Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 7/2021

Vreemd

Coen Simon
Hoofdredacteur Filosofie Magazine

Aan het begin van mijn studie raakte ik bevriend met een medestudent die dertig jaar later nog altijd een van mijn beste vrienden is. We zijn in de loop van de tijd natuurlijk allebei veranderd, wisselden van huis, werk en liefdes en kregen gezinnen, maar één ding bleef al die jaren een constante: een hardnekkig meningsverschil over identiteit.

In het kort: hij denkt dat een mens ergens diep van binnen een onveranderlijke kern heeft, ik geloof daar helemaal niets van. Gedurende een leven bevindt een mens zich in telkens andere omstandigheden, relaties, en lichamelijke condities, waardoor het me niet alleen godsonmogelijk lijkt om iets van een onveranderlijk zelf te isoleren, maar ook niet wenselijk om jezelf vast te pinnen op zo’n statisch zelfbeeld.

Ik moet toegeven dat de vriend wel altijd behoorlijk zichzelf leek te blijven, zijn zelfde vaste zelf hield. Dit veranderde in mijn ogen toen hij een tijdje geleden zijn vrouw verliet. Mijn relatie met hem was natuurlijk ook een relatie met zijn gezin geworden. En ik was zo gehecht aan dat gezin, dat ik me moeilijk bij deze verandering kon neerleggen. Voor het eerst sinds onze vriendschap zag ik hem als een vreemde. Als hij zijn leven zomaar kon verruilen voor een ander leven, dan kon dit natuurlijk ook met onze relatie gebeuren. Zo zullen mijn kinderen vast ook naar mij hebben gekeken toen ik zelf jaren geleden hun moeder verliet.

In de Amerikaanse televisieserie Transparent (2014, Amazon) zien we hoe alle gezinsleden veranderen als hun vader uit de kast komt als transgender en verder als vrouw door het leven gaat. Hem ‘haar’ noemen gaat de volwassen kinderen vrij gemakkelijk af, maar verwarrender blijkt het om om te gaan met de warme herinneringen aan een vader die er niet meer is, zonder dat de persoon die deze vader is geweest uit hun leven is verdwenen.

Strikt genomen geldt dit natuurlijk voor ieder mens aan wie we ons hechten: de persoon met wie we herinneringen ophalen is nooit nog de persoon die deze was in de tijd die we in herinnering roepen. Zoals we volgens Heraclitus nooit tweemaal in dezelfde rivier kunnen stappen, ontmoeten we ook nooit twee keer dezelfde persoon. Ook niet in de spiegel.

De vraag is dan ook of die vriend nu zo vreemd is, of dat ik dat ben.