Home ‘Huiveren bij CNN’

‘Huiveren bij CNN’

Door Peter Sloterdijk op 14 juli 1999

04-1999 Filosofie magazine Lees het magazine

‘De actualiteitenmarkt heeft gekozen voor het primaat van het ongeluk, het schandaal en de catastrofe – met onoverzienbare gevolgen voor de psychosociale lange-termijnconsequenties van een dergelijke bewustzijnsvorming bij de massa.’ Peter Sloterdijk op zoek naar een succesverhaal.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.



In alle media, met name in de conservatieve, kan men dezer dagen lezen en horen dat de mensheid van de Eerste Wereld in een post-utopisch tijdperk is beland. Ze moet zich, zo heet het, er in de toekomst op instellen om in een uiteindelijk onttoverde, riskante wereld te leven, zonder grote motiverende visies. Ze moet wennen aan de gedachte dat het minimale voor het optimale doorgaat, het naakte overleven voor het goede leven.
Zou dit waar zijn, dan zouden we redenen hebben om toe te geven dat we getuigen zijn geworden van een historische omwenteling in de motivatiehuishouding van de Eerste Wereld, getuigen van het feit dat het psychopolitieke regime van de hoop, dat op zijn minst op de laatste tweeduizend jaar zijn stempel heeft gedrukt, wordt afgelost door een tijdperk van zorg en desillusie.
We zouden dus zowel slachtoffers als bewerkers zijn van een wereldhistorische revisie die ons dwingt onze wereld niet meer op het eu-angelische maar op het dysangelische principe te funderen – waarbij onder ‘eu-angelisch’, op grond van de Griekse etymologie, de veronderstelling moet worden verstaan dat het mogelijk is de wereld en de zingeving van de wereld onder invloed van goed en beter nieuws te reformeren, terwijl dysangelisch de onderwerping betekent van de communicerende soort onder de wet van het slechte nieuws.
Wie heden ten dage vanuit het perspectief van de deskundige inzake massacommunicatie binnen de global village nadenkt over de fundamentele gesteldheid van zijn vakgebied, zal moeten toegeven dat veel te zeggen is voor deze revisionistische en sombere kijk op de dingen. Het realiteitsprincipe van het hedendaagse informatie-universum staat inderdaad onder het primaat van het zorgwekkende bericht.

De informatische bloedsomloop
De synthese van de mensheid kan niet langer zodanig worden opgevat dat men haar als adressante en consumente van een eu-angelisch informatieproces voorstelt. Wat de mensheid toto genere tegenwoordig echt bijeenhoudt, is een oecumenisme van het gemeenschappelijk bedreigd-zijn. Waar men ook kijkt, overal is de plaats van het optimistische universalisme ingenomen door duidingen van de menselijke conditie waarbij de soort alleen nog maar in de gedwongen gemeenschap van het gebrek en van het vernietigingsgevaar wordt bijeen wordt gehouden.

Ik geloof dat die sociologen het bij het rechte eind hebben, die ervan uitgaan dat zich achter de rug van de nationale bevolkingen in alle wereldstreken reeds een soort de-facto-wereldsamenleving heeft gevormd en in grove trekken ingeburgerd is geraakt. Het begrip ‘wereldsamenleving’ is echter niet zonder een specifieke paradoxie en ironie, en het is de moeite waard enige tijd te besteden aan het grondig belichten van zijn innerlijke structuur.
Wereldsamenleving betekent om te beginnen het feit dat alle leden van de soort homo sapiens tegenwoordig geïntegreerd zijn in politieke aggregatietoestanden van het type nationale staat. Maar omdat de nationale staten van hun kant op een allerwegen omcirkelde aarde het stadium zijn ingegaan van de universele wederzijdse ontdekking, hoe asymmetrisch deze ontdekkingsgeschiedenissen ook mogen verlopen, zien zij zich genoodzaakt elkaar in speciaal daarvoor in het leven geroepen forums chronisch te observeren en contact met elkaar te hou-den. Uit deze behoefte zijn onder andere de instituties van het Verenigde-Natiescomplex ontstaan.
In dit verband kunnen we een eerste licht werpen op de funda-mentele functie van moderne massamediale communicatietechnologie. De wereldsamenleving kan alleen bestaan door massamedia. En als de begripsverdubbeling niet onder verdenking stond van maniërisme, zou men eigenlijk zelfs moeten zeggen: in het medium van de massamedia.

