Home Mens en natuur Stelling: Beschermde natuurgebieden zijn er voor de mens
Mens en natuur

Stelling: Beschermde natuurgebieden zijn er voor de mens

Door Simone van Saarloos, Eric Schliesser, Ingrid Robeyns, Simone van Saarloos, Eric Schliesser en Ingrid Robeyns op 27 mei 2015

Cover van 06-2015
06-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

Ons panel, bestaande uit Simone van Saarloos, Eric Schliesser en Ingrid Robeyns reageert iedere maand op een actuele stelling.

Simone van Saarloos

Schrijver, columnist
De natuur hoeft niet tegen zichzelf te worden beschermd. Nadenken over het beschermen van natuurgebieden komt eigenlijk neer op een positief geformuleerde schuldbekentenis. Want waarom, of omwille van wie, moet de natuur worden beschermd?
Volgens de meeste sociale contracten geldt: wanneer je een land bewerkt, wordt die grond van jou. Je hebt er in elk geval een zeker recht van spreken over. Of je bewerkt die grond in dienst van een ander, die de grond bezit. Wanneer een overheid ertoe besluit om een natuurgebied te beschermen, is dat een vorm van zorg die politiek interessant kan zijn. Zorg maakt iets tot eigendom.
Momenteel is er maar één natuurgebied dat om acute bescherming vraagt: het Middellandse Zeegebied. Maar geen land wil tot eigendom maken wat daar in zee te redden valt.

 

Eric Schliesser

Hoogleraar filosofie Gent

Zoals veel vage identiteitsclaims is deze stelling in sommige interpretaties ervan waar. In beschermde natuurgebieden worden dieren, planten en ecosystemen in stand gehouden, maar – zo meent de zelfbenoemde realist – mensen doen dat niet alleen uit morele overwegingen. Ze doen het ook om een esthetische ervaring te hebben, of om stemmen te winnen, of misschien uit welbegrepen eigenbelang omdat onze leefwereld fragiel is. Als we ‘de mens’ uit een rijke verzameling mensen zouden mogen afleiden, dan zijn beschermde gebieden er (ook) voor de mens.
Het is ook mogelijk de stelling normatief te interpreteren: het zou zo moeten zijn dat beschermde natuurgebieden de mens dienen. Dit is een humanistische gedachte met diepe wortels in de Bijbel, waar de mens soms als uitbater en rentmeester van de schepping wordt gepresenteerd. Dat openbaring overeenkomt met ons eigenbelang is gunstig, maar de ethicus vergeet niet te vermelden dat bruikleen slechts tijdelijk is en met gedragscodes overeen moet komen.
 

Ingrid Robeyns

Hoogleraar ethiek Utrecht

Een van de belangrijkste vormen van hybris waar de menselijke diersoort last van heeft, is te denken dat ze altijd en overal boven de rest van de natuur verheven is. Hoogmoed komt echter voor de val – en onze hoogmoed tegenover de natuur leidt nu al tot een zorgwekkende afname van biodiversiteit, klimaatsverandering, verzuring van de oceanen, een gigantische plastic soep, en nog meer van dat soort zaken die we aan de toekomstige generaties zullen mogen gaan uitleggen.
De idee dat wij, de menselijke soort, altijd en overal het middelpunt zijn, is een waanidee. De natuurgebieden zouden er niet zozeer voor de mens moeten zijn, maar in de eerste plaats voor de natuur zelf. Maar als beschermde natuurgebieden ertoe kunnen bijdragen dat mensen gemakkelijker in aanraking komen met de natuur, kunnen die ervaringen ons misschien van deze hybris verlossen.

 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.