Mijn ogen begonnen eerder te filosoferen dan mijn hoofd: toen ik opkeek nadat ik mijn fiets op slot had gedaan, begreep ik niet wat ik zag.
Het was al donker en de lantaarns beschenen een dunne grijze draad die over de hele lengte van de straat hing, tot in de verte. Een spinnendraad, maar veel te groot: ik zag de straat van veraf en de draad van dichtbij, maar ze bevonden zich op dezelfde afstand.
De spitsvondigheid van de filosofie, zegt Aristoteles, zit hem in het bevatten van overeenkomsten tussen dingen die ver uit elkaar liggen. Daarom noemt hij metaforen leerzaam – een nuttig soort verwarring. Een goede metafoor, schrijft hij, is een vergelijking waarop het denken nét achterloopt. Als het kwartje dan eenmaal valt, ‘is het alsof de geest bij zichzelf zegt: ach dat klopt! Maar ik zag het nog niet!’
Even tussendoor …
Meer lezen over filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Het duurde een paar tellen voordat ik begreep dat ik de bovenleiding van de trambaan zag. Die leek te zweven, omdat de zwarte ophangkabels in het donker verborgen bleven. Mijn blik corrigeerde zich, alle afmetingen klopten weer, maar ook de vorige indruk bleef hangen. Ik zag ze tegelijk, een groot spinnenweb aan tramleidingen verspreid door de stad.
