – waarin we bespookt worden door plastic resten. Waar ik plastic in mijn tienertijd nog op veilige afstand kon houden – zo zag ik hoe plastic in de film American Beauty (1999) tot iets subliems (een dansende plastic zak) verheven werd – stel ik me tegenwoordig voor hoe de ­nano-plastics afkomstig van die plastic zak zich een weg door mijn lichaam banen. Dat voelt vreemd, unheimisch, afschrikwekkend.

De Amerikaanse theater- en filmmaker Robin Frohardt staat aan de wieg van The Plastic Bag Store (2020). Met deze kunstinstallatie in de vorm van een winkel trekt ze ­inmiddels al een jaar of twee rond. In een interview vertelt Frohardt hoe het idee voor dit project ontstond: ze zag hoe haar in plastic verpakte boodschappen verpakt werden in een plastic zakje en realiseerde zich hoe absurd dit was. Ze vroeg zich af: wie kwam er in godsnaam op het idee dat je plastic na eenmalig gebruik weg kan werpen?

Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar de jaren vijftig. Tijdens een speech voor de Society of the Plastic Industry in 1956 sprak Lloyd Stouffer, hoofdredacteur van het toenmalige Modern Packaging Magazine de volgende memorabele woorden: ‘the future of plastic is in the trash can.’ Toch moet Stouffer toen al geweten hebben dat plastic weinig afbreekbaar is en dat het bijzonder vreemd is om een dergelijk materiaal maar één keer te gebruiken.

Frohardts plastictasjeswinkel is een ode aan de vervreemding die plastic teweegbrengt. Wie door haar winkel loopt (wat ikzelf overigens alleen virtueel deed) merkt hoe ingewikkeld het is om steeds heen en weer geslingerd te worden tussen vertrouwdheid – het is een winkel als zovelen, met schreeuwende reclames in aansprekende kleuren – en vervreemding – verdomd, het zijn helemaal geen tomaten/cakejes/sushirolletjes/et cetera. Frohardt vraagt ons om die vervreemding niet weg te stoppen, maar erbij stil te staan. De nanoplastics indachtig: er is geen ontsnappen aan. Opruimen, zoals onder andere de ­Nederlandse uitvinder Boyan Slat probeert te doen met de plastic soep, is geen optie.

We kunnen beter denken in termen van een ‘plastic smog’ dan van een ‘plastic soep’, stelt de Canadese marinebioloog Max Liboiron. Plastic raakt ons allemaal. Dat vraagt om een politieke benadering, geen managementwetenschappelijke.

Het is overigens van belang om het vreemde en het unheimische niet door elkaar te laten lopen, zoals ik tot nu toe gedaan heb. In The Weird and the Eerie (2017) merkt Mark Fisher op dat Sigmund Freud in zijn beschrijving van Das Unheimliche geen ruimte laat voor een onderscheid tussen het unheimische en het vreemde (the weird) of onheilspellende (the eerie). Het unheimische heeft te maken met wat zich aan de ‘binnenkant’ bevindt: het bekende schijnt ons opeens vreemd (strange) toe, of het vreemde komt opeens bekend op ons over. Het vreemde en het onheilspellende gunnen ons een blik op het binnenste vanuit een buitenperspectief. Het vreemde heeft betrekking op wat niet bij ons ‘thuis’ hoort en daar ook niet mee verzoent kan worden, terwijl het unheimische gaat over dat wat op vreemdsoortige wijze toch ergens thuis is. Plastic wijst ons erop dat we onze wereld delen met vreemden, die we ons nooit helemaal eigen kunnen maken.

Het vreemde wordt, zo merkt Fisher op, bovendien geassocieerd met een gevoel van verkeerd-zijn (wrongness). Het klopt niet, het zou er niet moeten zijn, en tóch is het er. Fisher:

De vreemde (weird) entiteit of het vreemde object is zó vreemd (strange) dat we het gevoel hebben dat het niet zou mogen bestaan, in ieder geval niet op deze plek. Het feit dat de entiteit of het object er is zegt ons dat de categorieën die we gebruiken om de wereld te begrijpen niet toereikend zijn. Het vreemde heeft niet ongelijk. Blijkbaar schieten onze opvattingen tekort.

Plastic verzet zich tegen idealen van kneedbaarheid en maakbaarheid. En van wegwerpbaarheid – de smeerolie van het consumptiekapitalisme. Plastic is er en er is geen ontsnappen aan, of we dat nou willen of niet.

Frohardts installatie is een schoolvoorbeeld van wat de Amerikaanse denker Jed Mayer weird tales noemt. Waar klassieke horror onze afschuw wekt, zijn weird tales niet alleen afschrikwekkend maar ook een beetje fascinerend. Ze maken ons nederig. Hoewel The Plastic Bag Store de schijn heeft van een subliem spektakel dat ons stiekem met een gevoel van superioriteit vervult, werpt het ons uiteindelijk terug op onszelf. Sta je daar even later in een echte supermarkt je in plastic verpakte macaroni weer in een plastic tasje te stoppen. Je beseft dat microscopisch kleine deeltjes daarvan waarschijnlijk ooit in je lichaam terecht zullen komen, en weet je voor even onderdeel van iets heel vreemds.