Home Gods centrifuge

Gods centrifuge

Door Marianne M. van Dijk op 10 juli 2012

07-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

De crisis die nu heerst doet niet onder voor wat er in de tijd van Michelangelo plaatsvond. Filosoof Sjoerd van Tuinen vertelt hoe Michelangelo’s Het laatste oordeel inzicht biedt in onze actuele problemen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Omdat er allemaal naakte mensen op stonden was Het laatste oordeel (1541) van Michelangelo destijds zeer omstreden. Er werden gauw lendendoekjes geschilderd over de onkuise delen, zegt Sjoerd van Tuinen, als filosoof verbonden aan de Erasmus Universiteit. Hij denkt dat het Vaticaan misschien nog wel meer op zijn hoede was geweest als het had geweten dat dit fresco in verband zou worden gebracht met Gottfried Wilhelm Leibniz, de filosoof die vond dat het christelijke geloof en het wetenschappelijke wereldbeeld met elkaar te verenigen zijn.

Waarom was die crisis ten tijde van Michelangelo zo heftig?
‘Het was de eerste grote crisis van het kapitalisme in Europa. Er was sprake van overbevolking, epidemieën en inflatie in de steden, een nieuw politiek absolutisme en natuurlijk de contrareformatie. Het oude wereldbeeld van de renaissance, vol van optimisme, tolerantie en orde, kwam op losse schroeven te staan, zeker na de plundering van Rome door de troepen van Karel de Vijfde, het sacco di Roma.
De turbulentie van deze ontwikkelingen komt tot uitdrukking in de maniëristische stijl van Het laatste oordeel, Michelangelo gebruikte die als een van de eersten. Een samenhangend perspectief en een keurige indeling in voor- en achtergrond ontbraken daarbij, en ook de zwaartekracht lijkt te zijn opgeheven. De lichamen zijn onnatuurlijk vervormd. In dit werk hebben bijna alle gezichten een getergde uitdrukking. Het geheel is een duizelingwekkende, psychotische explosie waarin iedere vaste grond ontbreekt.’

Wat heeft Leibniz met dit werk te maken?
‘In zijn Confessio Philosophi geeft Leibniz antwoord op een prangende vraag: Als God almachtig en alwetend is, waarom heeft hij dan een wereld geschapen waarin mensen zondigen en waarin catastrofen plaatsvinden? In het bijzonder: bestaat er een voldoende grond voor het feit dat sommige mensen uitverkoren zijn en anderen verdoemd om te verzinken in de krochten van de hel?

Het antwoord ligt in de compositie van het schilderij. Je ziet dat christus in het midden zit in plaats van, zoals je eigenlijk zou verwachten, bovenaan. Als een schrikwekkende, centrifugale kracht slingert hij links de uitverkorenen omhoog, terwijl rechts de verdoemden in de Styx worden gesleurd. Tegelijk bevestigt de circulaire beweging dat zij allen deelhebben aan  dezelfde wereld.Volgens Leibniz is deze wereld geconstrueerd volgens een vooraf ingestelde harmonie. Deze harmonie is des te groter naarmate die meer lijden in zich weet op te nemen. Er bestaat geen licht zonder schaduw, geen genade zonder wreedheid, geen ziel zonder lichaam. God is puur licht, maar de verdoemden bevinden zich aan de andere kant van de weegschaal: ze komen niet los van hun schaduw. Toch is dit de best mogelijke wereld, een wereld waarin de vervloekte zielen als het ware het materiaal vormen voor het geluk van de uitverkorenen.’

Wat was Leibniz’ oplossing voor de crisis van zijn tijd?
‘Zijn oplossing heeft alles te maken met zijn idee van wat het is om verdoemd te zijn. De reden dat mensen verdoemd zijn is volgens Leibniz niet dat mensen in het verleden iets verkeerd hebben gedaan, maar dat ze telkens opnieuw dezelfde negatieve emotie of zoals hij dat noemt “affect”  hebben. De verdoemde zit vast in een zelfgekozen haat jegens Gods schepping. Nietzsche zou later spreken van ressentiment. Leibniz geeft dus geen morele theorie, hij zegt niet welke handelingen verkeerd zijn, maar alleen dat vastzitten in het negatieve, het niet meer actief kunnen deelhebben in het worden van de wereld, de bron van lijden is. Leibniz zocht de oplossing voor de crisis in een overstijgende harmonie. Het is met het oog op de totaliteit van de wereld dat we ons ressentiment kunnen overwinnen. Voor Leibniz moest voor alles een compromis gevonden worden, hij was niet toevallig ook diplomaat.’

Is, na het zien van dit werk, een compromis ook het antwoord op onze huidige crisis volgens u?
‘Een compromis is pas mogelijk op basis van een vermindering van ressentiment. In de hedendaagse crisis zijn mensen ook verdoemd, in die zin dat we ons alleen nog maar door een vermeende realiteit laten leiden, terwijl we deze realiteit tegelijk wantrouwen en afwijzen. Zo onderkennen we de noodzaak aan economische groei, maar houden we onszelf voor dat bezuinigingen het beste middel daartoe zijn . We reproduceren dus een realiteit in naam waarvan we onszelf verdoemen. Misschien moeten we Leibniz’ principe van ‘het beste’ daarom vertalen in wat de Franse filosoof Gilles Deleuze ‘vertrouwen in de wereld’ noemt. Ook bij vertrouwen gaat het niet om een morele legitimatie van het noodlot, maar om een techniek voor zelftransformatie. Het maakt gezamenlijke leerprocessen mogelijk waarin we ons ressentiment kunnen overwinnen.’