Home Rancière in Maagdenhuis: ‘Ik ga uit van gelijkheid’

Rancière in Maagdenhuis: ‘Ik ga uit van gelijkheid’

Door Florentijn van Rootselaar op 07 april 2015

Rancière in Maagdenhuis: ‘Ik ga uit van gelijkheid’
Cover van 05-2015
05-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

Jacques Rancière was in de jaren zestig betrokken bij de studentenprotesten in Parijs. Nu bezoekt hij het bezette Maagdenhuis in Amsterdam. ‘De taak van het conflict is om de macht weer zichtbaar te maken.’

Een shovel duwt de deuren van de Tabakspanden in. Op het dak van de kraakpanden aan de Amsterdamse Spuistraat is net een container met ME’ers gehesen. Agenten met schild, te voet en te paard, hebben de straat afgezet. Er wordt ontruimd. Die avond zullen sommige bewoners van de Tabakspanden slapen in het Maagdenhuis, het verderop gelegen bestuurscentrum van de Universiteit van Amsterdam dat al weken door studenten is bezet.

Diezelfde middag zit een grote groep studenten in de centrale hal van het Maagdenhuis. De toehoorders hebben zich opgesteld als in een collegezaal, in een halve cirkel rondom de spreker: de Franse filosoof Jacques Rancière, die in mei ’68 ook bij de studentenopstanden in Parijs was, en die sindsdien schrijft over politiek, dissensus én kunst. Het gesprek gaat over de betekenis van een bezetting en over de verhouding tussen meester en leerling. De studenten luisteren aandachtig, ze maken aantekeningen, en stellen vragen over de bezetting, maar minstens evenveel over het theoretische werk van de filosoof.

©Roger Cremers

‘s Avonds volgt de presentatie van Rancières nieuwste boek, ook al voor een volle zaal. De ochtend erop heeft hij – voor hij de trein neemt naar Parijs – tijd voor een interview. Wat is er volgens hem aan de hand met de universiteit? ‘Op dit moment wordt niet alleen geprobeerd de universiteit rendabeler te maken. Wat we vooral zien is dat de universiteit, net als het hele educatieve systeem, een bepaalde manier van denken wordt opgelegd: het managementdenken.’

Dat nieuwe denken levert andere mensen af, zegt Rancière. ‘Op die universiteit wordt een nieuwe mentaliteit gekweekt. De geesten worden er geformatteerd. Studenten – net als de rest van de bevolking – zien zichzelf steeds meer als manager van hun menselijk kapitaal, zoals men tegenwoordig zegt. Weten zij dat zo te managen dat ze zich kunnen aanpassen? Kunnen ze functioneren in het systeem? Behoren ze tot de winnaars of de verliezers? De verliezers – de gediplomeerden zonder werk – zijn schuldig, zij zijn steeds meer verantwoordelijk voor hun eigen onderhoud. De winnaars mogen zichzelf prijzen met hun overwinning.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.