Home Elke Wiss: ‘De verbeelding waarvan dan precies? Van mijn lichaam, naakt?’

Elke Wiss: ‘De verbeelding waarvan dan precies? Van mijn lichaam, naakt?’

Door Elke Wiss op 25 maart 2022

Elke Wiss: ‘De verbeelding waarvan dan precies? Van mijn lichaam, naakt?’ Beeld: Enkeling
Cover van 04-2022
04-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Ik was denk ik een jaar of vijftien toen ik het voor het eerst hoorde. Op dat moment had ik nog niet veel meer gereedschap in mijn communicatiekoffer dan diep ongemak voelen en dat verpakken in schaapachtig lachen. Het was een jongen, een man denk ik, die het tegen me zei.

Ik droeg zo’n spaghettitopje, vernoemd naar de dunne bandjes. Niet onlogisch, het was juli en 32 graden.

Later heb ik dat zinnetje vaker gehoord. Eigenlijk altijd uitgesproken door mannen. Tegen vrouwen. Nooit tegen andere mannen, gek genoeg. Dat een man tegen een man smiespelt: ‘Joh, dat shirt, kweenie… Je moet wel iets aan de verbeelding overlaten.’

Vrouwen in topjes, jurkjes, korte rokjes. Benen zichtbaar, armen ook, wellicht een buik. En dan was daar dat zinnetje weer. Subtekst: je bent wat te bloot gekleed op dit moment – voor de verbeelding, zeg maar.

Ik vraag me af: voor wiens verbeelding? Niet de mijne, gok ik. Ik weet wel hoe ik er uitzie onder dit spaghettitopje/rokje/shortje. Dan bedoelt de spreker dus zijn eigen verbeelding. Of de verbeelding van mannen in het algemeen. Zegt hij misschien eigen­lijk: je moet iets aan ónze verbeelding overlaten?

De verbeelding waarvan dan precies? Van mijn lichaam? Van zijn lichaam en mijn lichaam, samen? Naakt? Kunnen we het als vrouwen dan wel goed doen, met dat bedekken/ontkleden en hun verbeelding? Als ik me ‘te bloot’ kleed, visualiseert hij mij, naakt. Bedek ik me meer, en laat ik dus wat meer aan ‘de verbeelding’ over, dan… visualiseert hij mij. Naakt.

Bedek je. Nee, niet zo, da’s preuts. Niet zo bedekt allemaal, laat je zien. Maar niet te bloot. Die verbeelding, weet je wel. Moet je iets aan overlaten, aan die verbeelding.

Ik vraag me af: wat eigen je je toe als je vindt dat een ander mens iets aan jouw verbeelding moet overlaten?