Home Portretten: Inspiratie

Portretten: Inspiratie

Vier mensen over wat inspiratie voor hen is en waar ze die vinden.

Door Fleur Jurgens op 19 augustus 2022

Merijn Bolink kunstenaar Merlijn Doomernik beeld Merlijn Doomernik
Cover van 09-2022
09-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Als ik er niets bij voel, kan ik zo’n tour de force niet opbrengen’

Liesbeth Zegveld (52), Amsterdam
is advocaat, gespecialiseerd in mensenrechtenschendingen en compensatie voor oorlogsslachtoffers.

‘Vlak voor een zitting helpt het als ik me opwind. “Nou is het fucking klaar! Nu ga ík bepalen hoe het verdergaat met deze zaak.” Alleen dan kan ik tot het uiterste gaan en de juiste woorden vinden. Ik maak me los van het oordeel van anderen. Is dat inspiratie? Ik weet het niet. Het is in elk geval een gemoedstoestand – die ik overigens niet non-stop kan hebben, dan zou ik gek worden.

Voor mij gaat inspiratie toch over iets groters – over waarvoor je je bed uit komt. Naarmate ik ouder word, ben ik meer uitgesproken. Zaken waar ik niets bij voel neem ik niet aan. Anders kan ik zo’n tour de force niet opbrengen. Van de winst hoef je het in mijn rechtsgebied niet te hebben, want de zege is vaak nog jaren verwijderd en je bent er nooit zeker van.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Ik ben altijd sterk anti-macht geweest. Met het recht als strijdmiddel probeer ik het pad van geld en macht een beetje te verleggen. Mijn zaken gaan vaak over marteling, mishandeling, dwang – situaties waarin mensen het overwicht hebben over iemand anders en deze persoon fundamenteel treffen in zijn leven. Het einddoel is om mijn cliënten terug te zetten in hun strijd nadat ze stemloos zijn gemaakt of zijn lamgelegd.

De waarheid boven tafel krijgen is voor mij belangrijker dan winnen. De Molukkers die ik bijstond hadden het recht te weten wat er tijdens de treinkapingen was gebeurd. Je kunt als overheid niet – terecht of ­onterecht – levens nemen en er vervolgens over zwijgen. Door deze zaak te voeren hebben zij vat gekregen op hun geschiedenis. Ik denk dat er uiteindelijk met onrecht te leven valt, als je je die maar kunt toe-eigenen.’

‘Opeens was daar het ontbrekende puzzelstukje’

Heino Falcke (55), Keulen
is sterrenkundige en publiceerde in 2019 de eerste foto van een zwart gat.

beeld Merlijn Doomernik

‘Soms valt het kwartje. Dat is minder mysterieus dan het klinkt. Inspiratie krijg je niet zomaar, je verzint niet terwijl je over straat loopt ineens de relativiteitstheorie. Nee, je bent al langer op weg. Je zit in een stroom van informatie en daardoor sta je open voor nieuwe ideeën. Inspiratie is als de wolkkolom die de ronddolende Mozes en zijn volk de weg wees in de woestijn. Anderen zagen gewoon een partij wolken, maar Mozes herkende deze als een teken van God.

Twintig jaar geleden was ik in de bibliotheek op zoek naar een beroemd artikel over zwarte gaten. Ik bladerde door het boek waar het artikel in moest staan. Toen viel mijn oog op een tekeningetje dat weergaf hoe een zwart gat licht opneemt. Ik besefte ineens dat ik al die tijd iets over het hoofd had gezien: dat zwarte gaten zich kunnen vergroten. Ik had er een factor 2,5 naast gezeten in mijn berekeningen. Dat plaatje was het ontbrekende puzzelstukje, waardoor ik wist dat het mogelijk was om een zwart gat te zien. Eureka!

Inmiddels hebben mijn collega’s en ik met de grootste radiotelescoop ter wereld al twee zwarte gaten gefotografeerd. Dat voelt alsof je na een lange pelgrimstocht Santiago de Compostella bereikt. Maar mijn fundamentele vragen zijn nog lang niet op. Integendeel, het volgende raadsel heeft zich aangediend: wordt alles wat in een zwart gat terechtkomt vernietigd of blijft het behouden? En als dat laatste het geval is, in welke vorm dan?

Als mijn onderzoek naar de oerknal en zwarte gaten me iets heeft geleerd, is het dat onze kennis begrensd is. Niet alles is voorstelbaar, meetbaar of voorspelbaar. Al ben je nog zo’n goede wetenschapper, je blijft gevangen tussen alfa en omega, tussen toekomst en verleden, begin en einde. De gelovige in mij heeft daar niet zo’n moeite mee. Dat raadselachtige begin- en ­eindpunt is mijn thuis. Dit is geloof. Je geeft je over aan onzekerheid en maakt er zekerheid van.’