De mensheid verenigt zich in een gemeenschappelijke, bezorgde extase bij het zien van het erge, gewelddadige en mislukte

Actualiteiten vormen de formele wereldtaal van de synchrone wereld, zij zijn als het ware het geld van de gelijktijdigheid, de stof waaruit het gelijkgeschakelde leven van de soort bestaat. Wanneer Amerikaanse rechtbanken vandaag vonnis wijzen in de perverse strijd tussen Mia Farrow en Woody Allen, dan is dat een paar uur later in Tokio, Sydney, Londen en Pankow ongeveer even interessant. Door het aankweken van een zintuig voor actualiteiten, nieuwsberichten, nieuwtjes betrekken de massamedia mensen van alle wereldstreken in een informatische bloedsomloop waarvan het principe weliswaar ‘vluchtigheid’ luidt, maar ook continuïteit in de stroom van actualiteiten.
De kracht van het principe van de actualiteit ligt hierin, dat het bij alle potentiële mediaconsumenten van onze planeet kortstondige effecten van betrokkenheid kan opwekken bij een selectie uit het wereldnieuws. De zwakte ervan is gelegen in zijn selectiviteit en selectiecriteria. Mediade-skundigen hebben de vermaatschappelijking van de aandacht door de massa-media vaak genoeg in die zin bekritiseerd, dat de actualiteitenmarkt heeft gekozen voor het primaat van het ongeluk, het schandaal en de catastrofe – met onoverzienbare gevolgen voor de psycho-sociale lange-termijn-consequenties van een dergelijke bewustzijnsvorming bij de massa’s.
Het is best mogelijk dat bezoekers van een andere planeet na hun landing op Terra tot de conclusie zouden komen dat de religie van de huidige mensheid bestaat uit een rampencultus waaraan de leden van de soort zich eenmaal of meermalen per dag thuis voor hun flikkerend rechthoekig huisaltaar overge-ven. De mensheid verenigt zich – zo zullen de buitenaardse wezens wel denken – in een gemeenschappelijke, bezorgde extase bij het zien van de openbaringen van het erge, gewelddadige en mislukte dat de boodschappen van een aan allen gemeenschappe-lijk absolute doorgeeft.

Paniek-management
De moderne massamedia, die zich in een vrije of half-vrije informatiemarkt moeten handhaven, kunnen niet steunen op de idee van een betekenis- en afzendermonopolie. Het program-mapluralisme van de moderne mediasituatie rekent af met alle voorstellingen van een centrale betekenis achter de uitzendin-gen. De moderniteit van deze toestand heeft niemand duidelijker onder woorden gebracht dan Franz Kafka. Reeds tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft hij het dilemma van een systeem van ongegronde boodschappen in een kleine parabel uitgebeeld:

‘Ze werden voor de keuze gesteld koningen of koeriers van de koningen te worden. Net als kinderen wilden ze alle-maal koerier worden. Daarom zijn er alleen nog maar koeriers. Ze razen de wereld rond en roepen, omdat er geen koningen zijn, elkaar zelf de zinloos geworden berichten toe. Graag zouden zij een eind maken aan hun ellendig leven, maar ze durven het niet vanwege hun ambtseed.’

Nergens is het verlies van het informatische midden zo pregnant geformuleerd als in deze gelijkenis. Haar pointe ligt in de verwijzing naar die mysterieuze ambtseed, die de koeriers, met andere woorden de journalisten, de informatici en de ministers van wetenschap, ook in zinloze tijden aan een onveranderd geldende opdracht bindt. Zelfs na de dood van de grote verzender blijven de zendplichten en het ambt van bode gewoon bestaan, en de chaos van zinloosheden behoudt de hoe dan ook gebroken waardigheid van een absoluut noodzakelijke profane missie.

De moderne wereld moet in de ban raken van haar eigen succes

Als men zich nu afvraagt wat de meest riskante taak van de moderne informatietechnologie is, dan moeten we verwij-zen naar de tot nu toe zelden publiekelijk ter sprake gebrach-te discipline van het paniek-management. Het feit dat deze de centrale plaats zal innemen in de politieke informatica van de toekomst, kan door een simpele reflectie onderbouwd worden. In een synchrone wereld, waarvan de semiosferische coherentie door de betrokkenheid van reusachtige populaties bij actualiteiten verregaand gegarandeerd wordt, is te voorzien dat een bepaald type van uitgesproken slecht nieuws juist deze popula-ties met angstaanjagend gemak tot panische reacties zal kunnen brengen.
In de toekomst zal het grootste gevaar niet zozeer van wereldoorlogen van het klassieke imperiale type komen als wel van gevallen van mondiale paniek met een tot op heden niet onder-zochte psychopolitieke dynamiek. Hier wordt een heel nieuw gebied van informatisch wereldmanagement ontsloten met regels waarvan zich thans nog vrijwel niemand een voorstelling kan vormen. Je mag echter aannemen dat zwarte-vrijdag-effecten tot het meest pregnante type gebeurtenissen van de eenentwintigste eeuw zullen horen en dat elke toekomstige politiek zich zal moeten instellen op de verwerking van door actualiteiten gecreëerde uitzonderingstoestanden.

