Home Politiek Eva Rovers: ‘De politiek is te veel met de politiek bezig, en te weinig met de samenleving.’
Politiek

Eva Rovers: ‘De politiek is te veel met de politiek bezig, en te weinig met de samenleving.’

Het is niet best gesteld met het vertrouwen in de politiek in Nederland. En met het vertrouwen van de politiek in de burger gaat het niet veel beter, stelt schrijver en spreker Eva Rovers in haar nieuwe boek. ‘Laat inwoners via burgerberaden meebeslissen over het bestuur van het land.’

Door de redactie op 20 april 2022

Eva Rovers: ‘De politiek is te veel met de politiek bezig, en te weinig met de samenleving.’

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Burgers zijn een beetje lui geworden, vindt politiek denker, schrijver en kunsthistoricus Eva Rovers. We klagen veel over politici, maar ondernemen zelf nauwelijks politieke actie. ‘Burgerschap is een actieve bezigheid; dat betekent het gesprek aangaan, vrijwilligerswerk doen, of je op andere manieren maatschappelijk of politiek actief opstellen,’ zegt Rovers. ‘We zijn daar gemakzuchtig in geworden.’ Ze vindt het hoog tijd voor een nieuwe invulling van burgerschap.

In haar boek Nu is het aan ons. Oproep tot echte democratie pleit Rovers voor een herziening van het democratische systeem. Niet een democratie waarin de burger slechts eens in de vier jaar politieke macht heeft, maar een systeem waarin de burger écht participeert. Want aan participatie schort het nogal in onze huidige democratie, stelt Rovers. Het gevolg? Onder andere de historisch lage opkomst bij de recente gemeenteraadsverkiezingen. ‘Veel mensen voelen zich niet gehoord, niet vertegenwoordigd en niet beschermd door de politiek. Kiezers hebben niet het idee dat het ook maar iets uitmaakt op wie ze stemmen. Deze democratische apathie holt de democratie uit. Want hoe groot is de legitimiteit van een gemeenteraad als die maar de steun heeft van 15 procent van de inwoners?’

Dat kan en moet beter, vindt Rovers. Haar voorstel: laat burgers via burgerberaden meedenken en -beslissen over het bestuur van een land. Via een gewogen loting worden dan 100 tot 150 inwoners – die uit alle lagen van de samenleving komen – geselecteerd om een vraagstuk op te lossen. In een aantal weekenden verspreid over 4 tot 6 maanden gaan deze burgers met elkaar in gesprek om oplossingen te vinden waar de samenleving als geheel het meest bij gebaat is. Die aanbevelingen gaan vervolgens naar de politieke leiders.

Volgens Rovers kan dit zorgen voor een doorbraak bij complexe problemen die muurvast zitten. In het katholieke Ierland leidde een burgerberaad in 2017 bijvoorbeeld tot een versoepeling van de abortuswetgeving.

Waarom kan de politiek zelf die complexe problemen niet oplossen?
‘Het politieke debat draait vaak om scoren, om het debat winnen, om de slimste oneliners maken. Terwijl het eigenlijk moet gaan over de vraag: hoe kunnen wij als volksvertegenwoordigers de bevolking het beste dienen? De politiek is te veel met de politiek bezig, en te weinig met de samenleving.’

‘Dat komt onder andere door de verkiezingsdruk: de eerste dag na de verkiezingen is de eerste dag van de volgende campagne. Dat zorgt ervoor dat politici vooral bezig zijn met de korte termijn, met herkozen worden, en minder met de lange termijn. Een andere oorzaak is de partijdiscipline, dus meestemmen met de eigen partij zelfs als het ingaat tegen wat jij als kamerlid denkt dat goed is. Het is ongebruikelijk geworden om tegen de eigen fractie te stemmen. De partijbelangen domineren, en het gemeenschappelijk belang is daaraan ondergeschikt.’

Speelt eigenbelang niet ook een rol bij burgerberaden? Bijvoorbeeld wanneer je een boer laat meedenken over het stikstofdebat?
‘Natuurlijk, maar dat is juist belangrijk. Het eigenbelang moet niet weggeveegd worden, maar op tafel komen, al was het maar zodat anderen snappen waarom bijvoorbeeld een boer kwaad is als de veestapel gehalveerd moet worden of de stikstofuitstoot omlaag moet. Al die verschillende perspectieven wil je aan tafel hebben, zodat je er begrip voor kunt kweken en tot aanbevelingen kunt komen waar die boer zich misschien ook in kan vinden. Vanuit de verschillende perspectieven kun je kijken waar de overeenkomsten zitten, en van daaruit kunnen deelnemers gezamenlijk naar oplossingen zoeken.’

