Home Griezelig prachtig

Griezelig prachtig

03 februari 2020

Griezelig prachtig
Cover van 02-2020
02-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Wat betekenen stenen, planten en dieren voor ons? Vijf verschillende visies op de verhouding van demens met de natuur.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Auteurs Fenna van der Grient en Emma Krone     Beeld Levi Jacobs

Natuur is bevrijdend

Buiten ontdekken we onze aangeboren goedheid

De natuur is puur en onbedorven, en valt veruit te verkiezen boven het corrumperende leven in de stad. Dat was de boodschap van romantische denkers in de late achttiende en negentiende eeuw: in de stad was het leven vol ondeugd en zonde, en alleen buiten kon een mens zijn ware zelf zijn.

Aanjager van dit idee was de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau, die zag dat moderne individuen zich in steden continu vergeleken met de ander. In plaats van zich te bekommeren om hun eigen identiteit, stortten ze zich in een concurrentiestrijd.

Alleen een terugkeer naar de natuurtoestand kon daar volgens Rousseau een einde aan maken. Hij zag een ideale wereld voor zich, waarin er genoeg was voor iedereen, waarin de aangeboren goedheid van mensen tot zijn recht kwam, en waarin individuen compassie met elkaar hadden – heel anders dan in die vermaledijde stad.

In de natuurtoestand konden mensen zichzelf bevrijden van de destructieve invloed van de kunstmatige samenleving en hun authentieke zelf vinden.
 

Natuur is bedreigend

Waar eindigt de verwoestende kracht?

Stikstof die onze bodem vergiftigt, smog die ons verstikt en een stijgend zeeniveau dat de vaste grond onder onze voeten vandaan haalt luiden een nieuw tijdperk in: het Antropoceen. De sporen van de mens zijn nu overal op aarde zichtbaar en hebben een onomkeerbare verandering teweeggebracht. Daarmee hebben we ongekende natuurkrachten ontketend: bosbranden, orkanen, overstromingen – niemand weet waar de verwoesting zal eindigen. Sommigen kijken al uit naar een planeet B, maar een reële oplossing lijkt dat niet.


In plaats daarvan eist het nieuwe tijdperk dat we de scheiding tussen mens en natuur herzien. Het is van belang om onze soort niet als middelpunt van de wereld te begrijpen, noch als louter toeschouwer, maar als onderdeel van een groter geheel. Mens en natuur zijn spelers in hetzelfde spel. Zodra wij de natuur bedreigen, bedreigt zij ons ook.
 

Natuur is er (niet) voor ons

De mens is verstoten van zijn troon

De christelijke traditie plaatst de mens boven de natuur. De mens mag over de natuur heersen, haar beteugelen en gebruiken. We mogen haar bewerken om voedsel te verbouwen, we mogen in de wateren vissen en we mogen van de schoonheid van Gods schepping genieten: de natuur is er voor ons.

De zeventiende-eeuwse filosoof Baruch Spinoza brak met deze manier van denken. Hij schreef over Natuur met een hoofdletter N, die ook de mensheid omvatte en – een extreem idee voor die dagen – in zijn geheel samenviel met God. Niet langer stond de mens boven de natuur. Hij was er onderdeel van, net zoals een olifant, een boom of een rotsblok.

De hele Natuur is onderhevig aan wetten, schreef Spinoza, en door die wetten te leren kennen worden we gelukkig. Aangezien wij een manifestatie van de Natuur zijn, bestudeert de Natuur op deze manier eigenlijk zichzelf, via het verstand van de mens. De Natuur is dus niet voor ons geschapen, maar zij is wel de sleutel tot ons geluk.
 

Natuur is onverschillig

Willekeur beheerst alle levende wezens

Het ontstaan van soorten is een kwestie van toeval en strijd, legde Charles Darwin uit in Over het ontstaan van soorten (1859). De Bijbel mag beweren dat het leven is geschapen volgens een goddelijk plan, maar de werkelijkheid is anders. Organismen met eigenschappen die het best passen bij hun omgeving overleven en planten zich voort. Minder goed bedeelde organismen sterven bijvoorbeeld de hongerdood zonder nakomelingen, waardoor hun eigenschappen uit de natuur verdwijnen.

De natuur die we om ons heen zien, is een willekeurig stadium in een onbewust, mechanisch proces. Of anders gezegd: de natuur is onverschillig en immoreel.

De mens is op zijn manier goed aangepast aan zijn omgeving en houdt zo zijn soort in stand. Maar hetzelfde geldt voor eencelligen, zoals bacteriën. Dat de mens intelligenter is dan dat simpele organisme, maakt de natuur niet uit. De natuur heeft geen voorkeur voor het ene wezen boven het andere. Ook de mens is gewoon het gevolg van toeval en strijd.
 

Natuur is mooi

Kunstenaars lenen bij bloemen en slakken

Natuur is mooi: daar zijn de meeste mensen zijn het over eens. Maar waarom vinden we dat? Schoonheid – en dan met name natuurlijke schoonheid – wordt vaak in verband gebracht met de gulden snede. Deze verhouding, aangeduid met de Griekse letter φ (phi), komt op allerlei plekken in de natuur terug. De Griekse wiskundige Euclides (ca. 300 v.Chr.) beschreef voor het eerst hoe je φ kunt vinden: deel een lijnstuk op in stukken a en b. Als de verhouding tussen stuk a en b hetzelfde is als de verhouding tussen het gehele stuk (a+b) en stuk a, dan is er sprake van een gulden snede.

In de Middeleeuwen beschreef de Italiaanse wiskundige Fibonacci een beroemde getallenrij, de ‘reeks van Fibonacci’, die ook veelvuldig in de natuur terugkomt. Later bleek deze rij een rekenkundige basis voor de gulden snede te vormen. De rij van Fibonacci vind je bijvoorbeeld terug in het spiralenpatroon op dennenappels en zonnebloemen of de rangschikking van de blaadjes rond een stengel. Slakkenhuizen zijn vaak opgebouwd vaak volgens de gulden snede, en het lijkt erop dat we mensen knapper vinden naarmate hun gezichtsverhoudingen beter de gulden snede benaderen.

Daaruit trokken kunstkenners de conclusie dat de natuur ons via de gulden snede en de reeks van Fibonacci een recept voor schoonheid had gegeven. Met dit idee in het achterhoofd laten kunstenaars de gulden snede sinds jaar en dag terugkomen in schilderijen, beeldhouwwerken en architectuur.

Het feit dat de gulden snede overal in de natuur terugkomt is vaak aangehaald als bewijs voor de schepping: God zou de natuur hebben geschapen met de gulden snede als regel. Maar misschien is het voor veel natuurlijke processen gewoon efficiënt om zich naar de gulden snede te schikken. Of misschien vinden we die gewoon zo vaak terug om dat we er zo hard naar op zoek zijn.