Succesverhaal
In de loop van de voorafgaande uiteenzettingen heeft zich een gedachte ontwikkeld die in expliciete formulering zou kunnen luiden: het project van de moderne wereld kan slechts zolang gecontinueerd worden als het principe van voldoende goed nieuws van kracht blijft.
Omdat de moderne tijd in wezen een tijd van onderzoek, innovatie, verrijking en experimenten is, kan hij zijn wereldproject slechts zolang offensief verdedigen als het hem lukt een aan de hele mensheid ten goede komende effectieve meerwaarde te realiseren. Met andere woorden: de omvorming van de regionale culturen in de synchrone zijnswijze van de wereldsamenleving is alleen als succesverhaal mogelijk – preciezer gezegd: als een ononderbroken geschiedenis van succesberichten over een ongekend ambitieuze onderneming.
Bij een succesverhaal moeten we ons natuurlijk niet een proces zonder tegenslagen voorstellen maar een eindafrekening waarbij de winst de kosten overtreft. Dat de kosten voor het wereldexperiment van het kapitaal enorm hoog oplopen, is een evidentie die in toenemende mate ook tot het bewustzijn van verstokte positivisten doordringt. Maar juist met het oog op de stijgende menselijke en ecologische kosten is de mensheid als experimentele gemeenschap tot succes gedoemd.
De gang van de nieuwe geschiedenis heeft sinds de Amerikaanse en Franse revolutie de vorm aangenomen van een zichzelf versterkende en bekrachtigende reclamecampagne voor een ongeëvenaarde doorbraak in de richting van nieuwe levensvormen. De moderne wereld moet zozeer in de ban raken van haar eigen succes, dat ze voldoende stimulerende motieven ingeblazen krijgt om met haar onderneming verder te gaan.

In dit verband lijkt het mij gerechtvaardigd het project van de massamediaal geïntegreerde mensheid, die via de wereldmarkt van levens- en geluksmiddelen is voorzien, met een geluksspiraal te vergelijken – wat enerzijds verwijst naar het loterij-achtige karakter van de onderneming, omdat die a priori gefundeerd is op een asymmetrische verdeling van de winst, en anderzijds de duurzame en systematische aard van het proces beklemtoont, dat zich vanuit elk met succes bereikt niveau naar nog hogere winstniveaus moet opschroeven.
De modernisering wil per definitie een kringloop van geluk zijn, een circulus virtuosus waarin uit prestatie nog meer prestatie opbloeit, uit succes nog meer succes, uit rijkdom nog meer verrijking. De zelfwaarneming en zelfbeschrijving van zo’n systeem door zijn eigen perswezen is daarom automatisch een informatica van het succes.
Maar als het systeem als geheel verlies gaat lijden, als het op de lange termijn beschouwd meer van duivelskringen dan van kringlopen van geluk melding moet maken, dan leidt de zelfanalyse van de soort tot een informatica van de mislukking.
Alle eisen aan onze hedendaagse informatietechnologie komen samen in de vraag hoe we ook in de turbulenties van de directe toekomst aan voldoende goed nieuws komen. Zodra duidelijk is dat voldoende goed nieuws de stof is waaruit de semiosferische coherentie van de wereldsamenleving wordt gemaakt, weten we ook voor welke berichten wij de voorwaarden moeten scheppen en welke de weddenschap is die we met het betere deel van onze inzichten aangaan.

(Voorpublicatie van Sloterdijks bundel Mediatijd, uitgeverij Boom, Vertaling: Paul Beers en Hans Driesen)

Terminologie

Het psychopolitieke regime van de hoop: politieke regimes spiegelen de mens al vanaf de Oudheid voor dat het leven steeds mooier gaat worden.

Eu-angelisme: het verkondigen van een zalig plan: op naar de vooruitgang, op naar de verbetering, op naar een rechtvaardige wereldgemeenschap. Eu-angelisme is het geloof dat er altijd meer goed nieuws op komst is en, al dan niet door engelen, verkondigd kan worden. Of zoals het in een Amerikaanse songtekst heet: ‘The future is so bright, we’ve got to wear shades’.