Dus er is een wisselwerking tussen eigenbelang en gemeenschappelijk belang
‘Ja. Door perspectieven uit te wisselen zie je dat mensen steeds beter in staat zijn om voorbij het eigenbelang te kijken.’

Waarom hebben we niet genoeg aan experts?
‘Een groep experts kan tot fantastische technische oplossingen komen. Maar experts hebben vaak blinde vlekken, vooral als het gaat om sociaal-maatschappelijke aspecten. Een groep willekeurige burgers met pluriforme kennis komt vaak tot betere oplossingen dan een homogene groep experts. Dat komt omdat ze verschillende vormen van kennis en ervaring hebben: the wisdom of the crowd. Overigens is een burgerberaad een wisselwerking tussen burgers en experts. De experts voorzien in informatie en blijven aanwezig om vragen te beantwoorden.’

Vertrouwen

Een burgerberaad is niet alleen een middel om complexe problemen op te lossen, stelt Rovers, het kan ook een boost geven aan het vertrouwen in de politiek. ‘Het feit dat je als gewone inwoner een hulpvraag voorgelegd krijgt van de politiek doet al iets met mensen. Deelnemers vinden het vaak een eer als de politiek hen om hulp vraagt. Maar  dan moet er vervolgens wel echt iets gebeuren met de aanbevelingen die de burgers aanleveren, anders werkt het averechts. Dat zagen we in Frankrijk, waar de senaat slechts 15 van de 149 aanbevelingen van een klimaatburgerberaad overnam. Dat is een recept voor cynisme.’

Vaak loopt het dus mis wanneer de aanbevelingen naar de politieke leiders gaan?
‘In Frankrijk ging het daar inderdaad mis. Daarom moet de politiek bij de opzet van een burgerberaad vastleggen hoe de politieke opvolging eruit gaat zien: wanneer de politiek de uitkomsten bespreekt en onder welke voorwaarden de voorstellen wel of niet worden overgenomen.’

De aanbevelingen kunnen alsnog geweigerd worden?
‘De politiek hoeft niet overal blind ja op te zeggen, maar ze kan de aanbevelingen alleen verwerpen onder vooraf duidelijk geformuleerde voorwaarden. Het idee is immers dat zo’n beraad een doorbraak kan forceren in onderwerpen die muurvast zitten. Een burgerberaad is een krachtig instrument om goed beleid te maken, om samenleving en politiek dichter bij elkaar te brengen en om het vertrouwen in de democratie te versterken. Maar dan moet het wel politieke impact kunnen maken.’

Zitten politici daar wel op te wachten? Vertrouwt de politiek de burger wel?
‘Ik denk dat dat eigenlijk een veel groter probleem is.’

Rovers valt even stil, en zegt dan: ‘Ik begrijp het ergens ook wel, want politici worden vaak pas met burgers geconfronteerd als de burgers al boos zijn. Wie komen er op een inspraakavond af? De mensen die het niet eens zijn met een politiek besluit. Wie ventileren hun woede op sociale media? Wederom de mensen die het ergens niet mee eens zijn. Omdat politici alleen de boze burgers zien, denken ze al snel: die moeten we misschien maar niet betrekken bij de besluitvorming.’

‘Maar er heerst ook het idee dat complexe problemen te ingewikkeld zijn voor burgers, of dat ze te egoïstisch zijn en alleen uit eigenbelang handelen. Dat zorgt voor een enorme scheur tussen de volksvertegenwoordigers en de bevolking. Het is lastig om van burgers te vragen politici te vertrouwen, als die politici de burgers niet vertrouwen.’

Is dit waar de ‘nieuwe bestuurscultuur’ om zou moeten draaien?
‘Absoluut. Politici moeten burgers serieus nemen, ze als gelijkwaardigen behandelen, en nieuwsgierig zijn naar al die kennis en ervaring die in de samenleving zit. Daar zit dus veel ruimte voor verbetering: politici moeten niet langer bang zijn voor burgers, maar ze met open armen ontvangen.’