‘Inspiratie is een wisselwerking tussen lichaam en geest’

Ellen van Dijk (35), Harmelen
is profwielrenner. Ze werd zeven keer wereldkampioen en vestigde in 2022 het werelduurrecord.

beeld Merlijn Doomernik

‘Inspiratie staat voor mij gelijk aan energie. Inspiratie zorgt ervoor dat je zin hebt om dingen te doen, houdt je gefocust, helpt je om doelen te stellen en maakt het leven leuk. Lichaam en geest zijn daarbij niet van elkaar te scheiden. Het is een wisselwerking: als je mentaal bevlogen raakt, krijgt je lichaam energie. En andersom: als je goed getraind bent, zit je mentaal vaak in de juiste zone.

Toen ik mijn werelduurrecord reed, putte ik inspiratie uit de kleinste dingen. Je beleeft zware momenten tijdens zo’n rit. Ik dacht aan alle mensen voor wie ik het deed: mijn vriend, mijn team, mijn eerste trainer, die me heeft geleerd wat wielrennen is. Hij is vorig jaar omgekomen bij een fietsongeluk. Ik dacht ook aan Amy Pieters, de Nederlandse wielrenner die afgelopen december viel en zwaar hersenletsel opliep. Ik hoopte dat ik haar wat entertainment kon bieden. Ik wist dat ze in haar rolstoel naar de televisie keek.

Om op schema te blijven, moest ik zo lang mogelijk met mijn hoofd naar beneden fietsen, waardoor ik niet kon zien waar ik heen ging. Ik zag alleen die zwarte streep onder me. Ik had steeds het liedje “Natural” van de band Imagine Dragons in mijn hoofd: “Will you hold the line (…) in this house of mine.” Ik probeerde mijn eigen wereld te scheppen in het kleine vakje dat ik onder me zag. Je hoopt natuurlijk dat je in een flow komt, waardoor je ­tijdsbesef verdwijnt, maar dat is helaas niet het geval. Je denkt constant aan de tijd, aan het ­schema, aan hoelang het nog duurt. Na vijf minuten denk je al: oh nee, nog 55 minuten. Alles gaat pijn doen; je spieren verzuren. Dan is het belangrijk om de pijn te omarmen. Zo kun je er als het ware doorheen trappen.

Op mijn zesentwintigste werd ik voor het eerst wereldkampioen. Sindsdien ben ik alleen maar beter geworden. Dat komt denk ik vooral door mijn mentale weerstand. Maar ook door het geluk dat ik beleef door te fietsen. Als ik op een mooie dag als vandaag samen met mijn vriend door de Zwitserse Alpen fiets, voel ik me bevoorrecht dat mijn lichaam me daartoe in staat stelt.’

‘Ik ben een ideeënfontein’

Merijn Bolink (54), Amsterdam
is beeldend kunstenaar.

beeld Merlijn Doomernik

‘De held uit mijn kinderboek Michael Babeliowsky gaat op zoek naar het mooiste idee dat er bestaat. Aan het eind van zijn reis komt hij erachter dat verschillende mensen op dezelfde plek iets anders zien. Een bioloog ziet de vogels, een psycholoog ziet de mensen, een architect de gebouwen. Iedereen kijkt door zijn eigen bril. Op elk moment kun je kiezen waar je je op richt. Dit universum aan mogelijkheden is mijn inspiratie.

Ik ben een ideeënfontein. Dat zie je wel aan mijn atelier. Maar deze chaos is voor mij geen ballast. Sommige dingen zijn nog ruw materiaal, zoals die takken. Die vind ik kalligrafisch mooi. Maar ze wachten nog op een alibi.

Iets is pas af als de opdracht die ik mezelf heb gesteld is volbracht. Daar ben ik tamelijk rigide in. Ik werk volgens verschillende uitvoeringsprincipes, zoals: elk woord in een zin moet met een a beginnen. Of: twee objecten moeten in elkaar veranderen. Met zo’n zelfopgelegde beperking creëer ik een spel dat ik met mezelf speel. Zo is een van mijn werken een ladder waarin een opgezette eekhoorn gevangenzit. Ik heb twee objecten samengevoegd tot één. Deze vitrine met groepjes van telkens drie blaadjes heb ik volgens weer een ander recept gemaakt. Het blaadje links heb ik zelf uitgezocht. De twee andere zijn interpretaties van datzelfde blaadje door de algoritmes van Pinterest. In dit werk wil ik vastleggen wat er in die computer gebeurt. Hoe zíjn oog kijkt.

Door de blik van de computer te reconstrueren en mezelf te beperken ervaar ik iets. Een moment van synthese. Dat is inspiratie in zijn pure vorm. Het is iets wat je overkomt. Toch heb je wel keuze in welke condities je schept. Ik zoek bewust een bepaald domein op om daar iets te ontdekken. Ik wil als een soort wetenschapper snappen hoe de dingen werken: door ze eerst uit elkaar te halen en ze daarna een nieuwe constellatie te geven.’