Dysangelisme: De wereld gaat onvermijdelijk ten onder. Of zoals Arthur Schopenhauer zei: ‘Het allerergste komt nog’.

Synchrone wereld: een wereld waarin de culturen, volken en landen als klokken op elkaar zijn afgestemd. In een interview met Filosofie Magazine uit 1998 legt Sloterdijk dit afstemmen aldus uit: ‘We moe-ten niet vergeten dat we levende wezens zijn die in geheel andere (bio)ritmes leven. Mijn tempo is anders dan dat van mijn buurman en dat van mijn geliefden. Ik leef nu in een gezin met drie personen. En iedereen die in een familie leeft, beseft dat de ritmes van de gezinsleden niet te ver uiteen moeten lopen. Er moet als het ware een soort “kamermuzikale” af-stemming plaatsvinden; iedereen moet tot zijn recht komen en alle stemmen moeten gehoord worden.’

Semiosferische coherentie: eenheid in het gebruik van taaltekens, waardoor we elkaar kunnen begrijpen.

Geluksspiraal: Het geluk kan niet op. In de duizelingwekkende vaart vallen we omhoog. Sloterdijk zinspeelt hiermee op de naam van een van de grootste Duitse lotto’s: Glücksspirale. In alles wat je doet om de vooruitgang te bevorderen zit een element van gokken.

Over Peter Sloterdijk
De Duitse filosoof Peter Sloterdijk (1948) groeide op met de ideeën van de neo-marxistische ‘Frankfurter Schule’. Als cultuurfilosoof brak hij in 1983 door met het omvrangrijke Kritik der zynischen Vernunft, waarvan alleen al in Duitsland tachtigduizend exemplaren over de toon-bank gin-gen. In dit boek, vertaald als Kritiek van de cynische rede (de Arbeiderspers, fl 39,90), constateert Sloterdijk dat de kritisch geest, die aan het begin van deze eeuw de politieke arena bestookte met grootse revolutionaire plannen, is omgeslagen in ‘een nostalgische inkeer, een filosofisch volkstuintje waar men Benjamingladiolen, Pasolinische bloemen van het kwaad en Freudiaanse wolfkers kweekt.’
Deze nostalgische inkeer uit zich in cynisme en wereldvreemdheid; het zijn de tekenen van het feit dat lang niet iedereen zich thuisvoelt in de prestatie- en haastmaatschappij. Men doet zijn werk kritiekloos ‘omdat de maatschappij nu eenmaal zo in elkaar zit’, maar is tegelijkertijd doordrongen van het ongerijmde, het onzinnige van dit gehaaste, consumptie- en geldgerichte leven.
Naast het cynisme is ook wereldvreemdheid een pathologische uiting van de ‘nostalgische inkeer’. Mensen sluiten zich op in hun eigen kleine huisje; het gangbare cocooning dat bij sommige mensen gepaard gaat met we-reldvreem-de, dromeri-ge new-age-religies. Het is het thema van Weltfremdheit, een meer psy-cholo-gisch getint boek uit 1993. In Europa mocht het ooit wakker worden (de Arbeiderspers fl 24,-90) buigt Sloterdijk zich over de toekomst van Europa. In 1989 verscheen Eurotaoïsmus (nu in de ramsj bij De Slegte) waarin hij onze cultuur beschrijft aan de hand van het begrip mobilisering. ‘Mobiliseren is een militaire categorie’, legt Sloterdijk in 1998 uit in een interview met Filosofie Magazine. ‘Het verwijst naar het inzetbaar maken van oorlogspotentieel aan troepen en wapentuig voor actieve oorlogvoering. Maar mensen begrijpen tegenwoordig al te goed dat mobiliseren ver-dergaat dan het militaire, dat het een algemene wetmatigheid is die de hele werkelijkheid doortrekt. Alles moet sneller en intensiever. Het stilliggende, het passieve moet in beweging worden gebracht, geactiveerd worden; het potentiële geactualiseerd.’
Zeer lezenswaardig tot slot is ook Sloterdijks roman De toverboom uit 1985, waarin de hoofd-persoon rondreist door het Europa anno 1785, waarin moderne wetenschap en de romantische vlucht tegelijkertijd opkomen. Peter Sloterdijk is op het ogenblik hoogleraar filosofie aan de Staatliche Hochschule für Gestaltung te Karlsruhe. (Erno Eskens)